Een begin? Is er niet.

Het is een intrigerende soort, de mens. Het intrigerende is het ingebouwd zelfvernietigingsmechanisme. Niet te vermijden en niet aan te ontkomen. Vanaf het moment dat we er zijn, zijn we op weg naar volledig wegvagen van onszelf. Uiteraard ontkennen velen dat en gebruiken verhullende begrippen als ‘vooruitgang’ en ‘ontwikkeling’. Zijn we niet van een soort super-aap ontwikkeld tot heer en meester van de aarde? Beheersen we niet natuurkrachten en imiteren we leven en natuur steeds meer en beter?

Waar, waar en waar. En al die ontwikkelingen leiden tot niets anders dan vernietiging. Vanaf de eerste interventie van de mens in zijn dagelijkse omgeving is dat gaande. Vuur? Met de beheersing kwam de controle en verdween de willekeur. Het is echter een idéé, een suggestie van controle.  Maar vuur beheersen we helemaal niet. We snappen hoe het werkt en we kunnen bepalen waar we vuur willen hebben. Maar gelet op de branden, brandjes en ongelukken doet vuur nog steeds niet wat wij willen. We beheersen het niet.

Een beter voorbeeld is misschien de medische kennis. Ook hier: vanaf de eerste interventie is een soort domino-effect ontstaan. Nieuwe ontwikkelingen zijn vaak een gevolg van eerdere ingrepen in ons lichaam of biologisch systeem. Geneesmiddelen met bijwerkingen. Nieuwe ziektes die waarschijnlijk niet eens nieuw zijn maar waar je eerder niet aan toe kwam, qua levensloop. Doodgaan aan wondroos, de tering of difterie voordat enige vorm van kanker kan toeslaan. Het is een beetje zoals een oude auto repareren; je hobbelt van probleem naar probleem als je eenmaal begint.

Waar het me om gaat, is dat ‘de mens’ z’n hersens gebruikt om te begrijpen. Een dodelijke ontwikkeling.

Onze beroemdste vragen draaien om dat thema. Waarom zijn we hier? Hoe is alles ontstaan? Ontstaan?! Hoezo: ontstaan? Waarom zou alles moeten zijn ontstáán?

Het_begin

Da’s geen vrijblijvende vraag. Het is wel een heel lastige om voor te stellen. Begrijpen is voor velen een eindig proces: ‘ooit zullen we alles weten, van de oorsprong van leven tot het begin van het heelal en meer’. Het is echter stomweg een gevolg van de eerste stappen op de weg van begrip en wetenschap. In eerste instantie zijn die nog te overzien ‘verrek, de aarde is rónd’. Waar het echter om gaat, is dat daarmee ook de weg is ingelagen van de domino. Antwoorden roepen vragen op (naar meer gedetailleerdheid).

Het is echt lastig om mee om te gaan. Maar waarom zou er een oorsprong en een reden zijn voor alles wat we ervaren, inclusief onszelf?

‘Waarom’ is een heel goede vraag. Kennis is een waardevol goed. Totdat we uit het oog verliezen dat we op zoek zijn naar óneindige kleinigheid. Da’s best interessant, want daarmee is de ultieme verklaring onmogelijk geworden. …. Je kunt lekker bezig blijven. En waarom zou het niet zo zijn dat er ‘gewoon’ altijd iets was?

Big bang? Gewoon het altijd al aanwezige dat uitdijt. Het begin van leven? Een chemisch en toevallig proces. Een goddelijk ontwerp (dus)? Nou, nee, het was er ‘gewoon’ en ontwikkelde zich.

Het is zo jammer dat we ons leven zo moeilijk, zwaar en complex maken door de drang te begrijpen en ons niet neer te leggen bij ‘toeval’, ‘lot’ en ‘van niets naar niets’.

Advertenties

In Leiden is het licht gezien

Tenenkrommend. De gemeente Leiden brengt een nota uit met de titel VerLEIDEN met Licht; Illuminatiebeleid 2015. Dat woordspelingen en -grappen níet makkelijk te maken zijn, bewijst die titel wel. Aan dat ‘verleiden’ gaan we niet eens al te veel woorden vuil maken. Binnenkort krijgen we vast ook iets met ‘geleiden’, ‘herleiden’, ‘leiden’, ‘afleiden’, ‘doorgeleiden’, ‘opleiden’, ‘rondleiden’, ‘toeleiden’, ‘voorgeleiden’, of ‘vrijgeleide’. Helemaal top lijkt me de ambtenaar die gierend van de lach onder z’n bureau verdwijnt na het bedenken van ‘belijden’. Om de nota niet ál te speels – want da’s vast synoniem met ‘onbelangrijk’ – te maken, gebruikt men de term ‘illuminatie’. Da’s immers de zwaarwichtige term voor ‘verlichting’?! Inderdaad, én voor een boekverfraaiing, voor een ingeving – in het christendom – en, mits je de e weglaat, zelfs een aanduiding voor geheime genootschappen. En voor (feest)verlichting, dus.

Leiden maakte dus een nota over de verlichting in de stad, van straatverlichting tot feestverlichting. Verrommeling moet immers worden bestreden. Eenheid en duidelijkheid zijn gewenst. Je zal het maar hebben dat bewoners hun eigen woon- en leefomgeving naar éigen believen verfraaiien. Of dat iedereen z’n eigen favoriete ‘mooiste Leidse plekje’ maar gaat uitlichten; en naar eigen inzichten.

Gelukkig is de nota het woord niet echt waard. Er staat verdraaid weinig in. Met de juiste instructies heeft een beetje schrijver ‘m binnen een dag of twee, drie wel gemaakt. Gelet op de inhoud kunnen die instructies ook niet veel kopzorgen opleveren. Toch is dat niet zo.

Deze nota is opgesteld in samenwerking met team Ruimtelijk Ontwerp, team Ontwerp en Mobiliteit, team Stads Ingenieurs, team Economie Cultuur Wonen en Duurzaamheid, voormalige unit Parkeren Markt en Water, Programma Binnenstad, Erfgoed Leiden en Omstreken en Cluster Stedelijk Beheer.

Ook is er aandacht voor participatie. Samen met Centrum Management Leiden en Stichting Marketing Leiden wordt gezocht naar mogelijkheden om Leiden bij Nacht nog meer op de kaart te zetten.

Blijkbaar dient zo’n nota nóg een doel: inter-ambtelijke inspraak. Zoals dat gaat: hoe meer partijen, hoe meer de tekst neigt naar de Grootste Gemene Deler en hoe minder expliciet of prikkelend. Hier dus ook. Taalkundig zijn overheidsnota’s vaak draken. Onleesbaar, als je eerlijk bent. Ook Leiden bezondigt zich daaraan: veel te hoogdravende hypercorrectie, waardoor af en toe nonsens of onzin ontstaat. “Het voeren van verlichting in bomen”: in alle betekenissen suggereert het werkwoord ‘beweging’, niet ‘aanbrengen’.

Toch zijn er best aardige gevolgtrekkingen te maken. Leiden gaat over op LED, heeft aandacht voor effecten van kunstlicht op flora en fauna. Positief, denk ik. Tegelijk staan er ook zaken in waarbij je best even mag stilstaan.

Illuminatie, het spel van licht en donker, maakt van de stad een theater.

Da’s nogal wat. In een theater kijk je zonder deel te nemen. Als je in deze nota leest: “minder (verlichting) is beter” en dat er ook niet teveel aangelicht mag worden om het benadrukkend effect van illuminatie niet teniet te doen (kijk, ik kan ook zo schrijven), dan is duidelijk dat Leiden impliciet een openluchtmuseum is. De aanpak is museaal: tentoonstellen en pronkstukken benadrukken.

Dat in Leiden mensen wonen en leven, lijkt van secundair belang. Wat ontbreekt, is het inzicht wat nodig is aan licht om te kúnnen leven. Da’s niet heel verwonderlijk, want de nota gaat over nadruk-verlichting en niet over straatverlichting. Toch staat er iets over in. Leiden vindt 2100K een prettige kleur: “een warme kleur (dichtbij de kleurtemperatuur van de Leidse lantaarn met 2100 Kelvin)”.

Dat wordt nog wat. Overal waar de LEDverlichting z’n intrede doet in de straatverlichting ontstaat ophef, over het kleinere bereik – meer gefixeerd – en de kleur. Voor de echt somberen: ook over de gevolgen voor de biologische klok vanwege slechtere slaap. Maar Leiden wil dus graag die 2100K (zo ongeveer zonsop- of ondergang).

Laat dat nu ook net de kleur zijn die onze binnenstad zo heerlijk duister maakt, zeker bij nacht en ontij, en vooral voor ouderen. Een beetje regenbui, een bril, en je ziet verdomd weinig in die gelig verlichte straten. Kijk, als de gemeente nu een echt belangrijke stap zou zetten voor haar bewoners dan zou dat een straatverlichting zijn die niet wordt beoordeeld op esthetiek van het armatuur of schemerlampjes-effect vanwege de ‘illuminatie’, maar licht waarbij op straat iets kunt zíen (en op kleur beoordelen) waardoor je je er veilig voelt.

Maar misschien dat er een ambtenaar is die de slogan al heeft? “Leiden, de stad waar je jong moet zijn”.

Schermopname (33)