Niet mijn keuze

Het is niet mijn keuze. Ik ben hier omdat ik nooit elders was. Geboren en getogen is dit de omgeving die voor mij vanzelfsprekend is. En zonder oorlogen dus ook veilig.

Dat is de kern.

Inmiddels wordt die veiligheid aangetast. Dat snappen, eist jezelf kunnen verplaatsen. Jammer genoeg lijken veel mensen die vinden dat ík me moet verplaatsen, dat zelf níet te kunnen.

Dat is het probleem.

Ik ben nu 61. Volgens sommigen is dat oud. Dat terwijl de overheid vindt dat ik tot 67 en 3 maanden zou moeten doorwerken voordat de wortel AOW/pensioen werkelijkheid wordt. Zó oud ben ik, zijn wij, dus niet. Of zou er toch een verschil zijn in economische waarde en belevingswaarde?

Wat ik kan vertellen, is dat mijn denken niet principieel anders is geworden sinds m’n twintig-dertigste. Niet alles voor waar aannemen, is toen ingeprent en gebleven. Mogelijk dat levenservaring daaraan toevoegde dat niet diréct te doen, maar even tijd te geven aan het uitwoeden van eerste emoties. Maar waarschijnlijk deed ik dat altijd al, want primair reageren heeft me nooit gelegen.

Mijn manier van denken veranderde niet echt. Toch merk ik dat vooral jonge mensen denken dat dat wél zo is en dat stijgende leeftijd je berooft van talenten. Alsof de mening van ouderen over de samenleving minder waar(d) is dan die van jongere generaties. Het dieptepunt in dat denken deed zich een jaar of tien voor met jonge mensen die politieke bewegingen oprichtten en ook beter dan wie wisten dat vakbewegingen onzin zijn. Niemand van hen twijfelde aan zichzelf. Kón dat ook niet, vermoed ik.

Hoe ver zitten ze er naast.

Wat veel jongere mensen niet blijken te kunnen – niet blijken te wíllen, zou helemaal erg zijn – is zich voorstellen hoe mijn – en hún – leven er eigenlijk uit ziet. Vertederd staren we naar dieren en hun soms beperkte leefwereld. Om te fantaseren over de vlinder die slechts enkele dagen leeft, of over de wereld van de mier waar wij als mensen met reuzenvoeten doorheen kunnen banjeren. Het is heel bijzonder dat we dat niet voor ons eigen soort kunnen: ons voorstellen hoe levens in elkaar steken.

wie-de-jeugd-heeft-heeft-de-toekomst

Ik ben Nederlander. Niet als keuze, maar omdat mijn genetisch materiaal zich hier ontwikkelde tot mens. Net als voor de mier en de vlinder is dat een gegeven. Het is de enige pek die ik vorm kan geven; stomweg omdat ik niet elders ben, maar híer. Dat houdt in dat je tijdens je leven ook je toekomst ziet in en met deze omgeving. Zonder oorlogen of ander onheil van buiten is het dan ook míjn wereld.

Dat is nogal belangrijk.

Ik ben opgevoed met de idee gastvrij te zijn, zeker voor mensen die het ‘minder’ hebben. Da’s best lastig heb ik ondervonden. Té vaak je neus stoten door uiteindelijk jezelf tekort te doen, werkt niet stimulerend. Maar wat ik écht als beledigend begin op te vatten, zijn de mensen die me kwalificeren.

Twee springen er uit: de zwartepietbestrijders en de ouderenhaters. Allebei zitten ze zó fout. De bestrijders door zonder na te denken hele groepen mensen weg te zetten als racist zonder zich af te vragen of dat zo is bedoeld. Wat hen drijft, is weer die egocentrische aanpak van ‘mij komt het zo over en dus moet jij…’. Nee, sukkel, vraag één had moeten zijn of het ook zo is bedóeld. En vraag twee had moeten zijn dat jíj daar gevoelig voor bent en vraagt of het anders kan. Door de Trumpaanpak te kiezen, hebben ze nu een geest uit fles gelaten. Een geest die niet meer wordt beteugeld; stomweg door de valse beschuldiging over iets wat in heel veel levens een gegeven was, een traditie inderdaad. Eentje die je best kunt veranderen, maar niet door de olifant de porseleinkast in te jagen.

De ouderenhaters snappen er eigenlijk nóg minder van. Die hebben niet door dat zijzelf over enkele jaren zelf ouder zijn en daar nu al op voorsorteren. Die snappen niet dat ouderen niet altijd oudere zijn geweest, maar net als zij een heel leven hebben geleid. Dat dat leven mogelijk zelfs méér recht van spreken inhoudt omdat ouderen meer hebben gedaan. Die snappen niet dat ouderen hun hele leven hebben geleid met toekomstdromen en idealen. Die nu tot uitdrukking zouden moeten komen. Dát is wat al die ouderen-critici zich eens zouden moeten voorstellen: je eigen leven als 50plusser, waarin niet langer jij maar jongere anderen jouw leven inrichten en sturen. Onzin? Nee, dat is exact wat er gebeurt als je het leven van 55plussers ontkent.

Het is allemaal niet zo moeilijk. Het belangrijkste is dat we met z’n allen eens stoppen met denken dat alles een (eigen) keuze is. Dat is het niet. Er is veel dat een gegeven is. Dat is niet een reden om níet te veranderen, maar het is wel een reden om goed te kijken en na te denken over wat je doet. En dát, dat denken vanuit het perspectief van de ander, dat lukt weinigen. Jammer. Voor jullie, de generaties na de mijne.

Waar gemeente, UWV en Belastingdienst falen

Onze jongste zoon kreeg een brief. Van de Belastingdienst. Brieven krijgen is voor jonge mensen in het algemeen al vrij bijzonder. De enige afzenders zijn overheden, lijkt het; een teken aan de wand als het gaat om vooruitgang.

Het bijzondere aan de brief, zo bleek, was dat hij blijk gaf van een méédenkende Belastingdienst. Nu vind ik dat de Belastingdienst het echt niet zo slecht doet als de media, lui als die zelf zijn, het afschilderen. Effe achterom kijken, een jaar of twintig, is voor veel ‘journalisten’ te veel werk, te moeilijk of komt niet eens meer óp in hun hoofd. Maar de stappen die zijn gezet, zijn enorm. Niemand hoeft meer in maart in de stress te schieten vanwege ‘de blauwe envelop’ en het werk wat dat betekent aan stapels en stapeltjes papier doorspitten. Nog afgezien van die vage angst een aftrekpost te hebben gemist.

Deze brief was niet zó. Onze zoon werd er op gewezen dat hij mogelijk in aanmerking kwam voor belastingaftrek, zo had de dienst zelf geconstateerd. Daar wilden ze hem even op wijzen.

Mijn eerste reactie was lovend. Mooi dat ze dat doen, zeg. Dat vind ik nog steeds (en ik realiseer me plots dat ik niet weet of de betreffende zoon ook áctie ondernam. Ook zo’n generatiedingetje). Mijn tweede reactie was heftiger en vooral gepikeerd.

In 2012 kwam ik voor een periode van 38 maanden in aanmerking voor WW. Dan word je – in tal van eerdere blogposts te lezen – geïncorporeerd in het systeem UWV. Dát een ecosysteem noemen is teveel eer – ook omdat dat hele ‘ecosysteem’-spreken pseudo-biologisch determinisme weerspiegelt. Je wordt onderdeel van en UWV beheerst en bepaalt je leven, op papier. De grootste grap is dat je conformeren aan die wensgedachte van het UWV meteen de ban opheft en je een enorme vrijheid biedt: de sufferds dóen namelijk niets.

Kijk, en dát is kwaadmakend.

Met dat hele UWV heb ik alweer een poos niets te maken. Ik ben vrij. Ik ben freelancend NUG’er (Niet-Uitkerings Gerechtigde: bedacht door de flapdrol van het jaar …). In die periode ben ik er achter gekomen dat iedere UWV-afhankelijke zich goed moet realiseren dat het UWV je helemaal niet helpt, maar uitsluitend en alleen een bureaucratisch apparaat is. En dat bedoel ik precies zoals Weber dat ooit muntte: een soort enorme boekhoudmachine met mensen als radertjes. Zelfs het geld dat dat systeem rondpompt ten behoeve van reïntegratie en scholing is verspild geld dat terecht komt bij adviseurs, trainers en andere geldruikende wolven.

Wat UWV dus niet doet, is húlp bieden van enige vorm. Menselijk contact was een soort enge droom (alhoewel de ik-heb-makkelijk-prater Thissen nu (weer) beweert dat Werk.nl menselijker moet worden). Uítstroom was de natte droom en tot die tijd was conservering de oplossing. Conserveren door middel van regels en nutteloze trainingen Hoe Leuk Ik Mijn CV Op. Eenmaal ‘uitgestroomd’ moet er een zucht van verlichting door UWVgelederen zijn gegaan, óók als die uitstroom naar ‘niets’ was (want dat zijn NUG’ers: statistisch en financieel onzichtbaren).

Als ze een klein beetje empathie hadden gehad bij het UWV, als ze ook maar íets hadden opgestoken van hun peperdure trainingfaciliteit Klantvriendeljkheid, dan hadden ze, net als de Belastingdienst, moeten informeren.

Weet jij dat er een regeling bestaat die Middeling heet? Ik hoorde er het afgelopen half jaar pas van. Het is een regeling van de Belastingdienst die inhoudt dat bij grote inkomensverschillen over een periode van drie jaar de inkomstenbelasting kan worden gemiddeld. Bij grote inkomensterugval gaat dat om substantiële bedragen. Wel moet de aanvraag binnen drie jaar na de laatste definitieve belastingvaststelling zijn ingediend. Voor heel veel WW’ers – vaak ouderen die uit de duurderde functies werden gewerkt – een interessante optie.

Maar niet dat het UWV je daar op wijst, terwijl zíj de club zijn die het leven van de WW’er (menen te kunnen) beheersen. Voor iedere stap en scheet is toestemming van hen nodig en dus verwacht je dat zij je ook goede begeleiden en informeren. Niets van waar. Niemand die je hier op wijst.

Ik was te laat. Althans, ik had een trio jaren waardoor ik zo’n €550 terug had kunnen krijgen. Nét te laat. Een tweede trio was weer wel mogelijk. Maar dat ging over €200. Mooi meegenomen, hoor. Maar het voelt toch alsof je €350 door de neus is geboord.

Door de zichzelf zeer klantvriendelijk vindende club UWV (echt citaat:  “In januari 2008 mocht het als eerste overheidsbedrijf ter wereld het prestigieuze COPC-certificaat ontvangen,dit is een besturingsmodel specifiek voor contact centers. Het behalen van dit certificaat is typerend voorUWV Klantencontact, het werkt volgens duidelijke procedures en stelt de klant voorop. Die willen we in één keer antwoord op de vraag geven, onze missie is daarom ook: UWVraag beantwoord.” En ja, dat vet is echt door het UWV zelf gebruikt)

Dan zetten we het zelf maar weer recht. Hier kun je narekenen of Middeling jou iets oplevert. Dóen!

schermopname-60