We vallen verschrikkelijk door de mand

Eén van de populaire meningen die we over onszelf hebben, is dat we sociaal zijn. Mensen, zo menen wij, zijn sociale wezens.

En sociaal betekent toch dat we er voor elkaar zijn, zoals te zien aan onze voortreffelijke belastingmoraal? Dat we ‘goed’ van ‘fout’ weten te onderscheiden, zoals in Soldaat van Oranje zo heldhaftig verbeeld? Dat we ons rekenschap geven van anderen, zoals we iedere dag tentoonspreiden in het verkeer? Dat we ons verstand gebruiken, zoals we laten zien als we discriminerende politieke partijen een serieuze kans geven?

Nee, op die manier kun je ‘sociale wezens’ niet invullen. Wat ermee wordt aangegeven, is niets anders dan dat mensen in relatie tot anderen functioneren. Niet hóe dat gebeurt. Niet of dat ‘ten koste van’ kan zijn. Niet of sprake is van een collectief.

Cynisch geformuleerd: de groep is er voor ons. We hebben als individu de groep nodig om te bestaan. Maar de symbiose, het wederzijds voordeel, is niet vanzelfsprekend in evenwicht. Jijzelf bent het enig belangrijke.

Een voorbeeld daarvan, is de stand van zaken van de detailhandel, misschien wel het midden- en kleinbedrijf.
De teloorgang van de detailhandel kunnen we niet uitsluitend wijten aan de economische crisis. Al veel eerder nemen grootwinkelbedrijven de posities over van buurtwinkels, familiebedrijfjes en gespecialiseerde handeltjes. De alom beklaagde verschraling van het stadsbeeld en het winkelaanbod is niet iets van de laatste jaren. Het is een gevolg van oprukkende grootwinkelbedrijven die van de consument de kans kregen. Omdat ze goedkoper waren dan de kleintjes.

Maar daarmee heeft de consument, als een moderne Faust, zijn ziel verkocht. Een verkoop die ook is te begrijpen als een verkoop zonder de consequenties ervan te overzien. Want door vooral voor de eigen portemonnee te kiezen, is de weg geëffend voor tal van, veelal en door velen ongewenste, ontwikkelingen.

‘Omdat de consument erom vroeg’

is de plofkip op de markt en het malswitte kalfsvlees, is de uitgesproken smaak van witlof en spruitjes getemperd, is midden in de winter de braam en de framboos te koop, en kun je kiezen uit tal van fantasiebroden.
Niet dat de consument erom vroeg. De producent bood het aan en de consument hapte. Da’s subtiel anders.

‘Omdat de consument erom vroeg’, zijn winkelstraten met moeite van elkaar te onderscheiden. Het veelkleurige, lokale karakter is vervangen door de grauwsluier van uniforme winkelpanden. ‘Omdat de consument het zo prettig vindt’, maakt het niet uit uit je een McDonalds binnenloopt in Boedapest of in Leiden: inrichting en kleffe broodjes zijn, op details na, identiek.

Wat zou het mooi zijn als dat eens veranderde. Wat zou het de economie een enorme stimulans geven als er weer werd gehandeld en verhandeld in Nederland. Wat zouden de steden opknappen als er weer bedrijvigheid was. Wat zouden steden opknappen als er weer ondernemers waren met hart voor hún straat, wijk, stad. Wat zouden we aan kwaliteit winnen als er weer vakmensen aan de slag waren.

Dan moeten we ergens beginnen. Ik baal als een stekker dat ik juist nú met 30% minder besteedbaar inkomen moet leren leven. Dat hakt er wel stevig op in. Maar dat gaat me er niet van weerhouden, zo vaak als mogelijk te kopen bij de lokale detailhandel. Wat ik niet kan, kan jij misschien wel?

Vraag jezelf in elk geval af en toe eens af of je die spullen echt bij de AH’s, Blokker’s en HEMA’s van deze wereld moet kopen. Of die schoenen echt bij een van die grotere ketens vandaan moeten komen. Natuurlijk, ze zijn goedkoper. Maar zoals je ook geregeld bij de toko spullen koopt die AH toch echt niet heeft, of uit eten gaat, kun je vast eens per week een paar stappen meer zetten – en inderdaad meer betalen – voor betere kwaliteit aankopen bij een detaillist.
Als in je straat, de buurt of stad een nieuwe lokale winkelier een zaak probeert op te bouwen, probeer dan dáár te kopen in plaats van bij de goedkoopste leegzuiger.

20120630-161756.jpg

Het idee ís niet nieuw. Ideeën als LETS en STRO bestaan al jaren. In Leiden ontwikkelt Haal Lokaal zich op basis van bestaande buitenlandse ervaringen (het hóeft niet hier te zijn uitgevonden). Buy Local heeft de intentie landelijk lokaal te laten zoeken, vooral naar plaatselijke aanbieders. In tijden van crisis bloeien op tal van plekken die initiatieven op.
Want we weten ook allemaal dat het nu verkeerd gaat. Dat winsten in verkeerde zakken verdwijnen. Dat steden aan aantrekkelijkheid inboeten. Dat we daar zelf eigenlijk ook een steentje aan zouden moeten bijdragen. Dat het moeilijk is in deze financieel krappe tijden meer geld uit te geven.

Maar als iederéén een stapje, een kleine stap, zet: dan zet de massa een grote stap. Dan zijn we verdomd wel degelijk sociale wezens.

Advertenties

Een echt cryptogram is toch veel leuker?

Gisteren heb ik weer ’s een langere treinreis gemaakt. Met ‘enige vertraging’ heb ik afscheid genomen van mijn (ex-)collega’s voor wie ik ineens en op stel en sprong verdween. Da’s niet goed en dus hebben we gisteren op een leuke manier, bij het Utrechts café Willem Slok, afscheid genomen. De aanleiding is niet goed, maar het café is een aanrader.

In elk geval. Dat betekende weer eens treinen op het traject dat ik negentien jaar heb afgelegd van Leiden naar Utrecht en weer terug. Er was eigenlijk niets veranderd.
Een groep van een stuk of acht jonge meisjes kwetterden over een dagje uit – en het mogelijk probleem dat één van hen vergat een kaartje af te stempelen – en elders zaten mensen te bellen over Belangrijke Zaken Het Werk Aangaand. Niet dat die naar mijn mening bestaan, maar er zullen bar weinig werkgevers zijn die het je uit het hoofd praten dat alsmaar doorwerken ongezond is.
En er zaten twee mensen spelletjes te doen: de vrouw speelde op de telefoon Wordfeud en de man worstelde op krantenpapier met Sudoku.

20120629-203427.jpg

Toen ik dat zo zat te bekijken, schoot me een scéne binnen van mijn juist verlaten afscheid.
Met twee collega’s had ik een gesprek gevoerd dat ik al tientallen keren voerde: over de opbrengst van social media. Die is er naar hun mening haast niet. Goed, voor jongeren dan wel. Maar wat voegen die nieuwe dingen als smartphones feitelijk toe? Ze maken je dommer, in die zin dat parate kennis verminderd, en ze zorgen ervoor dat je nooit meer rust hebt. Denk niet dat dit de mening is van mijn oudere ex-collega’s. Ook jongere kunnen er wat van, als je hoort “maar ik wíl helemaal niet weten wat de directeur in zijn vrije tijd doet. Of dat zij zien wat ik doe”. Het is haast al klassieke weerstand te noemen: weerstand op basis van onwetendheid, vooroordeel en vooral gebrek aan openheid voor vernieuwing.

Die weerstand is begrijpelijk. Mensen zijn best bereid te veranderen, maar dan moet die verandering niet bedreigend zijn. Veranderen omdat iemand anders dat wil, is bedreigend omdat jíj de regie kwijt bent. Maar verandering die jou als persoon zichtbaarder maakt, wordt door veel mensen óók ervaren als bedreigend. Veilig weggedoken achter een functie-omschrijving werken is toch net iets veiliger. Wat dat betreft, blijf ik erbij dat organisaties die féitelijk zijn gebaseerd op formele structuren en hiërarchische verhoudingen er nu slechter voor staan dan flexibele, open. En nee, zéggen dat je dat bent maar ondertussen zo directief zijn als de pest, helpt niet: zelfbedrog is de oplossing niet. Of positief geformuleerd: degene die wél oprecht constructief omgaan met verandering, hebben de veruit beste kaarten voor de toekomst. Dat zeer grote organisaties pas veel later deze effecten zullen voelen, is geen enkele garantie dat de kleine en middelgrote er nú, of zeer binnenkort, al last van gaan krijgen.

Want wat me in de trein weer eens te binnen schoot, is dat het eigenlijk helemaal niet over nieuwe media, nieuwe vormen of nieuwe technologie gaat. Het is echt een – bijna – karaktertrek. Eigenlijk gaat het om platte angst, en om het psychologisch verschijnsel het onverenigbare weg te (be)redeneren (cognitieve dissonantie).

Die mensen in de trein: hoe vaak hoor je wel niet dat “Wordfeud eigenlijk alleen maar een slechtere versie van Scrabble” is? Dat ‘de computer’ ons alleen maar dommer maakt? Dat al die apparaten ons leven hebben over genomen? Dat we tegenwoordig geen seconde zónder kunnen?
Voor een deel is dat waar. Wat óók waar is, is dat in al dat commentaar ook een grote angst voor verandering schuilt. Voor een ontwikkeling waarin jíj geen regie hebt. Dat probeer je dan weg te redeneren. Een angst van mensen voor een toekomst waarin ze al zijn aangekomen. Da’s toch onhandig.
Want wat blijft er over van je maandagochtendpositie als je niet meer terloopse opmerkingen kunt maken over dat moeilijke cryptogram in de krant van afgelopen zaterdag? Want, als je eerlijk bent, wat is nu precíes het verschil tussen dezelfde activiteiten in analoge of digitale vorm?
20120629-202352.jpg
(bron)