Hoe groot is Leiden nu helemaal?

Uiteraard heb ik ‘s werelds beste, geniale ideeën. Een te vaak overbelicht aspect aan mijn invallen is dat ze niet eenvoudig – helemaal niet – uitvoerbaar zijn. In dat opzicht zijn we gelijk, lezer. Ideeën hebben is één. Ze realiseren is twee. Dat neemt niet weg dat ik blijf pleiten en ijveren voor het openbaar maken van zoveel ideeën als mogelijk. Alleen dan kunnen ‘makers’ er iets mee. Visionairen zijn leuk, maar alleen als ook de uitvoerders ermee aan de slag kunnen.

Natuurlijk heb ik dé oplossingen niet en evenmin de illusie ooit een historische verandering te bewerkstelligen. Alleen al omdat die echt slechts heel zelden voorkomen. Degene die zich nu in die positie waant, mag zich weleens verdiepen in de condities waaronder de allergrootste denkers/doeners opereerden. Michelangelo, Da Vinci, Einstein en zo: het waren mensen die een heel nieuw systéém ontwikkelden. We kunnen nu met opengevallen mond kijken naar onbegrijpelijke verhandelingen over de vierde dimensie, maar mogen niet vergeten dat dat niet anders dan voortbouwt op eerder werk. Dát zijn de baanbrekers. En de ruimte voor die koerswijzigingen; die lijkt er niet meer te zijn.

Wat we wel kunnen, is alle opborrelende ideeën delen.

Da’s een voor velen vreemd idee. Want mogelijk heb je inderdaad een geniaal idee en door dat te delen raak je niet alleen de eer voor het bedenken kwijt maar mogelijk ook enorme inkomsten. Kijk, da’s net zoiets als gaan voetballen in de hoop dat je topvoetballer wordt. Goed om te weten: er zijn tientallen topvoetballers en miljoenen droomnajagers. De kans dat je een asteroïde op je bolle kop krijgt, is even groot. Bij wijze van spreken. Dat geldt voor ideeën ook. Daarvoor geldt ook nog ‘s een keer dat iemand anders best weleens óók die geniale inval kreeg. Want, als beweerd, zo geniaal zijn ze niet.

In dit blog parachuteer(de) ik zulke invallen. Doe ermee wat je wilt. Wees wel bedacht op afwijkende perspectieven. Er is nog geen gemeente aan de slag met veel IPcamera’s in hun stad om toeristen voorpret te geven, binnen naar buiten brengen, noch slimmerikken die die camera’s inzetten in de thuiszorg. Er is niets geniaals noch unieks aan. Ik blog erover. Want zo lang we allemaal onze ideeën voor ons houden, wordt ‘t nooit wat.

Als bedenker vind ik de ideeën goed, leuk of nuttig. De beste vind ikzelf die gaan over ongrijpbare zaken. Het weer ‘aan de praat’ krijgen van geïsoleerd, inactief sociaal kapitaal. Dát zijn de zaken waarvan ikzelf denk dat die mogelijk zoden aan de dijk zetten, ook over langere tijd. Het neuzelen dat dat innovatie is, de inzet van gadgets, is en blijft marginaal, hoe belangrijk sommige mensen zichzelf ook vinden en hoe winstgevend de verwachtingen van grote ondernemingen zijn.

Sommige zaken liggen ook zo voor de hand. In Leiden hebben we bijvoorbeeld een aantal niet-commerciële media. Je mag ze ook burgerjournalisten noemen of nieuwe vormen van media. Voor mij staat voorop dat ze worden gemaakt door mensen die plezier beleven aan het maken van radio, van tv of aan het schrijven van webartikelen. Ik denk dat we zo vijf van die uitingen hebben.

Wat mij bevreemdt, is dat die nergens samenwerken. In essentie zijn het allemaal ‘oude media’, klassieke denkers. ‘Ik heb het ei van columbus en ik word de grootste en de beste’. Nou, nee. Geen zal het overleven. Maar de grootste vraag: waarom wordt er niet samengewerkt? Je gelooft het niet, maar ze sluiten echt bijna perfect aan. Geluid, bewegend beeld en tekst. Als je die drie kunt combineren, heb je een heel krachtig en behoorlijk kritisch medium in Leiden. Maar nee, de ego’s prevaleren.

Dat is toch dat kleinsteeds denken. Een manier van denken die innovatie, vooruitgang blokkeert. Een waarin iedereen iedereen voor de voeten loopt en probeert af te troeven.

Want, tja, hoe gróót is Leiden wel niet?

Samenwerkende media

Níet bureaucratische gemeente?!

“Minimabeleid”.

Dat is echt hoe vanochtend de telefoon werd opgenomen nadat ik Leiden belde met een vraag. De mevrouw die ik aan de lijn kreeg, noemde geen naam. Ze heet Minimabeleid.

Het wordt je niet makkelijk gemaakt de gemeente te bereiken.

Mijn zoon kreeg een brief over de afschaffing van de tegemoetkoming in het kader van de Wctg. Hoe dat precies allemaal zit, is niet zo interessant. Wel de manier waarop een en ander gebeurt. Die tegemoetkoming is per 2014 afgeschaft (in juni per 1-1!). Voor de laagste inkomens is er een tussenoplossing, de financiële maatwerkvoorziening. Die wordt door de gemeente uitgekeerd; mits je in aanmerking komt. Daarover belde ik. Leiden stuurde een brief met een verwijzing naar een website waar een bestand stond dat niet bepaald standaard was. Ik meen DOTX. Een berichtje aan de websitebeheerder deed wonderen: het werd PDF.

Nou. Dat was niet mis. Drie af te drukken pagina’s om je dan te verbazen wat Leiden allemaal wilde weten voor een tegemoetkoming die tot dan soepeltjes kwam. Sterker, hij komt helemaal niet meer. Omdat de regeling is afgeschaft, ja. Maar vooral ook omdat niet al te opvallend door de gemeente wordt gemeld dat alle regelingen op het formulier niet gelden voor studenten. Even bellen dus.

Dan kom je in de onzalige hel van het 14-nummer. Een wereldvreemde heeft bedacht dat het toch wel erg sneu is dat wij, burgers, van kastje naar muur worden gestuurd. Eén telefoonnummer voor de gemeente: dát is de oplossing. Leiden is 14071. Nou, da’s een vooruitgang van kastje naar muur, waar je in elk geval nog gelúk kon hebben en de gezochte snel aan de lijn kreeg. Nu spreek je eerst de computer toe dat je Leiden wilt spreken, want onder 071 hangen meer gemeenten. Daar moet uiteraard even over worden nagedacht, waarna je een reeks keuzemenu’s moet afluisteren om uiteindelijk dus die mevrouw Minimabeleid aan de lijn te krijgen.

Die vertelt dat Leiden studenten uitsluit van minimaregelingen. En ook dat Leiden de zaken toch anders aanpakt. Zo liggen de inkomensgrenzen om in aanmerking te komen in Leiden láger. Nee, nee, dat betekent niet dat meer mensen in aanmerking komen, maar minder. Je moet niet bóven, maar ónder die grens zitten. Ik kan haar niet citeren, maar de essentie is dat de gemeente gewoon strenger is. Leuk. We zijn er weer.

Niet dat dit alleen in Leiden gebeurt, hoor.

Ook lachen – als het niet om te huilen is – is de anekdote met een van de als rijksten bekend staande gemeenten in de omgeving. Ik zal geen naam noemen. Daar woont een oude dame van 96: doof, praktisch blind en slecht ter been. Een oud besje. Járen krijgt ze huishoudelijke hulp. Degene die dat deed, gaat een paar jaar geleden met pensioen. Wat dan gebeurt, is iets wat beleidsmakers vaak over het hoofd zien, of niet kénnen?! Er komt een nieuwe hulp. Maar daarmee bestaat (nog) geen vertrouwensband en die is is wel essentieel als je te maken krijgt met mensen op hoge leeftijd, die in dit geval nog slecht zien en horen ook. Achterdocht groeit, terecht of onterecht. ‘Er verdwijnen spullen’. ‘Nee, echt niet. En sommige dingen heb je laten vallen en dan zie je ze niet meer liggen’.

In die situatie handelt een medewerker van de thuiszorg volledig buiten de werkelijkheid. De werkelijkheid van iemand die door het minste geringste uit evenwicht is geslagen. Van iemand die dingen niet meer ziet en dús feitelijk kwijt is. In die situatie stuurt thuiszorg een rekening ‘omdat mevrouw geen geldige indicatie heeft voor huishoudelijke hulp’. Dan kan ik zowat ontploffen. Dat is dus het empatisch niveau. Dat is dus waarmee we te maken krijgen.

Wellicht heb ik last van geheugenstoringen – kan best – maar ik kan me écht herinneren dat er een brief is waarin wordt gesteld dat ze vanwege de hoge leeftijd geen her-indicaties nodig had en dat de hulp zal worden gecontinueerd. Maar ja, die brief is al drie, vier jaar oud. Da’s lang voor sommige mensen.