De menselijke pakezel

Het eerste wat ik van ‘m zag was de trolleykoffer. Juister: ik hóórde ‘m eerst.

De man liep richting de Zijlpoort. De wieltjes onder z’n hardtop trolleykoffer maakten dat karakteristiek ratelende tik-geluid. Het geluid van vakantie. Het geluid van vertegenwoordigers. Het geluid van drukbezette mensen.

Dit was anders.

Het eerste wat aandacht trok, was de roze hardtop trolleykoffer. En dan vooral het witte lint dat aan het hengsel vast zat. Een wit lint dat ook over de borst van de man liep. Een uitschuifbaar handvat ontbrak.

Ik keek naar een menselijke ezel.

Zoals trekdieren worden ingetuigd, zo liep de man. Hij zag er niet uit als een zwerver. Alleen die koffer kwam wat vreemd over. Een man met een koffer op wieltjes achter zich aan trekkend. Stoïcijns. De gewoonste zaak van de wereld.

De inhoud van de koffer rammelde met hoge tonen. Zo te horen zaten er lege flessen in. Volle zouden nooit het geluid van een mini-glasbak hebben voortgebracht. De harde schil van de koffer zorgde ervoor dat het geluid niet op enige manier werd gedempt.

Een man die een roze koffer aan een lint voorttrekt. Glasrinkelend.

Waarom doe je flessen in een reiskoffer? Is het omdat er zoveel flessen te vervoeren zijn? Hoe kom je op het idee jezelf te zien, en vooral in te zetten, als pakezel?

En, vooral, kloppen al die gedachten? Het beeld klopt. Maar klopt mijn interpretatie ervan ook? Het blijft fascinerend hoe snel we aan alles een betekenis en een verklaring ‘moeten’ toekennen. Accepteren dat het er is omdat het er is… onbevangen. Lastig.

Advertenties

Groene waas

Fotografen kennen een magisch moment. Zo tegen het vallen van de avond heb je een uurtje wonderbaarlijk mooi licht, mits zomer, mits onbewolkt, mits onbelemmerd. Nogal wat mitsen, waardoor je de echte magie slechts sporadisch ervaart. Overigens, ook ’s ochtends gebeurt het. Maar ik ben om een of andere reden nimmer in staat bij het krieken van de dag wakker te zijn en met een camera de magie te vangen.

Nog steeds ben ik blij dat ik (ooit) fotografeerde en licht ben gaan waarderen. In de loop van de jaren is het versleten vaardigheid geworden: kíjken. Het terughalen daarvan blijkt niet eens zo eenvoudig. Je merkt hoe je geleidelijk steeds oppervlakkiger bent geworden.

Gelukkig kwam er toen een cursus mindfulness langs (om andere redenen overigens).

Mindfulness leert je ‘in het moment te leven’. Dat vónd ik toch vaag. Inmiddels weet ik iets beter. Er wordt niets anders mee bedoelt dan dat je je bewust moet zijn van wat er op dít moment gebeurt, is te zien, is te ervaren. En hoe jij daarin staat, met welke gevoelens, welke pijnen, welke vreugde. Nog steeds heb ik het idee dat je daar ondermeer leert te kijken als een fotograaf.

Vandaag fietsten we van Leiden naar Wassenaar. Een weg waar niets valt te zien, zo langs de A44. Totdat je toch eens beter kijkt.

Dan zitten er futen te broeden in de sloten. Dan zijn de sloten eigenlijk wel enorm mooi helder. Dan staan er heel veel meer bloeiende planten. Dan is het ruisen van snelweg-autobanden ineens haast muziek. Dan voel je de zwakke wind in je rug. Dan zie je de haas, de vader en zoon die een skate-ramp bouwen (het ís Wassenaar), de familie op het terras. Dan zie je de narcissen in groepjes in het bos (wie zette die daar?!) en het licht dat met de nog kale takken speelt.

Dan zie je ineens meer.

Mijn mooiste moment was de boom die langs de A44 staat. Een berk, als ik eega geloof (en die heeft daar meer kijk op dan ik). Het eerste wat je ziet, is zo’n gouden moment. De boom staat in een groene waas. Over een paar weken is dat z’n bladerdak. Nu staat er een boom in pasteltint groen. Het blad kruipt de knop uit. Mooie naam voor de kleur: Kwetsbaar Groen.

Meestal is het slecht weer in deze tijd van het jaar en fiets je stug stug door. Nu was het stralend weer en kwamen we precies in de gouden periode van de boom langs.

Het tweede zag ik niet, maar zij zag het wel. Berken hebben een witte stam. Deze waren grijs. De snelweg?!

In één object: de belofte van nieuw leven en de grauwheid van vernietiging.