Inzicht: de voorgebakken mens

De meeste mensen hebben een rijk leven. Rijk in termen van ervaringen en gebeurtenissen. Geen twee dagen lijken op elkaar.
Natuurlijk, er is altijd wel enige regelmaat en herhaling: het spreekwoordelijk broodtrommeltje dat ‘s ochtends met gesmeerde boterhammen meegaat. De trein, zelfs de file, waar je na een paar jaar alle andere reizigers van gezicht lijkt te kennen, én hun vaste reisplaatsen.
Het leven verloopt binnen een bepaalde bandbreedte. Een bandbreedte die per persoon varieert. Een bandbreedte die de detailrijkdom van je leven bepaalt.

En dan verandert er iets in je leven. Iets fundamenteels. Dat kan leuk zijn: er ontstaat een relatie, je gaat samenwonen, er komen kinderen. Het kan ook niet leuk zijn: je ouders of partner overlijden, je raakt je werk kwijt, je wordt ernstig ziek. Het kan je overkomen, maar kan ook een gevolg zijn van een eigen keuze: je verhuist vanwege een nieuwe baan.

in de sociale wetenschappen, voor het gemak inclusief de psychologie, worden deze gebeurtenissen life events genoemd.

Toen ik een jaar of vijftien geleden bij het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn werkte, hield ik me ook daar al bezig met de verhouding mens – informatie. Wat zoeken we, en hóe zoeken we dat?
Dan blijkt het concept life events een interessante ingang.
Ik heb life events altijd gedefinieerd als ‘schokkende gebeurtenissen met effecten op meerdere aspecten van het leven’. Die meerlagigheid is essentieel, ook in ons leven. En dus ook in de belangrijke vragen des levens. Een eenvoudige, enkelvoudige vraag als die naar een adres, een datum of een prijs, gaan we dan ook níet tot de life events rekenen; alhoewel er ook lolbroeken zijn die vinden dat in een bureaucratie dat wel degelijk als een life event kan worden erváren. Meerlagigheid is namelijk iets waarmee veel organisaties niet overweg kunnen.

We hebben een samenleving laten ontstaan waarin bureaucratieën het werk doen (dat is dus niet identiek aan ‘overheidsambtenaren’!). Op basis van kennis die we lang geleden opdeden in de auto-industrie, zijn processen in stukjes gehakt en de uitvoering ervan toegewezen aan uitvoeringseenheden. De werkelijkheid is door de ontwerpers gefragmenteerd. Maar de werkelijkheid ís niet gefragmenteerd.

En dus ontstaat er een probleem.

Want hoe zorg je er dan voor dat jij en ik dan antwoord krijgen op hun vragen als ze een life event meemaken? Waar komt de hulp dan vandaan? Is er een leidende partij onder al die snippertje-antwoord-aanleverende? En, nog veel mooier, wat doe je als antwoorden niet helemaal overeenkomen?

Dat leidt al snel tot een paar voor de hand liggende ontdekkingen. Ontdekkingen die de betrokken partijen overigens niet welgevallig zijn. Want veel daarvan hebben een ego-centrisch wereldbeeld: zíj hebben de sleutel en de ander niet.

Maar de vraag is meerdimensionaal. Naast feitelijke informatie
zoek je waarderende: hoe erváár je een chronische ziekte? Klopt het beeld dat de medici schetsen? Zoek je ervaringen als: wat is in mijn belang slim om te doen: iets wel of niet opgeven aan de overheid?
Zoek je soms informatie die niet is te beschrijven, maar wel uit te beelden. Dan is ineens een televisieprogramma veel vanzelfsprekender dan een overheidsfolder.
Zoek je details die voor jóu gelden. Dan heb je niets aan een algemene folder die alleen maar meldt: ‘neem voor uw specifieke situatie contact op met’.

De meerdimensionaliteit leidt dan ook tot de erkenning dat er niet zoiets is als één antwoord, laat staan een generiek antwoord.
De meerdimensionaliteit leidt eveneens tot de vaststelling dat partijen wederzijds afhankelijk, interdependent, zijn, willen zij serieus ‘vraag-‘ of ‘klantgericht’ werken. Immers, die vraagsteller heeft geen enkele boodschap aan institutionele scheidslijnen tussen partijen.

Life events zijn voor mij dan ook geen product of dienst (die fout maakte mijn vorige werkgever. Die dacht een ‘verhandelbaar’ instrument te krijgen). Life events zijn een manier van werken, maar vooral een visie op je positionering ten opzichte van anderen: in een wederzijds afhankelijk nétwerk.
Het is een illusie te denken dat er zoiets zal zijn als ‘een overheidswebsite met dé betrouwbare informatie’. Die overheid heeft een belang en is dus een van de spelers in het spel, een van de knooppunten in het netwerk.

In de loop van de afgelopen vijftien jaar heb ik een aantal mensen gesproken die ongeveer op deze manier naar informatie kijken. Mensen die nadenken en bezig zijn met een ontsluiting van informatiebronnen die recht doet aan dit life eventdenken. Mensen die te vinden zijn in allerlei soorten organisaties, maar die gemeenschappelijk hebben dat ze bevlogen zijn in hun zoektocht naar de oplossing.

Want dát we vanuit life events informatie gaan verknopen – zónder de bronnen per sé aan te te tasten – zoveel is wel duidelijk: dat gaat gebeuren. En meer.

Wat denken UWV en gemeente Leiden eigenlijk?

Gramstorig word je ervan.

Samen met De Veenfabriek – een internationaal befaamd, professioneel muziektheaterensemble – is de afgelopen weken de voorstelling De Val, dat beroemde zwarte gat dus gemaakt. Die voorstelling bestaat helemaal uit citaten uit gesprekken met mensen die dat zwarte gat aan den lijve ondervonden. We hebben interviews gevoerd met jongere en oudere werklozen, mensen die niet meer en die weer wel werk vonden, over hun werkkring en hun baas, maar vooral over hun gevoelens.

Wat gebeurt er met je als je plots wordt ontdaan van je identiteit? Want voor veel mensen is het werk de identiteit. Iemand die je je werk ontzegt, ontneemt je meteen ook je zelfrespect. Bij de een met verstrekkender gevolgen dan bij de ander. Maar stuk voor stuk meldt iedereen een vorm van beschadiging.

Daarover gaat de voorstelling dus, opgehangen aan het verhaal van het eind van V&D. Het verhaal van een Nederlands icoon dat machteloos neer ging. Het verhaal ook waarin de lokale filialen geen mogelijkheid hadden het tij te keren. Geen schuldvraag. Wat zich dan ontwikkelt, is een nadenken over wat werk betekent en betekende. Is de opoffering voor de baas de moeite waard geweest? Bén jij je werk?

Een voorstelling die uitermate relevant is. Niet alleen werkloosheid kan zo’n identiteitscrisis veroorzaken. Ook scheiding, overlijden, oorlog, en examens kunnen ze veroorzaken: je raakt stevig door elkaar geschud. Daarmee omgaan is heel lastig. Je pijn kan niet worden overgenomen, laat staan weg genomen, door een ander. Je kunt het wel delen. Dat moet je durven. Je bént niet de enige.

13495657_10205925528286936_1971289795366844190_o

De voorstelling wordt slechts twee keer gespeeld, in Leiden.  Op basis van de reacties gaan we kijken of we verder ontwikkelen. De emoties van mensen zijn lastig, maar uit de reacties komt wel duidelijk naar voren dat ze bepalend zijn voor de snelheid waarmee men zich weer opricht. Voor de reïntegratie van werklozen is juist dit aspect bepalend, en niet de kwaliteit van een cv of een elevator pitch waarop de reïntegratie-industrie draait (en miljoenen verdient over de misère van anderen).

Waar vind je de mensen die het betreft? Bij de twee hoofdrolspelers, UWV en gemeente (sociale dienst). Dat blijken monopolisten van het vervelende soort. Niet alleen verspillen ze veel geld aan ingehuurde ‘trajecten’ die alleen zijn gericht op ‘uitstroom’, ook blokkeren ze iedere andere vorm van hulp aan hun reden van bestaan. Alsof uitkeringsgerechtigden er voor hen zijn, hun eigendom zijn, bewaakt moeten worden, en niet worden gezien als mensen waarvoor je je tot het uiterste zou moeten inspannen.

Op het Leidse Werkplein – hou toch op met dat eufemisme voor leegheid – weigert het UWV het affiche voor de voorstelling en ook de gemeente doet dat “alleen aan de gemeente verbonden organisaties mogen dat”. De botheid van de argumenten is triest. Ernstiger is dat ze twijfel over het bestaansrecht van de beide organisaties versterken. Dit is geen helpen, dit is administreren. En dát kan veel goedkoper.