Bedrijfsgeheimen?!

Een jaar of tien geleden heb ik bij het Programmabureau OL2000 gewerkt; grandioze tijd, vol van pietjebells en deugnietende ontdekkers. In die periode kregen we allemaal via het ministerie van Binnenlandse Zaken een legpuzzel van karton. Daarop stond een cartoon waarmee werd gewaarschuwd voor informatiediefstal op openbare plaatsen als gevolg van ondoordacht gedrag. Prima actie. Zeker met al die forensende ambtenaren.

Daaraan moest ik een dezer dagen denken toen in de trein een drietal medewerkers van Achmea gedetailleerd bezig was uit de doeken te doen hoe daar wordt omgegaan met beoordelingsgesprekken en loopbaanbegeleiding. En passant werden managers en afdelingshoofden gehekeld, op een niet mis te verstane manier.
Het heeft geen zin uit te zoeken wie die medewerkers waren. Wat veel relevanter is, is dat bedrijven zich eens heel goed moeten realiseren hoe belangrijk hun medewerkers zijn; niet alleen als wérknemers, maar vooral ook als promoters van het bedrijf. Of als vileine, maar doeltreffend-destructieve ongeleide projectielen.

Denk niet dat dat verschijnsel pas is ontstaan met de explosieve groei van sociale media. Het is van alle tijden. Maar wat die sociale media wél mogelijk maken is een groter, een veel groter, bereik van wat wordt gezegd. Ook vandaag: op Twitter wordt een Utrechts reïntegratiebedrijf min of meer tot de grond toe afgebrand.

In de trein naar huis zat ik tussen drie jonge meisjes. Die hadden het dan wel niet over een werkgever. Maar, jonge, jonge, jongens kwamen er evenmin genadig van af.

Advertenties

De nieuwe paria’s

De halve sociale mediawereld was weer ’s in rep en roer, sommigen zelfs in extase. Want wat gebeurt: onze Nationale Trots, de luchtridder KLM, kondigde aan dat passagiers binnenkort hun zitplaatskeuze konden laten beïnvloeden door sociale media. Ofwel: kijk eens wie er naast je zit en kies daarna mogelijkerwijs een andere plaats. Veel meer is er van het KLM-initiatief niet bekend, maar volgens de De Volkskrant gaat er meer functionaliteit volgen.

Er waart een spook door de wereld, en het heet ‘liken’. We ‘liken’ onszelf wezenloos, zo lijkt het. Tegen het spook van het communisme – Marx geparafraseerd – keerde zich de gevestigde orde in een poging de opkomst van de volksstem te stoppen en te keren. Als een vloedgolf raasden de nieuwe ideeën over Europa, de verheffing van de onmachtigen predikend. Uiteindelijk eindigend in een dictatuur van (namens) de massa die in een aantal gevallen wel heel destructief bleek.

Het is dat allesverzengende beeld dat me af en toe te binnen schiet als ik lees over ‘invloed’. Welke doos van Pandora openen we? Steeds meer worden ‘toeval’ en ‘het lot’ uitgebannen. Maar met welk effect?

Klinkt leuk: weten naast wie je gaat zitten tijdens je vliegreis. Het klinkt in elk geval als een goede manier om gespreksonderwerpen te vinden. Maar wat gebeurt als dergelijke keuzesystemen ontaarden in populariteitspolls? Wat gebeurt er met mensen die keer op keer worden geconfronteerd met anderen die hen niet interessant genoeg vinden? Nog afgezien van de vraag waarop dat recht tot oordelen – wat het impliciet echt wel is – is gebaseerd, is er de vraag wat zoiets doe met ménsen.

Een paar maanden geleden dook een vergelijkbare discussie ook even op rondom de vraag hoe je reageert op mensen die besluiten je te ontvolgen op twitter. De stoersten onder ons doet dat uiteraard iets. En de megalomanen hebben zoveel volgers dat ze die ene meer of minder niet eens opmerken. Maar wat te denken van de mensen die de sociale relaties serieus nemen en zich afvragen: wat deed ik verkeerd om die ander weg te jagen? Dééd u wel iets verkeerd?

Af en toe meer aandacht voor de zwakkeren in onze digitale samenleving lijkt me gewenst. Want voor we het weten, hebben we te maken met onze eigen groep paria’s, verstotenen waarmee bijna niemand communiceert of mee wíl communiceren. Terwijl achter die digitale persoonlijkheid toch echt een écht mens van vlees en bloed en emoties kan schuilgaan.