Wat betekent dit plaatje?!

Als, alleen maar, grafiekjes, schema’s of infoplaatjes/infographics worden gedeeld, word ik alerter, merk ik. Plaatjes zijn link. Het zal uit de tijd stammen dat ik nog colleges statistiek volgde en mij duidelijk werd gemaakt hoe je kunt liegen met statistiek. Nu móet ik bekennen dat het vaker domheid is dan opzettelijk liegen. Als je eenmaal opgaat in je betoog is een mooi ondersteunend plaatje prettig. Of het statistisch juist is, doet dan even minder ter zake.

Om te beginnen: ik ga niet beweren dat ik statisticus ben. Maar een gezond stel hersens heb ik nog wel en dat is vaak voldoende.

Onderstaand plaatje kwam ik vorige week tegen. Maar het effect daarvan bleek pas afgelopen weekeinde toen Nederlandse twitteraars het vrij omvangrijk rondtweetten. Maar met welk doel? Blijkbaar is het opgevat als een doemscenario: Nederland valt buiten de boot. Welke boot? Waarom? Wat staat er in het onderzoek? Wat betekent de index eigenlijk?

W150210_CHAKRAVORTI_COUNTRIESBUILDINGDIGITAL1

Jeetje, denk je, Nederland zit in de stall out-hoek. Maar wat ís dat stall out eigenlijk? Ik ken het als vakterm in de luchtvaart. Man, man, man, hoe vaak ik wel niet het stall-alarm heb horen afgaan als ik weer ‘s probeerde te vliegen, in een vliegsimulator op de computer. Overtrek, en hop, daar ging Jan weer gezwind naar benee. Stall heeft iets van neerstorten. Dramatiek.

Volgens de bouwers van de index is het zó dramatisch niet. Nederland blijkt een land dat voortvarend is gestart, maar de afgelopen vijf jaar vertraagde. Een analogie met een hardloopwedstrijd kan ook verhelderen. De atleet die gezwind start, kan best halverwege worden ingehaald door een ander die trager startte maar energie overhield voor de tweede helft. Inderdaad: het maakt uit wat voor wedstrijd je loopt. Precies datzelfde geldt voor deze index: hij voorspelt niets over de eindstand.

Wat mogelijk interessanter is: de index is geen algemene. Hij handelt heel specifiek over e-handel, e-commerce. Da’s niet onbelangrijk. Mogelijk dat Nederland op heel andere gebieden juist in de categorie stand out terechtkomt. Mijn Cynisch Alterego fluistert me zelfs in: “wijs die lezer ook op de financiers van de index; credit cardmaatschappijen”. Niet eens zo’n gek voorstel. Zij hebben belang bij (handels)betalingsverkeer en, terzijde, grotere markten.

The Stall Out economies of Europe, including the Netherlands, Finland, Belgium and France, could jumpstart their recovery by taking advantage of increased regional integration, selling goods across national borders to the 500+ million consumers in the wider EU.

Wat eveneens een saillante opmerking is, van Harvard Business Review:

The Netherlands, meanwhile, has been rapidly losing steam. The Dutch government’s austerity measures beginning in late 2010 reduced investment into elements of the digital ecosystem. Its stagnant, and at times slipping, consumer demand led investors to seek greener pastures.

Even laten bezinken, denk ik dan: “de bezuinigingsmaatregelen van de overheid…”. Die worden aangewezen als belangrijke factor voor de wegvallende versnelling. Maarreh… is dat niet vreemd? Dat betekent dat Nederland helemaal niet in de voorhoede hoort. Het is een kunstmatige positie, in stand gehouden door overheidsgeld. Valt dat weg, dan stort het gebouw in. Nederland leeft in een illusie.

Toch best wel een leuk plaatje. Voor de zoveelste keer blijkt overheidssteun helemaal niet zo positief uit te hoeven werken. Van projectsubsidies wisten we het al: afvallers doen het vaak beter dan gehonoreerde projecten. Vooral ook omdat de eersten werden uitgevoerd door bevlógen mensen, die zich niet lieten tegenhouden door een subsidietegenslagje. Niet dat subsidie onbelangrijk is, maar het is wel belangrijk in de gaten te houden of iets wel of niet écht landt.

Help! Help me!

Het was een vertrouwd geluid in een verder stil dorp: de dreunende motoren van de Orions. Ze hoorden bij het dorp. Of het nu de oefenvluchten waren waarbij de vliegtuigen landden en meteen weer doorstartten, om na een rondje boven zee het trucje te herhalen, of de ochtendvluchten die patrouilleerden boven zee op zoek naar onderzeeboten. De laagvliegoefening vlak boven het zeeopppervlak, alsof het een show was voor het zomers strandvolk. Maar de meeste indruk maakten ze als het KNMI storm had aangekondigd. Als je dán de Orions hoorde, was het bijna altijd om de motoren warm te laten draaien, gereed om zo snel als mogelijk weg te vliegen op zoek naar een stormslachtoffer. Storm en warmdraaiende Orionmotoren horen sindsdien voor mij bij elkaar.

We hebben ze ook vaak genoeg horen vertrekken; soms voordat het nieuws van vermiste schepen en drenkelingen was gebracht door de media.

525px-Orion_p-3c_boven_noordzee

Het is een enorme machinerie die in gang wordt gezet als eenmaal alarm is geslagen. Een machinerie van het soort dat in Nederland dagelijks tientallen malen wordt gebruikt. Alarm slaan. Het gebeurt zo vaak. Ongure sujetten in duistere auto’s in de straat, waarvan je denkt dat die ‘een pand voorverkennen voor een inbraak’? Bel de politie. Brand, boom omgevallen of poes Tijger in de boom? Brandweer. Een ongeval met letsel? Bel de ambulance. Iedere stadsbewoner is vertrouwd met het gegil en gejank van sirenes. Als het meezit, van een helebóel sirenes op weg naar het brandpunt van aandacht.

Toch is er een soort alarm dat anders lijkt te zijn. iedere dag wordt er duizenden malen gedrukt op het rode knopje van een personenalarm. Iemand heeft dan een gevoel van nood en roept om hulp. Soms is het een equivalent van het belletje dat moeders(!) gaven aan zieke kinderen om te ‘bellen als je wat nodig hebt’. Soms is het een signaal van een machteloos op de grond liggende oudere. Maar altijd is het een roep om hulp.

In de personenalarmering zit iets vreemds. Eigenlijk, zo lijkt het, willen de verbonden hulpverleners dat je alleen belt ‘in noodgevallen’. Maar wat is ‘nood’?

Vanzelfsprekend, als je op de grond ligt en niet overeind kan komen. Dat is nood. Maar wel lastig als je nu net op dát moment je alarmbel niet om hebt, of als het systeem niet werkt. Beide heb ik meegemaakt en in beide gevallen lagen oude dames een hele dág respectievelijk een uur of twee op de grond. Het alarm kun je ook gebruiken als je duizelig wordt, een aankondiging van een beroerte, een hartaanval. Ook terecht, als je de helderheid van geest nog hebt die de bijbehorende paniek teweegbrengt.

Maar wat doe je als je in de jaren daarvoor duidelijk is gemaakt dat een personenalarm er is ‘voor échte noodgevallen’? ‘Echte nood’. Enig idee wat dat is, waar de grens ligt?

Echte nood wordt bepaald door de gebruiker, niet door de hulpverlener. Ofwel, íedere alarmering is in principe terecht. Dat zal de thuiszorg misschien niet leuk vinden. Maar zíj bepalen de hoogte van nood niet. Waar de een de pijn van een val acceptabel vindt, zal de ander al piepen bij bloed uit een schaafwond. Maar ook: waar de een niet meer onder de douche vandaan kan komen, of zo grieperig is dat er geen brood kan worden gemaakt, de braakneigingen groot zijn, of het toilet te ver. Nood is niet hetzelfde als doodsnood.

Het wrange is dat met het klimmen der jaren de zelfredzaamheid van mensen afneemt. Voor een gezond jongmens is een stevige griep geen reden om geen brood te kunnen smeren en beleggen. Ook een snelle ren naar het toilet om ofwel van boven ofwel van beneden leeg te stromen, is geen onoverkomelijk probleem. Niet dat het aangenaam is, maar ook jij weet dat je het nog haalt. Maar wat als dat een probleem is? Als je weet dat je het zo ongeveer zeker níet haalt? Dan gebruik je dus de alarmknop. Want de nood is niet voor iedereen hetzelfde.

De Orions zijn gelukkig ook geregeld uitgevlogen vanwege vals alarm. Maar ze vlógen. Dat kostte bákken met geld. Ik houd m’n hart vast voor onszelf als we worden geconfronteerd met thuiszorg die óórdeelt dat we geen noodhulp hadden mogen vragen. Die niet óns angstgevoel serieus neemt, maar de targetsvan de manager. Targets die zijn gebaseerd op de aanname dat nood objectief en meetbaar is vast te stellen.