5 Bewijzen van visionairen

Dat is wat een Koninginnedag-rommelmarkt met je doet. Naast de pijnlijke voeten van het slenteren, realiseer je je ineens dat thuis nog een leuk boek ligt met prachtvoorbeelden van “wonderlijke gadgets en andere verbluffende vondsten”. Het is een boek dat ik ooit bij De Slegte kocht. Er in vind je 100 voorbeelden uit de verzameling rariteiten en gadgets van een zekere Maurice Collins.

Als je zo’n boekje doorbladert, valt op hoeveel vindingrijkheid er op wereld is. Maar ook hoezeer sommige wensen die wij nu vervult zien in het dagelijks leven al lang geleden ook leefden. En anders werden opgelost. Met de middelen en ideëen van toen.

Vijf voorbeelden uit het boekje Rare Apparaten:

1. De TomTom uit de jaren 1920-1930

20120430-192408.jpg

Een TomTom is feitelijk niet veel anders dan een digitale kaartenlezer. Dit is de versie uit het analoge tijdperk, uit de begintijd van de auto zelfs. De papieren kaart schoof je in de klem en met de ronde beugel zette je het hele apparaat op je bovenbeen vast. Voor mannen noteert de auteur dat dit ontegenzeglijk mooie handvat bij bruusk remmen zorgde voor “bijwerkingen waar we liever niet te lang bij stilstaan”.

2. De genezende werking van elektriciteit

20120430-193016.jpg

“Deze Elektroller uit 1930 gaf, middels een ingebouwde dynamo, elektrische schokjes op de plaatsen waar je jezelf wilde behandelen.”

3. De kopieermachine

20120430-191549.jpg

“In 1840, ruim een eeuw voor de eerste elektrische kopieerder, was er al een draagbare kopieerpers in de handel. De originele brief werd vers en nog nat in de inkt gedrukt tegen een speciaal vel papier en zo gekopieerd. Slim bedacht en bekroond met een patent.”

4. De ligbril

20120430-194314.jpg

Vervang ‘boek’ door ‘tablet’, en zie daar…

“Aan de brillenglazen zitten schuine spiegels bevestigd. Op bed gaan liggen, bril opzetten, boek op de borst en lezen maar. Geen lamme armen en schouders omdat je een boek te lang boven je neus moest houden als een papieren baksteen.”

5. De dictafoon

20120430-194156.jpg

“Deze dictafoon stamt uit de jaren ’20, toen ze al zo’n dertig jaar hadden geëxperimenteerd met dit soort ‘stemmenvangers’. Desondanks had je ook toen nog één apparaat nodig om op te nemen, een ander toestel om de wassen cilinder mee af te spelen en te beluisteren en een derde om de cilinder te wissen. Dat laatste gebeurde door de was voorzichtig af te schrapen.”

Verantwoording: de citaten zijn overgetikt uit Rare Apparaten van Maurice Collins. Niet eenvoudig meer te krijgen, geloof ik. De foto’s zijn met mijn iPhone 4s uit dit boek gemaakt.

Advertenties

Lewis Hyde over arbeid en inspanning

Dit vind ik zó mooi.

Denk er ’s over na (Dan maak ik me er vandaag met een jantje van leiden van af. Ook omdat ik het woord labor moeilijk te vertalen vind. Inspanning?!).

Work is what we do by the hour. It begins and, if possible, we do it for money. Welding car bodies on an assembly line is work; washing dishes, computing taxes, walking the rounds in a psychiatric ward, picking asparagus — these are work. Labor, on the other hand, sets its own pace. We may get paid for it, but it’s harder to quantify… Writing a poem, raising a child, developing a new calculus, resolving a neurosis, invention in all forms — these are labors.

Work is an intended activity that is accomplished through the will. A labor can be intended but only to the extent of doing the groundwork, or of not doing things that would clearly prevent the labor. Beyond that, labor has its own schedule.

There is no technology, no time-saving device that can alter the rhythms of creative labor. When the worth of labor is expressed in terms of exchange value, therefore, creativity is automatically devalued every time there is an advance in the technology of work.

Ach, vergeet ’t haast. Het citaat is te vinden op Brainpickings en uit The Gift: Creativity and the Artist in the Modern World van Lewis Hyde. Uit 1983, maar dat bewijst ook wel weer dat wat oud(er) is niet slecht(er) is en dat wat nieuw is niet per sé beter. Kwaliteit is tijdloos.

En de boodschap? Niet verrassend voor wie dit blog volgt: creativiteit is geen economisch goed.