Waardeloos

En toch blijf ik het helemaal niets vinden. In het kwadraat zelfs, maar ja nul in het kwadraat blijft nul, hè.

Teamsportfinales die worden beslist door strafschoppen of vergelijkbare acties: nul komma nul, noppes, nada, niets. Triest vind ik het. Als niet-eens-groot-kijker-van-populaire-sportwedstrijden-en-ook-minder-tot-niet-populaire bekruipt me iedere keer weer vervangende machteloosheid.

Strijdend ga je ten onder of overwint. Eerlijk gezegd, lijkt me dat ook de bedoeling van wedstrijden. Zeker bij al die sporten die in Michels’ categorie “… is oorlog” – hij had het over voetbal – passen, zouden moeten eindigen op een (slag)veld met kapotgestreden matadoren.

Toch?

GREG V HEST KOTSENT OVER DE STREEP-RECHTS WORDT KAMIEL MAASE OPGEVANGEN

GREG V HEST KOTSENT OVER DE STREEP-RECHTS WORDT KAMIEL MAASE OPGEVANGEN

Da’s een veel beter passend beeld. Dat van tot het alleruiterste puntje van je uithoudingsvermogen gaan; da’s een echt titatengevecht, een gladiatoren-kijkspel. Bij voetbal zullen de doelmannen vast de laatst fitte op het veld zijn en dan de wedstrijd beslissen. Laat ik m’n doel leeg achter en trek naar de overkant, naar de vijand op; of wacht ik op die ene kans dat de overkant een leeg doel achterlaat en wij scoren? En op het tussenliggend veld liggen twintig spelers uitgeblust, als vissen naar adem snakkend, wil- en futloos te zijn, leidend onder hevige spierkrampen.

Zó ver hoeft ook weer niet. Maar ik heb echt serieus een hekel aan wedstrijden die via een shoot out worden beslist. Daar zit ik dan naar te kijken en denk: wat een eerloos eind. Ga dan liever sudden death spelen: de eerste die scoort, wint. En laat inderdaad conditie en vermoeidheid de bepalende factoren (kunnen) worden in plaats van strategisch-tactisch naar een shoot out toewerken (als je denkt dat dat voordelig is). Dat is zo schakerig.

Wellicht zit het wel ingebakken in teamsporten. Individuele sporters als schaatsers, atleten, marathonlopers: zij kunnen kotsend, zwalkend, duizelig over de meet gaan. Idioterie op de keper beschouwd, maar wél een ultiem en logisch gevolg van ‘competitie’, waarin winnen móet.

Maar ja, ik ben geen sporter. Laat staan topsporter, en al helemaal niet iemand die miljoenen verdient aan ‘zijn of haar sport’.

 

 

Hork!

Voor zover ik mezelf ken, ben ik niet conservatief. Waar ik mezelf zou plaatsen, weet ik echter evenmin. Zo heb ik een hekel aan weggooien van bestaande tradities en processen ‘omdat het oud is’ of ‘omdat het tijd is voor iets nieuws’. Voor mij is dat veranderen omwille van de verandering. Voor zover ik het ken, is hét beleidsdomein waar die cultuur heerst die van het onderwijs. Wat we daar de afgelopen vijftig, zestig jaar al niet hebben geprobeerd en veranderd. Zonder verbetering.

Mijn idee is dat niets permanent is. Dat de meeste verschijnselen de neiging hebben te veranderen. Dat mensen nogal eens de neiging hebben te denken dat zij het beter kunnen (dan wat?!). Dat, kortom, verandering onze natuurlijke omgeving is, maar dat we – heel vreemd – proberen die te temmen, te controleren, beheersen, maakbaar te maken. Heilloos, want vanaf de eerste interventie zijn we op een hellend vlak terecht gekomen die ons, als mensheid, steeds sneller de helling laat op of af rennen; zoals jij en ik een duin af renden tot we struikelden over onze eigen benen. Uiteindelijk gaat het om die laatste fase: struikelen. Omhoog of omlaag maakt dan geen snars uit.

Wat wel belangrijk is, is dat er geen betekenisloze fenomenen bestaan. Alles wat we als mensen bedachten, had op dat moment een doel, een functie. Ik denk te zien dat we dat in die wedren om maar te veranderen keer op keer vergeten. Waarom het goede niet bewaren, zeggen velen, of never change a winning team. Ondertussen gebeurt het wel: we kunnen onderwijs op een andere manier inrichten en dóen dat (dus) ook. Niet dat de vraag wordt gesteld wat we daarmee weg gooien.

Het is lastige, hoor. Ik ben niet bepaald gecharmeerd van klasse- en standsverschillen, maar weet ook dat die een functie hebben. Wegnemen is net zoiets als een spelletje mikado: wat zet je in beweging?

mikado

De ellende is dat het soms zo klein en onbenullig begint. ‘Waar máák jij je druk om?’ is een veelgehoorde. Een terechte opmerking, maar wel eentje die meteen ook het beeld van de vraagsteller verraadt. De kans is groot dat die denkt in processen die níet gaandeweg vergroten, terwijl ook een lawine kan ontstaan na een onschuldig geworpen sneeuwbal.

Dat geldt onze manieren, denk ik. Misschien denk je ‘wat ouderwets’, maar ik vind het toch heel normaal dat je, als je wordt aangesproken, antwoordt. Toch?

Kijk. Als je op die manier naar social media kijkt, zie je wat anders. Daar kun je tegen mensen aanpraten zónder antwoord te krijgen. Gewoon, straal genegeerd. Hoe aardig ik de meeste mensen ook vind: dat is horkerig, onbeschoft. En begin niet over ‘onbegonnen werk door al die mensen die iets van of met me willen’. Je bent zélf toch zo open dat je aanspreekbaar bent? Vúl dat dan ook in.

Vergis je niet. Dat niet-antwoorden is niet een kleinigheid. Op den duur – nu al – leidt dat onvermijdelijk tot iets anders: niet-antwoorden heeft immers iets superieurs, iets arrogants. Dat doe je met mensen die je het signaal geeft onbelangrijk te vinden.

O, dat bedóelen die mensen zo niet? Maar da’s helemaal niet interessant. Het wordt wél zo ontvangen.