De muis

img_5559

Dit noemen wij hier in huis ‘de muis’. Het zijn er twee. Ooit leken ze op elkaar. Maar de rechter was al direct het favoriete speeltje van één van onze twee jonge poezen. Dat groene stukje stof zoekt ze, verstopt ze zelf, gooit ze in de lucht en loopt ze mee te pronken; al een maand of vier. En ook nu het he-le-maal niets meer weg heeft van een muis, zelfs geen namaak.

De witte muis heeft onze zolderbewonende zoon vandaag terug gevonden, op zolder. Die is meteen geconfisqueerd door de andere poes. Dat leek meer een rustige jager. Totdat ze dit stoffen geval ontdekte. Ook deze muis gaat de lucht in, schuift over de vloer, wordt in de bek mee genomen. En mejuffrouw grómt, net als d’r zus, als iemand te dicht bij haar prooi komt.

Maar het mooist is en blijft hoe katten hun speeltjes zélf kunnen verstoppen en dan héél verrast zijn als ze ‘m vinden. Om dan met de prachtigste sprongen en omtrekkende bewegingen bovenop die verrassing duiken. Om ‘m daarna zelf weer te ‘verstoppen’. ‘Eindeloos’ doorgaand.

Dan snap je al die kitten- en jonge kattenfilmpjes wel. Da’s gewoon gratis topvermaak.

Niet mijn keuze

Het is niet mijn keuze. Ik ben hier omdat ik nooit elders was. Geboren en getogen is dit de omgeving die voor mij vanzelfsprekend is. En zonder oorlogen dus ook veilig.

Dat is de kern.

Inmiddels wordt die veiligheid aangetast. Dat snappen, eist jezelf kunnen verplaatsen. Jammer genoeg lijken veel mensen die vinden dat ík me moet verplaatsen, dat zelf níet te kunnen.

Dat is het probleem.

Ik ben nu 61. Volgens sommigen is dat oud. Dat terwijl de overheid vindt dat ik tot 67 en 3 maanden zou moeten doorwerken voordat de wortel AOW/pensioen werkelijkheid wordt. Zó oud ben ik, zijn wij, dus niet. Of zou er toch een verschil zijn in economische waarde en belevingswaarde?

Wat ik kan vertellen, is dat mijn denken niet principieel anders is geworden sinds m’n twintig-dertigste. Niet alles voor waar aannemen, is toen ingeprent en gebleven. Mogelijk dat levenservaring daaraan toevoegde dat niet diréct te doen, maar even tijd te geven aan het uitwoeden van eerste emoties. Maar waarschijnlijk deed ik dat altijd al, want primair reageren heeft me nooit gelegen.

Mijn manier van denken veranderde niet echt. Toch merk ik dat vooral jonge mensen denken dat dat wél zo is en dat stijgende leeftijd je berooft van talenten. Alsof de mening van ouderen over de samenleving minder waar(d) is dan die van jongere generaties. Het dieptepunt in dat denken deed zich een jaar of tien voor met jonge mensen die politieke bewegingen oprichtten en ook beter dan wie wisten dat vakbewegingen onzin zijn. Niemand van hen twijfelde aan zichzelf. Kón dat ook niet, vermoed ik.

Hoe ver zitten ze er naast.

Wat veel jongere mensen niet blijken te kunnen – niet blijken te wíllen, zou helemaal erg zijn – is zich voorstellen hoe mijn – en hún – leven er eigenlijk uit ziet. Vertederd staren we naar dieren en hun soms beperkte leefwereld. Om te fantaseren over de vlinder die slechts enkele dagen leeft, of over de wereld van de mier waar wij als mensen met reuzenvoeten doorheen kunnen banjeren. Het is heel bijzonder dat we dat niet voor ons eigen soort kunnen: ons voorstellen hoe levens in elkaar steken.

wie-de-jeugd-heeft-heeft-de-toekomst

Ik ben Nederlander. Niet als keuze, maar omdat mijn genetisch materiaal zich hier ontwikkelde tot mens. Net als voor de mier en de vlinder is dat een gegeven. Het is de enige pek die ik vorm kan geven; stomweg omdat ik niet elders ben, maar híer. Dat houdt in dat je tijdens je leven ook je toekomst ziet in en met deze omgeving. Zonder oorlogen of ander onheil van buiten is het dan ook míjn wereld.

Dat is nogal belangrijk.

Ik ben opgevoed met de idee gastvrij te zijn, zeker voor mensen die het ‘minder’ hebben. Da’s best lastig heb ik ondervonden. Té vaak je neus stoten door uiteindelijk jezelf tekort te doen, werkt niet stimulerend. Maar wat ik écht als beledigend begin op te vatten, zijn de mensen die me kwalificeren.

Twee springen er uit: de zwartepietbestrijders en de ouderenhaters. Allebei zitten ze zó fout. De bestrijders door zonder na te denken hele groepen mensen weg te zetten als racist zonder zich af te vragen of dat zo is bedoeld. Wat hen drijft, is weer die egocentrische aanpak van ‘mij komt het zo over en dus moet jij…’. Nee, sukkel, vraag één had moeten zijn of het ook zo is bedóeld. En vraag twee had moeten zijn dat jíj daar gevoelig voor bent en vraagt of het anders kan. Door de Trumpaanpak te kiezen, hebben ze nu een geest uit fles gelaten. Een geest die niet meer wordt beteugeld; stomweg door de valse beschuldiging over iets wat in heel veel levens een gegeven was, een traditie inderdaad. Eentje die je best kunt veranderen, maar niet door de olifant de porseleinkast in te jagen.

De ouderenhaters snappen er eigenlijk nóg minder van. Die hebben niet door dat zijzelf over enkele jaren zelf ouder zijn en daar nu al op voorsorteren. Die snappen niet dat ouderen niet altijd oudere zijn geweest, maar net als zij een heel leven hebben geleid. Dat dat leven mogelijk zelfs méér recht van spreken inhoudt omdat ouderen meer hebben gedaan. Die snappen niet dat ouderen hun hele leven hebben geleid met toekomstdromen en idealen. Die nu tot uitdrukking zouden moeten komen. Dát is wat al die ouderen-critici zich eens zouden moeten voorstellen: je eigen leven als 50plusser, waarin niet langer jij maar jongere anderen jouw leven inrichten en sturen. Onzin? Nee, dat is exact wat er gebeurt als je het leven van 55plussers ontkent.

Het is allemaal niet zo moeilijk. Het belangrijkste is dat we met z’n allen eens stoppen met denken dat alles een (eigen) keuze is. Dat is het niet. Er is veel dat een gegeven is. Dat is niet een reden om níet te veranderen, maar het is wel een reden om goed te kijken en na te denken over wat je doet. En dát, dat denken vanuit het perspectief van de ander, dat lukt weinigen. Jammer. Voor jullie, de generaties na de mijne.