Witgesokte sandalen

Natuurlijk. Ook ik vind bepaalde zaken mooi en andere lelijk. Niet dat ik dat kan beredeneren, laat staan met esthetisch gefundeerde modellen of verklaringen. Mooi is mooi. Da’s zo ongeveer de samenvatting. En mooi… da’s alles wat iets bij je teweeg brengt.

Aan, wat ik maar noem, al dat gelul over kunst en wat wel en wat niet kan in de mode, heb ik een broertje dood. Het zijn juist díe mensen met hun getheoretiseer die het werk van kunstenaars steeds verder isoleren, steeds meer ontfunctionaliseren.

Niet dat alles functioneel moet zijn in de betekenis van praktisch toepasbaar. Functioneel is ook dat wat jou tot nadenken aanzet, even wegzuigt uit de realiteit van alledag. Dan is het van tóegevoegde waarde als er achtergrondinformatie beschikbaar is over het ontstaan. Maar dat is en blijft toegevoegd. Kunst en mode alleen dan ‘snappen’ als de uitleg beschikbaar is?! Volgens mij klopt er dan iets niet.

Dat ik een weerzin voel tegen “zo hoort het”, zal je dus niet verbazen. Wat mij betreft, volgt iedereen zijn eigen voor- en afkeuren. Da’s nooit helemaal vrij. Er zíjn conventies. Maar diep in m’n hart vind ik die allemaal betwistbaar.

Zo heb ik een zoon die niet eet volgens de methode Mes Rechts Vork Links. Hij doet het precies andersom. Maar waarom zou ik me daar eigenlijk druk over maken? Het gaat er toch om dat-i kan genieten van het eten. Okay, ook daar twijfel ik weleens aan.

Uiteraard ben ook ik niet vrij van (voor)oordelen. Wat ik hierboven schreef, is vrij rationeel gedacht. Soms zie je toch dingen waarvan je denkt: “Hmmm… was dat nu slim?”. Dat heeft alles te maken met schoonheid. En de lol is dat we daar allemaal anders over denken.

Een paar jaar geleden heb ik Alleen Maar Nette Mensen gelezen. Een aardig boek – de kritiek dat het discriminerend of vrouwvijandig is, deel ik niet – maar ik kan me er vooral van herinneren dat ik me geregeld afvroeg wat de hoofdpersoon toch zag in vrouwen met dikke billen. Grote borsten en dikke billen zijn niet mijn associatie met mooie vrouwen.

Toch zijn ze er. En toch zijn er mensen die het allemaal wél mooi vinden. En die mensen hebben alle recht van leven. Ook als ik dat maar niks vind. Want, tja, wie ben ik? Wie ben jij?

In Frankrijk liepen we deze zomer tegen het eind van een hete zomermiddag het strand op. Voor ons een aantal mensen. Ook op zoek naar afkoeling of een bruine huidskleur of weet ik veel met welke reden dan ook. Eén man viel mij op. Hij ging het strand op met een korte beige broek en sandalen aan; sandalen met witte sokken.

Dat heeft me een poosje bezig gehouden. Waarom loop je op sandalen een strand op? Die dingen zijn handig en lekker luchtig. Maar waarom sokken? Het enige wat ik kon bedenken, komt uit m’n eigen ervaring. In m’n tienerjaren had ik een hekel aan zandkorrels als je naar het strand was geweest, in je haar, klevend aan je huid, in m’n kleren. En aan je voeten. Sokken voelden dan veel zachter aan. Niet dat het praktisch was.

Ik ben er al jaren overheen. Maar dat denken in ‘functioneel voor míj’ is er nog steeds. En ook mijn verwondering over mensen die zich enorm druk kunnen maken over hoe anderen er bij lopen. Vooral in termen van “dát kan echt niet”. Hoezo?!

Al die mode-zeloten zouden zich eens moeten realiseren dat ze feitelijk in een ontzagwekkend strak keurslijf leven. Het vreemde daaraan is dat ik iedere keer weer – zeker zomers – tot de ontdekking kom dat allerlei mensen die zichzelf zien als ‘bevrijd denker’ de ergste zeloten zijn.

Laat ze toch: die buiken die over bikini’s blubberen, die witte melkflesstelten, die wítte legging, dat bierbuikje, het ‘verkeerd geknoopte’ jasje, het ‘te jeugdig’ korte rokje, de topless oma op het strand, de stijf opgetrokken sokken onder een korte broek,…

Doe lekker wat je zelf prettig vindt, handig vindt of mooi vindt. Sterker, de mode ontstaat grotendeels op straat. Zonder eigenzinnigheid wordt dat niets.

Advertenties

De Dood die op vakantie ging

Wellicht bevreemdt het onderwerp je. Als eerste na de vakantie een blogpost over doodgaan. De reden is dat ik vermoed dat vakantie en dood dichter bij elkaar liggen dan we denken.

Juli en Augustus: hele volksstammen trekken naar verre bestemmingen, in Nederland, Europa of daarbuiten. En waar de Volksverhuizing uit de geschiedenisboekjes nog lekker traag verliep, daar verplaatsen wij ons in termen van uren van de ene plek naar de andere honderden, zo niet duizenden kilometers verder.

Dat is toch wel vragen om problemen.

Dit jaar wellicht meer dan anders tot de verbeelding sprekend. Twee grote treinongelukken en een busongeluk. De stand van zaken op 30 juli. We zijn dus pas halverwege die twee piekvakantiemaanden. En alle ‘kleine’ drama’s zijn dan nog niet eens meegeteld.

Reizen is risico nemen. Dat klinkt dramatisch? Bedenk je dan maar eens dat je vaak naar een onbekende bestemming gaat, een andere taal nodig hebt, andere gewoonten ontmoet of anders wel jezelf in een situatie brengt waarin jouw veiligheid meer afhankelijk wordt van het gedrag van anderen. Zeker in vakanties geldt dat en in het bijzonder voor autovakanties.

Zelfoverschatting is dan een extra groot probleem. De leaseautorijder die zichzelf de Beste Automobilist van Nederland vindt, rijdt plots met een volgepakte brik, met passagiers die eisen stellen een aandacht eisen, op wegen die hij niet kent. Dan kun je jezelf behoorlijk voor de gek houden door te denken: “maar ik rijd duizenden kilometers per jaar”.

Dat crosst in de zomermaanden dus over ’s heeren wegen.

Ik vraag me weleens af hoeveel chauffeurs zich onbehaaglijk voelen tijdens, maar ook in de voorbereiding, op die heen- en terugreis. Zeker met de auto – wij hebben een ietwat oude – heb ik toch iedere keer weer het idee: “hopelijk stranden we niet langs een of andere oververhitte Franse tolweg”. Het idiote? Dat ik dat ook nog nooit heb meegemaakt. Wel dat er problemen waren met het vervoer, maar volgepakt stranden op een ongewenste plek?! Nee, dat niet.

Het verhaal gaat dat de vakantie helemaal niet zo ontspannend is als we wel denken. Populaire verklaringen zijn de spanningen die ontstaan bij het vínden van een bestemming, de (relatie)problemen tussen mensen die ineens op elkaars lip (moeten) leven, en het afreageren van oningevulde verwachtingen over de vakantie. Daarover valt veel op te merken; dat het vaak een projectie is óp anderen van eigen onbehagen, dat je je kunt afvragen hoeveel (kwaliteits)tijd mensen eigenlik in elkáár steken, of er echt wordt geluisterd.

Photo 27-07-13 12 11 31

Maar met de Dood die ook op vakantie meereist, houd je eigenlijk nooit echt rekening. Ik ook niet.

Toch is de zomer(vakantie) zijn seizoen, zo lijkt het. De toename aan verkeersbewegingen ter land, ter zee en in de lucht, vergroot de kans op ongelukken. De grote rampen waarbij tien- tot honderdtallen mensen het leven laten, trekken de aandacht en worden vermeld. Maar je moet onderweg eens letten op de situaties waarbij ‘het nog net goed ging’. Ook dát is de dood die op vakantie is.

Dit jaar kwamen we ze op 2 x 932km weer tegen. De vakantielijnbus die een plek ‘opeist’ door naar links te zwenken. De waarschijnlijk verkeerd-om gemonteerde fietsdrager op de auto, waardoor die naar rechts knipperde maar naar links ging. De auto’s die nét op tijd in hun linker dodehoek een passerende auto zagen en terugzwiepten. De aanhangers, caravans en kampeerwagens die af en toe slingerend achter hun baas aan gaan. De sportieve rijders die door willen. De ter plekke onbekenden die twijfelen over hun route.

Wij zagen ze dit jaar gelukkig niet. Want ze waren er ongetwijfeld wel: de klapbanden, de kopstaart-aanrijdingen, de ‘toch niet geziene inhaler’, de omgeblazen caravan… Wel frappant: op de dag dat je leest dat er minder auto’s met pech lijken te zijn, zijn het juist díe die we langs de (hete) snelweg en Parijse periferique zien staan. Kokend, zo stelde ik me voor.

Natuurlijk heb jij gelijk: het gáát in het merendeel van de gevallen gewoon goed. Dan kijk je terug op een goed verlopen, leuke vakantie. En tóch ben ik benieuwd hoe het zit met die heen- en terugreis. Volgens mij is dat een onderschatte invloedsfactor.