Schrikken van een rollator

Het is een rollator zoals mijn moeder die ook had. Maar dan met een soort rugleuning, zodat je er ook op kunt zitten en leunen (alhoewel ik niet veel vertrouwen heb in de weerstand van het ding wat ik zag).

Verder ben ik een beetje onthutst. Vanmiddag.

Achter die rollator liep een kromme man, niet eens langzaam, maar ook niet snel. De rollator zal vast voor de stabiliteit zijn. Da’s wel een lastige, want veel mensen ‘nemen’ veel te vroeg een rollator en passen hun gedrag en houding aan die dingen aan. In dit geval is dat niet zo.

1300_209026c_0514

Het onthutsende is dat ik die man kén. Hij is jonger dan ik, denk ik. Ik ken hem uit m’n studententijd.

Om op vakantie te kunnen, werkte je dan overal en nergens. Aan de ANWB-winkel in Leiden – twee of drie zomers gewerkt – heb ik goede herinneringen. Er werkten alleen maar meisjes en één dame, het kantoorhoofd. In de zomer nam die echter jongens aan, met opzet ‘want alleen vrouwen is niks. Met mannen erbij is het anders. is de sfeer ontspannener’. Dat was ook wel zo. Maar goed.

Deze man achter de rollator kende ik van een ander baantje; bij KLM Vrachtafhandeling. De mannen die in de vliegtuigruimen koffers laden en lossen. Klotewerk in onmogelijke lichaamshoudingen. In die tijd. Hopelijk is het nu anders. Maar wij waren de afdeling die internationale post verwerkte. Ongeveer vijfendertig jaar geleden.

In Hoofddorp had KLM een grote loods. Daar kwamen de postzakken binnen en wij distribueerden de post. Niet de stukspost – dat was af en toe en ook voorbehouden aan vaste medewerkers – maar de bulkpost. Dan kwamen de Vaniety Fairs, de kranten, de magazines binnen en mochten wij die verdelen naar land en stad. Niet zeer complex werk, maar wel zeer stoffig.

Eén van de vaste medewerkers daar was hij. Een stille jongen. Niet de grootste geest. Maar wel heel serieus bezig met z’n werk. En ook uit Leiden.

Alhoewel ik ‘m niet ken – anders dan wat je net las – is het toch een bekend gezicht. Toch schrik je. Wat heeft ‘m in die positie gebracht? Is het een erfelijke aandoening die hem achter die rollator bracht? Een ongeluk? Een gevolg van z’n werk – waar hééft hij in al die jaren gewerkt?

Gewoon vragen, ik weet ‘t. Als ik in m’n huidje ‘verslaggever’ kruip, is dat geen enkel probleem. Maar dat huidje werkt nu niet en dan ligt er plots een enorme berg tussen hem en mij. Een berg van ongemak.

Maar de onthutsing blijft nog even.

Een rollátor.

Over ledigheid en nutteloosheid

De rust is misschien nog wel het indrukwekkendst. De rust die niet hetzelfde is als niets meer dóen. Het is de rust niets te móeten doen, maar te willen doen. Dat is een centraal begrip ‘zelfbeschikking’. Het past ook prima in de visie van een overheid die de burger zelfstandiger wil laten functioneren. Toch klopt het van geen kant.

De rust begon noodgedwongen door het verliezen van werk. Zoek dit blog maar door en je vindt blogposts erover; over sombere gedachten – eufemistisch – en over onrecht. Onrecht, niet over een arbeidsconflict maar wel over bejegening. Want da’s dus wel degelijk aan de orde.

In het begin heb ik geregeld gedacht dat het jaloezie is dat mensen ertoe aanzet te oordelen over niet-werkenden. Hoe vaak ik wel niet hoorde “ik zou het wel weten, hoor, met al die vrijetijd en niet meer moeten doen wat anderen beter denken te weten”. Echt verbaasd ben je dan ook niet als uit onderzoek blijkt dat 60% van de werknemers ontevreden op het werk zit. Dat is waar: wij, niet-loonvormend-werkenden, hebben dát niet. We zijn vrij.

Dat neemt niet weg dat er dwang-organisaties zijn, die de indruk wekken vooral disciplinerend op te treden: UWV en Sociale Dienst. Over die eerste kunnen we kort zijn: volledig overbodig. Men voegt níets toe en is geheel en uitsluitend bezig met het in stand houden van het eigen systeem. Mocht je dat niet geloven, dan ben je van een andere planeet. De verhalen over de ervaringen met de sociale zekerheid zijn legio te vinden. Overigens, en misschien ergerlijker, ook over al die adviesclubs die adviseren en reïntegratiebedrijven die over onze ruggen verdienen. En evenmin ook maar iets tot stand brengen.

Ik ben uit dat systeem. Ik ben NUGer (niet-uitkeringsgerechtigde). Dat is een schemerwezen. Mijn leven is niet anders, mijn gevoel niet, mijn tijdbesteding niet, maar mijn beleidscategorie-indeling wél. Ineens tel ik niet meer mee in statistieken en ben ik voor een gemeente volledig buiten beeld.

En ik dóe veel, voor de samenleving.

Welfare-Beneficiaries-2-369x400

Kijk. Dát is wat zo storend is. Het gaat helemaal niet over ‘mensen naar werk begeleiden’. Dat is een eufemisme (waar sommigen dan weer ‘leugen’ van maken) voor ‘u krijgt geen uitkering meer en dát is waar het ons om gaat’.

Laat dat duidelijk zijn: de overheid ís niet bezig met werk. De overheid is bezig met statistiek en ‘uitstromen’. De overheid is bezig met het reduceren van aantallen. En wij allemaal hebben dat door! Het is een publiek geheim.

De blogpost die ik eergisteren herpostte, is enkele jaren oud. Het is de oproep aan politici om eens een keer léf te hebben, zich echt in te zetten voor moeilijk-plaatsbaren vanuit het perspectief van die mensen. En, net als de toenmalige Leidse wethouder die me met een kluitje in het riet stuurden, is het kluitje nog steeds ‘dat we mensen niet in de steek laten’. Dat is gelúl. Dat is zó huichelachtig. Dat is een soort verraderskus.

In de afgelopen jaren is het mij niet gelukt een politicus te vinden die zich echt druk maakt om dit probleem. Nog steeds verzet iedereen die een uitkering krijgt, volslagen zinloos werk. Vooral de sollicitatieplicht is een reliek uit een voorbije tijd, tenzij het is bedoeld om vooral te voorkomen dat niet-werken ook maar enigszins léuk kan zijn. Voel je klein en afhankelijk. Pesten, treiteren, kleineren, denigreren: dát is het. Niets anders.

Energieverspilling.

Fladder eens boven de werkelijkheid en kijk naar beneden. Daar zie je dan een groep mensen die nog van alles kan én wil, maar niet mág. Herken de energie eens. Natuurlijk: niet iedereen wil en zal iets gaan doen. Maar na jaren in die situatie te leven mét hen weet ik het wel zeker: het gros van de mensen wil nog steeds níet zinloos thuis zitten. Da’s wel iets anders dan ergens verplicht te werk gesteld worden. De kans zit er in die kracht aan te boren en te benutten. Geef mensen dus de ruimte.

Een basisinkomen? Ja, ben ik voor. Maar daar zijn we in Nederland nog heel wat jaren over aan het bakkeleien, discussiëren en onderzoeken. In de tussentijd vermorsen we een hele hoop mensen en hun energie. Echt hoor, ik snap niet dat al die politici en beleidsmakers niet zien dat ze op alle manieren averechts bezig zijn. Inactiveren, weerstand creëren, ellende accumuleren; niks positiefs of opbouwends.

Maar ja, je moet ook wel gek zijn om uit de band te springen met die salarissen.