Opleuken in Leiden

Zojuist vielen er drie stempassen op de deurmat. Het vierde lid van ons gezin krijgt ‘m in een ‘studentenhuis’ toegestuurd; vast op en daarna verdwijnend in de stapels folders en onduidelijk drukwerk. Niet voor niets loopt het mis met allerlei betalingen. Maar dat terzijde.

Waarom we stempassen krijgen, is me een raadsel. Niet alleen zijn het gewoon A5-formaat velletjes papier – en zeker geen pasjes – maar ze lijken me ook overbodig. Sinds járen zijn alle Nederlanders verplicht zich te kunnen legitimeren. Dus waarom die extra post? Omdat we het al lang zo doen? Dá’s een goede reden, zeg: omdat we het zo altijd al doen.

In Leiden niet, hoor.

Op de envelop staat dat de stempas er in zit. Voor mij altijd reden om hem daarom maar niet open te maken. De datum waarop je voor iets moet gaan stemmen, ontgaat je door al die media-aandacht niet – met uitzondering van het waterschap misschien, want da’s niet sexy genoeg voor de media.

Toch zou je de envelop meteen moeten open maken. Want de gemeente Leiden is inmiddels ook over op ‘jolige bijsluiters om u enthousiast te maken’.

Photo 28-02-14 11 49 48

Natuurlijk is je stem een serieuze zaak. En natuurlijk is het slecht als veel mensen niet meer de moeite nemen om te stemmen.

Maar natuurlijk is het even kwalijk te denken dat die mensen niet gaan stemmen omdat het niet léuk zou zijn.

Stemmen, je vertegenwoordiger kiezen, ís geen zaak van ‘leuk’ of populariteit. Daarmee degradeer je democratie tot hetzelfde niveau als talloze ‘contests‘ op televisie, die minder met kwaliteit dan met deelnemerspopulariteit hebben te maken. Dan versterk je de behoefte aan aandachtpakkende slagzinnen. Dan is verleuken het doel geworden.

Het is een Leidse gewoonte aan het worden. In de stad wordt als oplossing voor veel het opleuken gedacht. De vraag óf iets zinvol is op te leuken, wordt – in elk geval niet publiek – gesteld. Zo moet de – ooit! – belangrijkste straat van Leiden weer leuk worden om ‘er te zijn’. De eerste vraag is of het nog steeds zo’n belangrijke straat ís. Leiden heeft een serie aaneengeschakelde singels. Die leuken we op door er één singelpark van te maken. De eerste vraag is: voor wíe? Leiden heeft geen spectaculair hoge opkomstpercentages bij raadsverkiezingen. Die leuken we op. De eerste vraag is: komen die kiezers niet omdat het stemproces niet léuk is?!

Screenshot

Mij doet dit weer denken aan die eindeloze discussies met mensen die menen dat ‘alles in eenvoudig en begrijpelijk Nederlands beschikbaar moet zijn’. Dat is nonsens. Er zíjn onderwerpen die complex zijn en er zíjn mensen die te dom zijn om iets te begrijpen.

Ook als dat een grondrecht is, zijn er mensen die dat niets interesseert. Dát is eerder aan de orde dan dat er sprake is van de behoefte aan ‘leuker maken dan het is’. Voordat je het weet, bevind je je in de situatie waarin benefietconcerten de heel terechte vraag oproepen: komen al die duizenden vanwege het dóel of vanwege de muziek? Zullen we maar uit gaan van die laatste optie?

Is het een slecht idee?

Zeer zeker niet. Iedere extra vrolijkheid is altijd meegenomen, of het nu verkiezingen zijn of een gewone grauwe winterdag. Maar mijn advies zou zijn Verkiezingsdag te organiseren, waarbij het feit dat je mág en kúnt stemmen de reden is om te feesten. Een variant op Koningsdag, dus. Met aankondigingen die níet bij de stempassen zijn ingesloten.

Maar, gemeente, probeer me niet te verleiden te komen stemmen door dát op te leuken. Zó onnozel ben ik niet.

Photo 28-02-14 11 50 01

Advertenties

Stad der ouderen

Eerlijk gezegd, is het geen dagelijkse gedachte. Zo af en toe fladdert-i weer ’s binnen. Waarom, waardoor opgewekt? Geen (bewust) idee.

Het gaat over ouderdom en tijd. Vandaag bedacht ik het me weer toen ik door Leiden reed:

een stad verandert langzamer dan een mens

Mocht je nu dubbelknikken van de lach over deze open deur, heb je er weleens bij stilgestaan?

Inmiddels zal het iedereen wel bekend zijn dat niet alle ontwikkelingen in dezelfde pas lopen. Sommige, zeker de moderne, gaan waanzinnig snel in vergelijking tot andere, bijvoorbeeld biologische aanpassingen. Tot de komst van computers was dat uit de pas lopen nog binnen een hanteerbare bandbreedte, alhoewel de apocalytische essays al tijdens de Industriële Revolutie piekten.

Passagiers zíjn niet gestikt door zuurstofgebrek als gevolg van té snel rijdende treinen. De auto maakte de mens niet onvruchtbaar. En de telefoon heeft niet geleid tot vooral veel leeghoofdig vrouwengeklets.

Die voorspellingen zijn echt gedaan. Bij vernieuwing hoort angst voor het onbekende. Interessant is vooral dat de snelheid van verandering een grote rol speelt. Snel, té snel vooral, werkt weerstand in de hand.

Dan ben je geneigd te denken dat het vooral de technologische ontwikkelingen zijn die voor die spanning zorgen. Maar jouw stad of dorp is het ook!

Steden leven. Ze veranderen. Over de jaren heen verandert het straatbeeld, de winkels, de woningen, de staat van de woningen, de aanwezigheid van hoogbouw, de esthetische waarden. Zo’n stad past zich aan aan z’n bewoners. Maar… binnen grenzen.

De samenleving veroudert. Het aantal ouderen in stad, dorp en gehucht zal toenemen. Daarop zie je de stad al wat anticiperen. Twintig jaar geleden was een opticien een normaal beeld in de winkelstraat. Vandaag vind je er ook de handel in gehoorapparaten en verkoopt de supermarkt rollators.

Maar de stad is nog lang niet gereed.

Er zijn nog een jaar of twintig te gaan en dan gaat die hausse aan ouderen loskomen. Maar is de stád dan klaar? Want die ouderen zijn langzamer, onnauwkeuriger in hun fijne motoriek, slechthorender, slechtziender. Dat hoef j niet eens dramatisch voor te stellen om de gevolgen te voorzien.

Alleen het verkeer al. Een stad als Leiden wil een rustige, wandelbare binnenstad hebben. Da’s een prima beeld toch, zul je denken. Het is een beeld dat goed aansluit bij gezonde mensen, maar niet bij minder mobiele. Parkeergarages aan de rand van de stad? Hopelijk wel met brede parkeerplaatsen en brede aan- en afvoerwegen. En in die binnenstad zijn toch wel voldoende rustplaatsen? En goed sanitair? Wat? Liggen er kinderhoofdjes? Maar hoe rollator je daar overheen?

Op die manier wordt een binnenstad speelplaats voor gezonden. Draconisch voorgesteld: de oudere medemens wordt – bewust of onbewust – in de buitenwijken gehouden. Een reservaat: die hippe en leuke binnenstad, of de saaie en vergeten buitenwijken?