De kruideniersmentaliteit van werkgevers

Wellicht moeten we hen toch eens met andere ogen gaan bekijken: werkgevers.

Een oplossing voor de crisis is nog niet in zicht. De cynicus verwacht dat die ook niet zal komen, maar dat wordt afgewacht tot de crisis weg gaat. Een formulering die past bij een beeld van een doodnormale straat waar mensen wonen die wachten tot die overlast gevende buurman weggaat. De buurman waartegen ze geen verweer hebben. Een ingrijpen van buiten is nodig. In de verhalenkunde wordt dat de deus ex machina. De televisie-detective bestaat zowat bij de gratie van het konijn uit de hoge hoed: hij is degene die nu net die ene aanwijzing te weten komt die ons kijkers al die tijd is onthouden.

Economen hebben wel iets (gehad) met deze stijlfiguur. De goddelijke hand en andere black boxes vullen de hiaten in. De nieuwe termen zijn ‘innovatie’ en ‘entrepreneurschap’. Vernieuwing en ondernemingszin zijn de benodigde wonderen. De oplossing zit daardoor ongeveer op het niveau ‘er is een oplossing nodig’. Blijkbaar is er niemand die hardop zegt ‘we hebben geen flauw benul en hopen op een wonder’.

Nu wordt het tijd wat anders te kijken en eerlijker te zijn.

De ondernemers, de werk-gevers, kunnen het niet. Niet dat zij de crisis veroorzaakten – dat waren banken – maar zij zijn het wel die (teveel en) te optimistisch wilden geloven in de geboden kredieten en mogelijkheden. Zij pasten hun concept van ‘ondernemen’ aan en verschoven naar risicovolle ondernemingen met als prioriteit ‘eigen inkomen eerst’. In dat opzicht zijn ook de ondernemers schatplichtig, zeker de grote, anonieme ondernemingen.

Zij zijn het niet die het wonder gaan bieden. Sterker, zij maken gebruik van de situatie. Gebruik om als echte kruideniers uit de jaren vijftig een slaatje te slaan uit de situatie. Massaal dumpen ze personeel. Dit zijn niet de mensen of bedrijven die hoop kunnen bieden, als herstel voor herstel van eigen inkomen is.

Wellicht moeten we anders kijken en zien dat die werkgevers feitelijk degene zijn die op kosten van de samenleving bestaan. Zonder moeite, zonder scrupules en vooral zonder al teveel kosten lozen ze personeel, dat daarna ten laste van de samenleving komt. Veel principieel verschil met het gedrag van mensen die vinden dat ‘de overheid er is om de straat schoon te houden’ en dus alles op straat mieteren wat ze niet meer nodig hebben, is er niet.

Als ondernemer niet ook je éigen salaris aanpassen, is kwalijk. Je risico-gevolg afwentelen en zelf niet nemen, is dat ook. Bijzonder kwalijk zijn degene die daarna drogredenen hanteren om toch vooral onaangepast verder te gaan.

De werkgever die de opengevallen vacatures publiek maakt; plots als vrijwilligerswerk. In de zorg is dat een publiek geheim. Functie worden afgepeld en afgepeld. Iedere afgepelde laag is vrijwilliger-geschikt.

De werkgever die de idee fixe aanhangt dat jong beter is, daarom oudere collega’s de deur uit schopt en soms zelfs de brutaliteit op brengt hen als zzp’er weer in te huren.

Jong is beter ís een idee fixe. Dat is een idee wat voor 100% is gebaseerd op kostenoverwegingen. Jong is goedkoper: dát klopt. Beter is baarlijke nonsens.

Wat de oudere biedt en de jongere niet zijn zaken als:
flexibiliteit: de kinderen leveren geen slapeloze nachten meer op, geen slaaptekort, geen zorgen en veroorzaken geen dúbbele kans op ziekteverzuim;
ambitie: de oudere hoeft zichzelf niet te bewijzen over de ruggen van anderen, door roddel en achterklap, stapt niet snel over naar ‘een betere kans’ (voor zichzelf);
kennis: je zult versteld staan hoeveel kennis helemaal níet nieuw is en hoeveel kennis wel wordt gepresenteerd als nieuw. Dat zien en wegen, eist ervaring. Daarvoor bestaat maar één weg: ouder worden;
dreiging: de jongere gaat het beter doen dan z’n collega’s, z’n leidinggevende, z’n baas: dát is een uitgangspunt. De oudere hoeft zich niet te bewijzen. Die weet een echt team op waarde te schatten.

Dát is de kruidenier die ons níet gaat redden. De man of vrouw die uitsluitend naar zijn eigen, kortetermijn belangetjes kijkt en alles wat hij of zij ziet als afval op straat mietert om door anderen te worden opgeruimd.

De spannende vraag is dan ook helemaal niet wat de bestaande ondernemers doen, maar welke recycler iets kan met dat ‘afval’.

Als letterlijk fout is

Later on, when they had all said “Good-bye” and “Thank-you” to Christopher Robin, Pooh and Piglet walked home thoughtfully together in the golden evening, and for a long time they were silent.
“When you wake up in the morning, Pooh,” said Piglet at last, “what’s the first thing you say to yourself?”
“What’s for breakfast?” said Pooh. “What do you say, Piglet?”
“I say, I wonder what’s going to happen exciting to-day?” said Piglet.
Pooh nodded thoughtfully. “It’s the same thing,” he said.”
― A.A. Milne, Winnie-the-Pooh

“Met mij kun je alle kanten op. Mij maakt het echt niet uit.”
“Echt niet?”
“Nee, écht. Ik vind alles goed.”
“Zeker? Ik doe het graag, hoor. Geen enkel probleem.”
“Nee, nee. Het is goed.”

Als je een béétje empathisch bent aangelegd, heb je zulke dialogen vast weleens gevoerd. Dit is er eentje van deze week. Het gaat over de tijd van thuis gebracht worden. Het is een dialoogje waaruit (later) weer ‘s bleek hoe gevaarlijk het is iemand letterlijk te nemen, z’n woorden voor waar aan te nemen en niet te wegen, zelf na te denken. Het is als de baas die je verleidt dingen (toe) te zeggen die je niet meent, niet hélemaal zult kunnen waarmaken, waarvan je de reikwijdte niet helemaal overziet. Maar waar je wél aan wordt gehouden.

Het gebeurt zó vaak en het gebeurt zó vaak fout. Het is deels een gevolg van ons haastgedrag. Snelle beslissingen en snel handelen hebben een mythische status gekregen, in de slechte betekenis van onbewezen. De collega die doordramt op z’n eigen standpunt, de baas die woordspelletjes speelt om je ‘vast te zetten’. “Maar je hebt zélf gezegd dat het kan..!” Hele contexten, hele discussies weggeveegd tot die ene zin blijft staan. Het zijn echt psychopathische trekjes; misschien niet zo opvallend doordat ze zo vaak voorkomen. Maar ga er maar eens op letten, op het “Maar jij zei…”.

Natuurlijk heeft dat binnen organisaties ook alles te maken met lafheid en afschuifgedrag. Een sterk mens heeft het helemaal niet nodig. Die weet wat de waarde van onzekerheid, twijfel en fouten is. Het zijn de zwakke broeders die woordspelletjes, contractentaal en mierengeneuk nodig hebben. Overigens ben tot de ontdekking gekomen dat veel van de mensen die ‘zo’ zijn abominabel slecht Nederlands schrijven, terwijl zij zichzelf (te) hoog achten. Moet ik toch ook ‘s uitzoeken.

Dat is een uitwas van letterlijk nemen: het (bewust) pakken op woorden.

Toch doen we het allemaal. Niet zo systematisch als hierboven – alhoewel ik benieuwd ben hoe die werknemers zich in hun privé leven gedragen – maar we dóen het.

Het zijn de momenten waarop een keuze moet worden gemaakt en iedereen wordt gevraagd positie te kiezen. Díe positie kun je niet altijd even zwaar wegen. Kinderen zullen bijvoorbeeld de neiging hebben dat te antwoorden wat zij denken dat gewenst is. Da’s niet hetzelfde als hun eigen mening.

De beruchte dominante schreeuwers in de samenleving kunnen ook heel goed de wat timidere mens imponeren. De mensen die zijn opgevoed met de idee dat de wijste altijd de lieve vrede moet bewaren. En de ouderen die wel heel vaak niemand tot last willen zijn. Kijk altijd verder dan wat letterlijk wordt gezegd. Sterker, probeer je voor te stellen wat níet wordt gezegd.

Weet je wat nu eigenlijk zo vreemd is? Dat het me is opgevallen dat de letterlijkheid al decennia lijkt toe te nemen? Nee, dat niet. Wel dát het zo is. Want als je het anders formuleert: het lijkt er op dat we steeds minder (ontvangst)gevoelig worden voor onderliggende boodschappen in de taal, voor de ander. Is dat vreemd? Voor mij wel, want het zou betekenen dat ons gedrag steeds meer geformaliseerd gedrag wordt. Geen wereld van robots; wel een wereld van functionele mensen met instrumenteel gedrag. Maar waar blijft in zo’n wereld wat we écht willen? Al die gedachten en ideeën die ook jij vast hebt, maar voor je houdt.

Die mevrouw?

Ze aten altijd vroeg en om iedereen op haar te laten wachten, is ook zo wat. Het maakte haar wel degelijk wat uit hoe laat ze thuis was. ‘met mij kun je alle kanten op’?! Nogal wiedes als je niet tot last wilt zijn, ook als je daardoor wellicht een wárme maaltijd misliep.

De mythe van de spaarlamp

Genaaid; we zijn genaaid. Niet alleen ik, maar ook jij bent een oor aangenaaid, denk ik.

In Nederland is de gloeilamp in de ban gedaan. Sinds bijna twee jaar heeft de Europese Unie de gloeilamp verbannen. De reden is weer eens zuiver rekenkundig: de gloeilamp springt ondoelmatig om met energie. Slechts tien procent van de energie wordt licht, de resterende negentig wordt warmte. Als je licht zoekt, is dat inderdaad een teleurstellend resultaat. En dus is-t-i verbannen ten faveure van de spaarlamp.

Inmiddels ben ik er aardig aan gewend. Op zolder ligt een voorraad gloeilampen, maar waar het kon is nu een spaarlamp ingedraaid. Voorraden hebben wat mij betreft alleen zin als een noodzakelijk product ook echt helemaal verdwijnt. In ons geval hebben we een aantal lampen met fittingen waarin van die schakelbordlampjes in moeten.

download

Ik heb het geprobeerd. Naast een kleine fitting hebben ze ook een klein lichaam. Zelfs de kleinste spaarlamp bleken we niet binnen het armatuur te krijgen. Gewoon te groot. Dan stak er een stukje lamp uit, of je kreeg het ding er gewoon niet ingedraaid vanwege ruimtegebrek. In dergelijke gevallen ben je dus genoodzaakt te hamsteren.

Op de meeste plaatsen in huis zitten nu echter de verplichte spaarlampen.

En ik heb me zelden zó belazerd gevoeld.

Het is me wat: twee gloeilampen voor €1 of één spaarlamp voor zo’n €3. Da’s een verhoging van 600% (toch?). En dat is dan nog de goedkoopste optie, want er bestaan ook nog duurdere lampen ter vervanging. Géén van die dingen geeft overigens dat wonderlijke jaren vijftig schemerlicht. Althans niet de makkelijk verkrijgbare in de supermarkten en zo. Gelukkig ben ik al wat ouder en heb om goed te kunnen lezen steeds méér licht nodig. Ik eindig met fel tl-licht in huis, verwacht ik. Dat verzacht het leed: “we moesten toch al over” (perfect staaltje cognitieve dissonantie).

Dan denk ik mijn steentje te hebben bijgedragen aan het tegengaan van energieverspilling, wordt dat meteen de bodem ingeslagen.

Die verdoemde spaarlamp is niets anders dan een grotere winstmarge voor de fabrikant of de winkelier. Op alle doosjes staat in ronkende bewoordingen hoeveel duizenden uren de lampen mee gaan. Dúizenden uren! En als om die claim kracht bij te zetten, geeft de fabrikant ook nog eens vier jaar garantie. Víer jaar. Op een lámp! Nou, dat kreeg de goede oude gloeilamp echt niet.

Mijn spaarlampen gaan geen uur langer mee dan de gloeilamp. Ik koop nog steeds net zo vaak nieuwe lampen, maar nu voor veel meer geld.

Daar kan ik woest van worden. Dat hele spaarlampcircus levert me niets op, maar kost me alleen.

De eerste keer denk je nog dat het komt omdat het spaarlampen van de HEMA waren – alhoewel hun producten eigenlijk altijd goed zijn – en schaf je een eerstvolgende keer echte Philips-spaarlampen aan. Die zijn geen haar beter (sterker, ik meen me te herinneren dat daarbij het kaarsje nog sneller doofde).

Inmiddels weet ik waar de beste oplossing te vinden is: bij de Action. De lampen zijn schandalig goedkoop, vast op de een of andere manier ‘fout’, en zeker niet langer brandend, maar de kosten-batenverhouding ligt lichtjaren voor op de rest.

Dat is dus het resultaat van beloften niet waarmaken. Ik gooi alles nu op één hoop en kies de voor mij voordeligste oplossing. Da’s de goedkoopste lamp; ook als die langzamer start en dus de bijna hele godganse dag blijft branden.

Van energiewinst is bijna geen sprake, maar ik heb wel het gevoel iets met m’n woede over die spaarlampverplichting te hebben gedaan.

Waarin Twitter vreselijk faalt

Al twee dagen niet geblogd. Niet omdat er niets gebeurde. Nog steeds is er iedere dag wel iets noemenswaardigs te vinden. Het is ook niet helemaal toe te schrijven aan de on-Nederlandse hitte de afgelopen dagen; alhoewel dat wel een verlammende uitwerking heeft (op mij). Nee, het is de combinatie van die hitte die me heel rustig in de schaduw deed zitten en de nasleep van het neerstorten van MH017.

Voor mij blijft Twitter een wond’re wereld. Niet te veroordelen, omdat het een afspiegeling is van onszelf. Net toen ik dacht dat Twitter wat indommelde tot een marketingkanaal, ontplofte de zaak. Jammer genoeg als gevolg van een aanleiding die nooit aanleiding had mógen worden. Maar ja, gedane zaken….

Vorige week is een vliegtuig uit de lucht gevallen en de wereld weet nog steeds niet precies hoe, waarom of wat nu te doen. Onzekerheid, onduidelijkheid, ongeregeldheid; alles wat te koppelen is aan wanorde is sindsdien aan de orde.

Dan toont Twitter zijn zwakte. Eigenlijk is dat onzin, want Twitter dóet niets. Net zo min dat je de telefoon of de brief de schuld kunt geven van de overgebrachte boodschap kun je dat met Twitter. Het is een neutraal medium. Het gebruik bepaalt zijn waarde en zijn gevolgen. Wíj zijn waarom het gaat.

Dan ben ik alsnog enorm verbaasd over wat we doen in een situatie als deze waarin emoties een belangrijke rol spelen. Dan wordt het versterkend effect van een massamedium wel erg duidelijk, en griezelig.

Ik heb mensen die ik ‘ken’ ruzie zien krijgen over wie nu wie manipuleerde. Ik heb mensen berichten zien geloven, en doorzenden, die aangetoond onjuist waren. Ik heb verklaringen zien ontstaan die nergens op waren gebaseerd en verklaringen die waren gebaseerd op interpretaties. Ik denk dat bijna iedereen in mijn tijdlijn is meegezogen; ook verstandige, nadenkende mensen.

Ik heb van dichtbij massahysterie gezien.

Mijn gevoel is heel ambivalent. Een medium als Twitter ís een kroeg, een receptie, een plek waar op een gegeven moment een heftige, emotionele discussie ontstaat. Misschien zijn de beelden van oververhitte volksvertegenwoordigers in andere landen wel het beste beeld. Mannen(!) die elkaar méppen; waarvoor woorden ontoereikende strijdwapens zijn (geworden).

In zo’n situatie maakt een massamedium als Twitter olie op het vuur mogelijk. Daarvan wordt sluw en smerig gebruik gemaakt door manipulatoren. De onbewijsbaarheid van veel stellingen maakt ook dat geruchten de wijsheid van de massa volledig lamleggen.

Natuurlijk moet je niet alleen naar de details kijken. De grote lijn, de rode draad, is ook interessant. Dan zie je ‘nederland’ draaien en zwenken. Net zo in verwarring als iedereen. Een discussie wie wat deed, gevolgd door ontzetting over trage reactie van onze regering, en daarna het dreunend besef dat er líchamen terug moeten komen, dat er hier families zijn die rouwen en treuren. De reacties zijn ook daar naar; in feite wordt geroepen om iemand die, iets dat de leiding neemt. ‘Als ‘zij’, de strijdende partijen, dat niet doen, dan moeten ‘wij’ dat maar doen’. Ook ik heb dat gevoel gisteren gekregen: dat machteloze weten dat anderen andere zaken belangrijker vinden dan jij en je niet helpen.

Wat mijzelf enorm begint te hinderen, is het geblêr en geschreeuw dat volkomen immoreel wordt gehandeld in het rampgebied. dat geloof ik dus niet als ik de verhalen van correspondenten ter plaatse lees.

Dan lees ik over dorpjes waar op een slechte dag een een vliegtuig en lijken uit de lucht vallen. Mensen, zoals de bewoners zelf. Dan lees ik van mensen die doen wat ook ik zou doen: helpen. Maar hoe? Als je mag verwachten dat hulp op zich zal laten wachten in een oorlogsgebied, dan doe je het logische. Je redt de overschotten en je probeert hun bezittingen bij elkaar te brengen. Dat je daarmee sporen wist? Dat je wellicht identificatie bemoeilijkt? Wees ‘s eerlijk: denk jíj daaraan als zoiets apocalyptisch om je heen gebeurt?

Wellicht zit ik er helemaal naast. Maar ik verwacht het niet; zeker niet nadat ik vandaag dit las The Wall Street Journal: Bodies Removed From MH17 Crash Site

The duty nurse at the morgue in Torez was surprised Thursday night when a man showed up in a Zhiguli with the injured and burned corpse of a young boy from the crash site. The man, who lived near where the plane debris landed, went to have a look after hearing the crash and came across the 5- to 7-year-old boy’s body in a field. He said he decided to bring the boy to the local morgue out of fear that a dog would find it if he didn’t do something, the duty nurse said.

“It was an absolute accident that he ended up here,” the nurse said, standing outside the run-down hospital complex that looked almost abandoned. She had tears in her eyes as she described never imaging a war in her own backyard, let alone a downed civilian airliner.

The arrival of the little boy, whom she said was clearly not Ukrainian or Russian and dressed in a little green t-shirt pulled up around his neck, drove the pain home. “He was covered in blood, and his corpse had just been lying there,” she said, introducing herself as Lyubov Nikolaevna, her name and patronymic. “It was this fresh kind of blood.”

She said the man who brought the boy warned her that more bodies would likely be arriving, but no others showed up, as emergency workers took over control of the crash scene. She said she was heartbroken and wants the chaos to end. “We don’t care who is president,” she said. “We just want peace to cook borsht, bake pirozhki and bring up our kids.”

The little boy’s body stayed in the tiny morgue’s refrigerator before the ambulance worker on site brought him to local emergency workers who were gathering the bodies and remains from the flight. It was the only body that ended up at the Torez morgue, but the ambulance worker said she knew of others that landed in neighboring towns within the 35-kilometer-wide crash site.

“They fell on people’s homes, everywhere, both full bodies and in pieces,” said the medical worker, Olga Vyacheslavovna, who also gave only her name and patronymic. She was happy the boy had been removed quickly from the site by a good samaritan. “They didn’t want a dog to eat him,” she said. “I helped get him home.”

Boeven? Allemaal boeven?

Twitters waarde bij rampen

Vrijdagochtend. ‘s Ochtends vroeg is al duidelijk dat het een warme zomerdag wordt, een zeer warme.

Gistermiddag stortte een vliegtuig neer met bijna driehonderd doden als gevolg.

In de tuin is de sproeier bezig de planten van water te voorzien. Met ijzeren regelmaat klettert om de halve minuut een watergordijn voorbij. Van enige opwinding is niets te merken.

Het is vreemd te zien hoe gisteren Twittergebruikers reageerden op de ramp. Alhoewel: vreemd?! Eigenlijk is dat niet zo. Het is eigenlijk precies hetzelfde gedrag als het binnendringen van een gerucht. De effecten zijn ook identiek.

Een gerucht, in zijn eenvoudigste definitie, is een onbevestigd feit dat als feit wordt gedeeld. In de meeste gevallen hebben geruchten een kern van waarheid. Dat gebeurde gisteren ook.

Op Twitter verschijnen al snel na 16.15 uur – het waarschijnlijke tijdstip van de ramp – berichten dat het regulier radio- en radarcontact met een vliegtuig is verbroken. Het vliegtuig passeerde op grote hoogte een conflictgebied: Oekraïne. Dat is het enige wat bekend is, maar het is voldoende. Binnen de kortste keren verschijnen er verklaringen: bommen, raketten van de ene, raketten van de andere partij. Het adstrueren is begonnen.

Veel materiaal daarvoor is er niet. Persbureaus als Intertass zijn in het begin de voornaamste bron voor twitteraars, al snel gevolgd door bronnen als luchthavens, luchtvaartmaatchappijen, reisorganisaties, overheden, omroepen. De geruchtenmachine start. Op precies dezelfde manier als in ‘het echie’: “ik heb gehoord dat…..”. De Twitter-equivalent is de RT, het doorsturen van berichten van anderen. Berichten die overigens door de doorstuurder wel degelijk als informatief worden beschouwd!

Het effect laat zich eenvoudig voorspellen. Berichten en informatie die in een enorme draaikolk rondspint, herhaald en herhaald. Niet dat ze meer waarheidsgehalte krijgt, maar wel meer omvang. Het is een ideale voedingsbodem voor ‘des-informatie’ in een ‘informatie-oorlog’: bewúst geïnjecteerde halve waarheden en onwaarheden, waardoor onzekerheid over feiten toeneemt. Niet de informatie op zichzelf is het probleem, maar het fenomeen dat ze wordt opgenomen in de geruchtenmachine: wijzelf.

Ik zal vast een slecht nieuwsjager zijn, want ik heb de neiging om op afstand te blijven en secundair te reageren. Af en toe een vraag die me bezighoudt – en daarop geen antwoord krijgen, want vragen is niet wat de geruchtenmachine zoekt – is het maximum. In mijn twitterleven heb ik het lesje wel geleerd. Een keer of twee, drie heb ik me wél laten verleiden tot meedraaien in de caroussel; twee keer zat ik er compleet naast. Ik kijk nu naar Twitter als een groot gis- en goksysteem, wat niet wegneemt dat er wel degelijk brokjes informatie voorbij komen.

Wat me verbaast, zijn de enorm sterke (afkeurende) reacties op beeldmateriaal. Natuurlijk is het confronterend. Dat is de héle gebeurtenis. Met opzet sensatie zoekend beeldmateriaal vind ikzelf niets toevoegend. Maar gisteren leken mensen zoals jij en ik ‘verslag’ te doen van de rampplek. Om hún indruk en emoties vorm te geven maakten ze foto’s. Met de onbevangen en rauwe blik van een willekeurig toeschouwer. Foto’s die verschrikkelijk veel hebben bijgedragen aan óns besef (ik ben benieuwd wat jíj hebt gezien). Ik ervaar het iedere keer weer als ongepaste piëteit als een moreel oordeel wordt geveld dat ‘dit niet mag, want denk aan de familie’. Families die heel waarschijnlijk zo snel als mogelijk de onzekerheid kwijt willen wat met hun geliefde(n) is gebeurt.

Vrijdagochtend is er eigenlijk niet veel méér nieuws. Het aantal Nederlandse slachtoffers is véél hoger dan de eerste gissingen gister. De oorzaak is voorspelbaar nog steeds niet aangetoond. De geruchtenmachine draait weer op normale snelheid, met nabranders en al. De georganiseerde media vatten samen en analyseren. Het wachten op feiten is begonnen.

Psychologen kennen een verschil in reactie op fear of anxiety, op angst of gespannen opwinding. De eerste heeft eerder stilte tot gevolg. De tweede de drang tot praten. Dat is niet te veroordelen. Dat ís nu eenmaal zo. In dat licht bezien is wat Twitter laat zien óók betrokkenheid.

Op vrijdagochtend draait boven Leiden een verkeersvliegtuig zijn rondje om op lijn te komen met de landingsbaan van Schiphol. Beneden wordt een tuinsproeier uit gezet.

(Wat mij betreft goed achtergrond-artikel: The New Yorker – After the crash, by David Remnick)

Speeltuin van de toekomst

Daar heeft Leiden een jaar of twintig geleden dus een mooie kans laten liggen. Dat is de periode waarin een groep wijkbewoners een speeltuin wilde realiseren. Ik was één van hen.

Wat de gemeente liet liggen, is de kans een speeltuin te realiseren die nu Speeltuin van de Toekomst schijnt te zijn; in Den Haag ligt, en gerealiseerd wordt onder de vleugels van de Richard Krajicek Foundation.*

Mijn idee is dat dát doorslaggevend is bij overheden.

Burgers hebben geen ideeën. Wat moet je met individuen met een visie, een goed idee. Veel vanzelfsprekender is het een autoriteit te volgen; een groot adviesbureau, een concern, een bekende naam, een ‘foundation’. Daar ben ik inderdaad nogal cynisch over: burgerparticipatie. Het organisatievermogen is bepalend (en de connecties met de ambtenaren, voor een deel van hen het eigen beroep).

De speeltuin die wij wilden ontwikkelen, is er uiteindelijk wel gekomen. Maar anders. Ons idee was een combinatie van spelen en natuur. Anders, maar in hoge mate overeenkomstig met wat nu in Den Haag als Speeltuin van de Toekomst wordt betiteld. Het is een lang proces geweeest. Ik denk dat we vijf tot zeven jaar ermee bezig zijn geweest.

De wijk is één van de welvarendste in Leiden. Maar openbáár groen, laat staan speelplekken: die zijn er haast niet. Toch leven ook in die wijk veel kinderen die willen ravotten. Er staan ook nog eens een áántal basisscholen op een kleine oppervlakte. In de buurt: een park, slecht onderhouden en op de nominatie te worden opgekalefaterd. De plek werd dus daar, een deel van het park (het gedoe daarover is een zelfstandig verhaal over vooroordelen en weerstand tegen verandering).

Het gedoe om een speeltuin te realiseren – geld, scepsis bij de bestaande Leidse speeltuinen, vergaderingen, lobby-werk – sla ik over; met uitzondering van de inrichting. Dat was voor mij een ervaring.

In Leiden bleek het godsonmogelijk een wilde speeltuin te realiseren. Ondanks de inzet van een professioneel speeltuin-ontwerper – waarvan ik tot dan niet eens wist dat die bestáán – is dat nooit gelukt. Geen klim- en ravotplek. Geen waterspeelmogelijkheid met modder. Overal veiligheidseisen. Voor mij de grootste desillusie; dat de gemeente niet in staat bleek los te komen van de veiligheidsgedachte.

De speeltuin is geopend in de maand dat wij uit de wijk weg verhuisden. Hij bestaat nog steeds, maar anders.

De Haagse en de Leidse verhalen vind ik tekenend. Niet voor de noodzaak met namen te kunnen zwaaien om iets voor elkaar te krijgen, maar voor de angstige terughoudendheid. Een terughoudendheid die voortkomt, denk ik, uit je niet kunnen verplaatsen in wat kinderen leuk vinden en doen. Iedere ouder kent het: kinderen vinden stukken hout vaak leuker dan het prachtigste speelgoed. En van spelregels houden ze ook niet als ze zelf niet mogen aanpassen, tussen twee haakjes.

Eerder heb ik al eens gepleit voor dieren en produktie(fruit)bomen in Leiden. Dit past naadloos daarin. Het is van de zotte dat we speciaal aangewezen en ingerichte gebieden nodig hebben voor kinderen om te spelen. Dat heb ik anderszins ook meegemaakt: dat buurtbewoners kinderen wég sturen van veilige plekken naar de straat ‘omdat ze anders mijn eigendom beschadigen’.

Goed dat de Krajicek Foundation deze speeltuin voor elkaar krijgt, goed dat er speeltuinen zíjn, maar ik vraag me al jaren af waarom gemeenten geen speelbeleid ontwikkelen. Niet over speeltuinen, maar over de mogelijkheid overal in stad of dorp te kunnen spelen. Dat betekent echt niet per sé ‘regelen en betalen’. Dat betekent wél nadenken over wat je je inwoners, de kinderen, te bieden hebt en vooral waarom.

* Jammer genoeg heeft de De Volkskrant het artikel daarover achter een betaalmuur geplaatst.