De kiezer misleid

Hoe zit dat bij jou? Hier in Leiden gebeurde het in elk geval twee keer: misleiding van de kiezer, zo zie ik dat.

Het fenomeen is allang het stadium van gimmick ontgroeit. Sterker, het is een staande werkwijze geworden voor veel politieke partijen. Om duidelijk te maken wie de partij zullen steunen, kennen we tegenwoordig de ‘lijstduwer’. Was dat ooit min of meer een geintje ‘kijk ’s wie ons steunt’, tegenwoordig barst het er van.

Hier in Leiden bestaan kieslijsten waarvan je je in alle gemoede móet afvragen wat die mensen bezielde om ‘bekende namen’ op te nemen, onderaan op de lijst. Bekende namen die overigens ook heel vaak buiten eigen kringen helemaal niet zo bekend zijn, maar dat terzijde. Ergerlijker is dat die lijstduwers zich over het algemeen helemaal niet verkiesbaar stellen. Zijzelf zien die positie onderaan overigens juist als teken van belangrijkheid ‘ík ben in staat de lijst te duwen’.

Dieptepunt is de week na de verkiezingen. Ook nu weer. Dan blijken er kiezers op het verkeerde been te zijn gezet. Dan word je, onbedoeld, op basis van voorkeursstemmen gekozen. En wat doen de druiloren? Die bedanken voor de eer. Vóórkeursstemmen! Dat is dus een iets ander kaliber dan de partijstem van het gros van ons kiezers. Kíes je iemand die je jouw stem toevertrouwt; zegt-i af ‘nooit van plan geweest in de raad zitting te nemen’.

Wat deed je dan op die lijst?????

Wat mij betreft, wordt het steeds duidelijker dat verkiezingen allang niet meer gaan om de kiezers voorkeuren voor maatschappelijke of economische ontwikkelingen. Nee, verkiezingen zijn inmiddels afgezakt, gedevalueerd tot marketinginstrument voor een marktaandeel door de partij. En daarin maakt het geen bal uit wáárom de kiezer jouw partij kiest, áls-i die maar kiest.

Zwartgallig? Dacht het niet. Eerder zou’k denken dat degenen die met verve deze praktijken verdedigen – óók die lijstduwers dus – aan (zelf)bedrog doen. Ooit zei een collega dat mensen fouten uit onwetendheid kunnen maken, maar dat het ook met (kwade) opzet kan onder het móm van ‘een fout’. Stekeblind: dat ben je als je als politieke partij denkt dat de kiezer die kwade intentie op den duur niet herkent. Dat doet-i wel. En win ‘m dan maar ’s terug.

Advertenties

Being First werkt

Een paar jaar geleden ben ik samen met een aantal anderen een samenwerkingsverband begonnen met als doel mensen weer richting in hun leven te geven. Klinkt vaag, ik weet ‘t. Maar Being First, zoals we inmiddels heten, werkt wel. Eigenlijk om slechts één simpele en voor de hand liggende reden: we gelóven in ons idee en in de mensen die we helpen. Dat is wat meer dan het gros van de advies-, consultancy-, management- en reïntegratiebureaus ontbeert: echt geloof in anderen. Voor hen is het werk. En alhoewel dat in die kringen niet bepaald hip is; ze doen het gewoon van 9 tot 5, want dat is werk versus eigen vrijetijd. Onbetaald zouden ze het níet doen.

Being First dus wél. Geen van de partners heeft extra inkomsten nodig en dus kunnen we geheel ‘handenvrij’ werken. vergis je niet: dat is een ongelooflijk relevant verschil met loonwerkenden! Wij kunnen tijd nemen die we nodig denken te hebben. Wij kunnen de tijd nemen om te luisteren, de ander laten praten. Wij kunnen álle oplossingsrichtingen overwegen; óók de minder leuke. Wij kunnen verschillende disciplines inschakelen, afhankelijk van de verhalen. En vooral kunnen wij de cliënt volgen in zíjn wereld zonder hem ‘ons’ systeem in te dwingen. Being First erkent ook de door angst dichtgeknepen keel en blokkade voor oplossingen die paniek oproept.

We hebben nu zo’n zes, zeven mensen bijgestaan. En eigenlijk allemaal succesvol. Niet in de ogen van de beleidsmakers en betweters die alleen wonderen verwachten van ‘uitstroom’ of ‘werk’. Bij mijn laatste werkgever – die ook o zo veel wist van deze problematiek – had dit nooit gewerkt. Daar regeerden de targets en declarabele uren (en men zag daar niet hoe pervers dat systeem is). Being First hééft geen bedrijfsdoelstellingen die ons hinderen in de contacten met cliënten. Alleen op die manier ben je in staat ‘vanuit de klant’ te werken. Waar de een úren eist, de ander je de oren van je kop lult voordat je tot hem of haar kunt doordringen, kan een derde al vrij rap op een mogelijk ander spoor worden gewezen.

We hebben dat gedaan. Mijn grootste bevrediging komt uit wat die mensen ons terug gaven. Stuk voor stuk hebben we mensen de ogen kunnen openen; gewoon door te luisteren, door te reflecteren, door te spiegelen, maar vooral door eerlijk en oprecht te zijn. Dat kan best hard aankomen, weet ik nu. Huilen op het moment dat je je na een aantal gesprekken realiseert waaraan het mogelijk schort. Dat het niet lukt anderen de schuld te geven. En dan tóch die waardering “omdat jullie, anders dan die anderen, me serieus namen en echt probeerden te helpen”.

Being First heeft mensen met andere culturele achtergronden geholpen. We hebben mensen uit vaste patronen gewrikt en gewezen op andere mogelijkheden (die ook een half jaar later is verzilverd). We hebben mensen laten testen en ze daarna uitgelegd wat zo’n test in sociaal opzicht betekent. We hebben mensen geadviseerd om eerst psychische hulp te zoeken en reïntegratietrajecten op een laag pitje te zetten. We hebben mensen leren omgaan met (valse) zelfbeelden versus realiteit – overigens redelijk vaak opgeroepen door reïntegratiebureaus die iemand ‘in zijn kracht’ zetten.

Being First is een luxe voorziening: jaren ervaring en dan ook nog ’s spotgoedkoop. Dat we de rol van paniek centraal stellen, maakt ook veel uit. Daar begint de erkenning van de ander. Het is zo vanzelfsprekend en zó moeilijk te doen.

Ik moest eraan denken toen het Journaal vandaag meldde dat een hogeschool een gat in de markt had ontdekt: werkgeluk. Kijk, dan snap je er geen bal van. Dan ga je inderdaad “werken volgens methodes”. Waarom denk je dat de mensen van Being First, die stuk voor stuk hun sporen verdienden in het bijstaan van mensen, juist díe weg van formats en methodes níet voorop zetten? Waarom denk je dat het ons wel lukte mensen te helpen waar ‘jobcoaches‘ uit de sociale werkvoorziening faalden? Juist. Omdat het hun wérk was. Dat moet ’s indalen: dat die mensen dat ‘alleen maar’ doen omdat het (hun) werk is. Onbetaald? Dan gaan ze iets héél anders doen.