Halloweenwanen

Vanavond hebben we in onze buurt weer Halloween gevierd; een echt import-feest uit de door mij niet bepaald geïdealiseerde Verenigde Staten. Toch is iedere keer weer enorm leuk.

Mij doet het denken aan de Zwarte Pietdiscussie.

Ik kan me goed herinneren dat Halloween hier voor het eerst is gevierd. En dat ik twijfelde of het wel zo’n goede ontwikkeling was: ‘zo’n Amerikaans feest. We worden een aftreksel als we niet opletten, alsof alles wat daar gebeurt per sé goed is”. Een goed voorbeeld vin dik het niet. Een land met waanzinnige aantallen gedetineerden én de hoogste criminaliteitscijfers. Een land met de makkelijkste toegang tot krediet en de hoogste particuliere schuldenlasten. Een land met de technisch beste zorg en de meeste inwoners die géén toegang hebben tot fatsoenlijke zorg. Geen ideaal voorbeeld, rolmodel, dat icoon van het vrije marktdenken.

Ik beken. Ook ik dacht dat álles daar wordt gedomineerd door de kapitalistische Mammon: winst. Je ontwikkelt dan, min of meer onbewust, een beeld, een vooroordeel dat in die situatie niemand iets belangeloos doet. Rationeel wéét je dat dat nooit zo absoluut kan bestaan. Maar toch.

Halloween kón dus niets zijn, niets anders dan een poging om ons weer meer geld af te troggelen. Net als Moederdag, Vaderdag, Secretaressedag of al die andere …dagen is Halloween alleen maar geïntroduceerd om aan te verdienen. In de Verenigde Staten zíjn het ook grote feesten, met de allure van carnaval. Groot en uitbundig.

Bij ons is het een kinderfeest. Dat is ook het allermooiste eraan: die kinderen die in het donker door de buurt lopen op zoek naar griezels, die zichzelf zo griezelig mogelijk verkleden. Dat het rond 19.00 is, zal ze bommen: het is donker en eng. En je krijgt snoep. Dat snoep is wel belangrijk. Het gebeurt vaker dan je verwacht dat er jochies (ook 14/15-jarigen) voor je deur staan die het spel niet snappen omdat ze het blijkbaar nooit meekregen in hun culturele traditie. Die staan dan voor je deur met niet meer dan de zin: “Geef me snoep”. Maar de kleintjes overheersen nog steeds.

Wat ik van Halloween meemaak, is evenmin een feest dat wordt opgedrongen door ‘de commercie’. Eerder is het zo dat de grootgrutters en snoephandels aansluiten bij een kans die zij zien ontwikkelen. Vreemd is het ook niet. Vaderdag is iets wat je in gezinsverband kunt vieren. Dát kun je als marketeer makkelijker beïnvloeden. Maar de essentie van Halloween is het straatgebeuren. Dat maakt het moeilijker. Want je kunt wel snoepjes in huis halen voor Halloween, maar als er geen kinderen langskomen is dat toch ietwat ridicuul. Andersom: langsgaan en nergens iets krijgen gaat evenmin stimulerend werken om het volgend jaar nog eens te proberen.

Halloween – en het Noordhollandse Sint Maarten – gedijen alleen als de groep, de buurt meedoet. De kinderen moeten door de buurt kunnen gaan en een reële kans hebben op snoep (of een vuile onderbroek, want dat alternatief bestaat). Daar ligt de basis.

Natuurlijk ontwikkelt Halloween zich. Winkeliers zíen kansen en proberen die te pakken. Feest-organisaties zien kansen en proberen die te pakkken. In dat opzicht komen de Verenigde Staten weer een stap verder ons land binnen. Ongetwijfeld gaan zich actiegroepen daartegenaan bemoeien. Want alles uit de VS is verfoeilijk.

Maar als ik eerlijk probeer te zijn dan is Halloween een anderhalf uur durend kindermoment. Niets meer, niets minder. Ik blijf sceptisch over die “grote broer” en zijn invloeden. Maar of dat reden mag zijn om kínderen iets leuks te ontzeggen? Nee. Dan moet ik even over mijn volwassenen-zienswijze heen stappen en me verplaatsen in ‘het kind’.

Advertenties

Wees een Machiavelli

Eén van de grootste complimenten die ik afgelopen twee jaar kreeg, was dit: “Jij manipuleert niet. Je spant mensen niet voor je karretje. Je gebruikt ze niet voor je eigen belang.” Het was niet eens bedoeld als compliment. Dit is wat een groot loopbaanbegeleidingsbureau bij monde van een medewerker me antwoordde toen ik ‘m vroeg hoe het toch kwam dat je (ik) vaak met lege handen achter blijft als je samenwerkt.

Het klopt.

Het is een zwaar ondergewaardeerd fenomeen. Dit lijkt de periode van onbegrensde mogelijkheden. De periode waarin iedereen met een goed idee een serieuze poging kan doen dat te verwezenlijken, vooral als er ‘tech’ bij is betrokken. Ik schreef er al eerder over. Links, rechts, boven en beneden zien mensen kansen; kansen om mee te scoren. De modernste inzichten gebruiken prachtige namen als Lean Startup, maar zijn in essentie niet anders dan wat ondernemers ondernemer maakt: het lef om te starten en bij te sturen richting winst. Niet eerst uitdenken of doordenken. Dóen.

Veel daarvan is gebaseerd op ideologie, een afzetten tegen de gevestigde orde en de conventionele aanpak. “Wij doen het anders.” Daar doet zich iets vreemd voor. Want het blijkt een flinterdun laagje, die ‘andere, nieuwe aanpak’. In de loop van de tijd blijken veel initiatieven kapot te slaan op de rotsen van de gevestigde orde of zich te bekeren tot geloof in de conservatiefste van de oude waarden: géld verdienen.

Ik durf te wedden dat over een jaar of twintig een groot aantal idealistische ondernemers aan de andere kant van de lijn zijn beland; zoals ook de jaren zestig-idealist is opgeslokt. Wat rest – en dat is wel degelijk belangrijk – is de póging op een andere manier te werken: coöperatief, ad hoc en in netwerken. Maar pas als ‘geld’ in al zijn perversiteit wordt ontmaskerd, zal dat echt mogelijk worden.

In de tussentijd gaan heel veel mensen beschadigd worden.

Het zullen nog steeds de grote bekken, de ego-trippers, de zelfvoldanen en de manipulatoren zijn die ‘winnen’. Winnen, in de huidige vervliegende betekenis van het woord: zij zullen verdienen, zij zullen aandacht krijgen en zij zullen daaraan macht ontlenen. We zullen wolven in schaapskleren zien. Dat klinkt zwartgallig. Maar ik denk het te zien gebeuren, stukje bij beetje. De wolven bevinden zich in een Land van Overdaad; een land waar schapen ‘delen’ vanzelfsprekend beginnen te vinden zonder zich druk te maken over wie wat doet met het gedeelde.

Wentelen in weelde – of dat nu fysiek of virtueel is, juwelen of geluk zeg maar – is blijkbaar een menselijke voorkeur. Het maakt het huidig tijdsgewricht woest en gewelddadig. Want oude waarden en normen botsen nu met mogelijk nieuwe. Die botsing is echter een frontale. Of is het een slim opnemen (assimileren) van nieuwe mogelijkheden door feitelijk conservatieve ondernemers?

Wat ik je brom: in de komende jaren zullen veel ideeën van eigenaar wisselen. Erger dan ooit zal er worden gejat en geclaimd. Het wrange zal zijn dat de nieuwe denkers helemaal gelijk hebben: een gedeeld idee hééft meer en dus betere kansen realiteit te worden. Het ironische ervan is dat degenen die daarvan profijt zullen trekken, juist níet de innovatieve denkers zijn maar de surrogaat-innovatoren.

Me dunkt, toch weer iets om over na te denken.