Vertrouwen op een woord

Het is een prachtige wereld om de draak mee te steken; de elektronische. Is die nu echt, of niet? Mooie vraag, maar absoluut nutteloos. Want de vraag naar realiteitsgehalte is al eeuwenoud. Is de wereld áchter jou, nu, op dit moment, er echt? Pas als je je omdraait om dat te controleren, zíe je ‘m. Maar dan is-i niet áchter je. Filosofen kunnen heerlijk aan de slag met realiteit. Persoonlijk denk ik nog steeds dat één van de beste definities is dat realiteit dat is wat mensen als realiteit erváren. De digitale, elektronische is daarmee zo echt als maar kan (en de psychotische werkelijkheid ook).

D’r is echter wel een groot verschil in werkelijkheden. Naast dat jij en ik heel verschillende beelden hebben bij deze woorden, dat twee mensen die naar hetzelfde object kijken nooit hetzelfde zien, zijn er ook ontelbaar veel werkelijkheden. Dat zijn allemaal aan mensen gekoppelde fenomenen. We nemen waar, projecteren en interpreteren. Zintuigen en hersenen spelen de hoofdrol. In de digitale wereld ligt dat effe anders.

Daar is een soort geëxternaliseerde werkelijkheid geschapen. We schrijven op. We voegen emoticons toe. We proberen dat complexe intermenselijke communicatieprotocol te vatten in symbolen; letters, beelden, geluiden. Maar het vereist daardoor wel formalisatie. De e is een e, alhoewel ik zeker weet dat jij een ander gevóel hebt bij een e dan ik. Toch kunnen we ermee uit de voeten.

De digitale werkelijkheid is een echte. De digitale werkelijkheid heeft echter ook eigen ‘wetten en regels’. Dat maakt het lastig, want daardoor leven we in twéé werelden. Dat is voor ons nog nooit gevraagd noch gebeurd. En eerlijk gezegd heb ik geen idee hoe het op de lange termijn zal uitpakken. Trekken we ons terug in één van die werkelijkheden? Krijgen we ‘echte mensen’ én ‘digitale mensen’? Krijgen we nieuwe aandoeningen die te maken hebben met ‘identiteitscrisis’? Geen idee.

Aan de digitale werkelijkheid zitten kantjes die mij zorgen baren. Een belangrijke is de nadruk op communicatie. Of eigenlijk: de gevolgen daarvan. Ik moest eraan denken toen ik weer ’s herinneringen kreeg van systemen als Facebook dat vrienden van mij jarig zijn. Handig. Tegelijkertijd: als ik niet zou reageren en geen berichtje zou sturen, wat betekent dat dan?

Ik kan alleen voor mezelf spreken. Maar eerlijk gezegd schieten er dagelijks heel veel mensen door m’n gedachten. Mensen die ik (vaak) al járen niet meer zag of sprak, maar waarvan je dan plots denkt ‘hoe zou het gaan met….?’. Mogelijk hoor jij ook wel tot die groep, want, serieus, mensen vergéten doe ik heel veel minder dan contact houden met mensen. Daar ben ik, weet ik, lui in.

De vraag waarmee ik zit, is of we op weg zijn naar een situatie waarin ik kan – moet?! – bewijzen dat ik in een sociale relatie investeerde. En met welk gevolg. Wat dat betreft, is de aflevering van South Park over Facebook nog steeds verhelderend.

Deze, dus.

Ik kan jou, lezer, alleen maar vertellen dat ik vaak met andere mensen mee leef, aan ze denk. Maar bewijzen kan ik het niet, want het speelt zich allemaal af in míjn hoofd. En eigenlijk vind ik dat jij, lezer, ook genoegen zou moeten nemen met die mededeling en wetenschap. Vertrouwen op een woord; zou dát verdwijnen?!

Advertenties

het sterven van verjaardagen

Ken je ‘de jaren des onderscheids’? Het moment in je leven waarop je, volgens anderen, in staat bent rationeel te oordelen en handelen (dit in tegenstelling tot de ervoor liggende kindfase, waarin gevoel en emotie leidend zijn). Het is zo’n overgang waarover je van mening kunt verschillen. Want waar de een het positief interpreteert – die ratio – benadrukt een ander het verlies van de kinderlijke verwondering en het maagdelijk-oprechte oordelen. Dat neemt niet weg dát het de meesten van ons gebeurt: we worden volwassen en verstandig.

Over die jaren des onderscheids hoor je nog geregeld. Over eenzelfde soort markeringsperiode, maar dan aan de andere kant van je leven, hoor je eigenlijk zelden iets. Alsof oudere mensen, op weg naar hun einde, al vrij vroeg worden afgeschreven als oninteressant. Toch ga ook jij zo’n periode tegemoet zo rond je zestigste.

Het is het Sterven van Verjaardagen.

Op een gegeven moment – gemiddeld denk ik zo tussen de zestig en vijfenzestig, soms eerder, soms later – slaat een gedachte toe die soms ook nog verlammend kan werken: de realisatie dat zich in dat jaar eigenlijk wel veel van je sociale omgeving is weggevallen. Dood zijn. Steeds minder verjaardagen. Het langzaam eenzamer worden krijgt dan plots een structurele plaats in je leven. Net zoals je vóór je Jaren des Onderscheids niet helemaal onwijs was, maar erna wel stevig geconditioneerd om ‘verstandig’ te handelen.

Het Sterven van Verjaardagen is een fase waarin je toch nog een stap verder blijkt te kunnen dan die naar de verstandigheid. Je kunt naar wijsheid en distantie. Je kunt naar een leven waarin kwetsbaarheid van menselijk leven plots glashelder wordt en waarin relativering hoogtij gaat vieren. What the fuck hard werken: de dood zit me op de hielen.

Geniet van je leven.

kerkhof_3

Het Sterven van Verjaardagen laat zich niet herkennen aan die dood alleen. De dood is immers altijd onder ons. Het is de enige zekerheid die we hebben: ‘leven’ wordt gedefinieerd door ‘dood’. Alles wat wordt geboren, gaat ooit dood.

Het Sterven van Verjaardagen begint niet met je eerste afscheid van een overleden persoon, noch bij overleden dieren. Het Sterven van Verjaardagen is de periode van opeenhoping van overlijdens. Plots sta je om de paar weken – zo lijkt ’t – op een druilerige ochtend rond een graf. Of op een zonnige dag. Of niet rond een graf maar in een crematorium-aula. In elk geval vanwege het afscheid van iemand uit je nabíje omgeving: vader, moeder, broer, zus, echt goede vriend of vriendin. Ineens kukelen ze in serie om.

Ik denk dat ik in die fase ben beland. Ik kende ‘m niet. Ik was er evenmin op voorbereid dat-i effect zou hebben. Dat doet-i namelijk en niemand die je dat vertelde. Dan bedoel ik niet eens de versterkende werking op je idee over iedereen jonger dan jij: ‘ja hoor, werk je maar te pletter. Leef je droom. Denk je dat nu echt? Je denkt dat ‘de mens’ zo positief geladen is? Heel romantisch, bijna een herdersroman‘. Dat mag je cynisch noemen, maar dan snap je de pointe, de strekking, de clou nog niet. Je mag het wel ontluistering, ontgoocheling noemen. De werkelijkheid die zich steeds naakter aan je openbaarde. Dát is wat gebeurd.

Maar het belangrijkste effect is misschien wel het persoonlijke. Het besef dat je eigenlijk alleen bent, dat je alleen was en dat je alleen zult zijn. Ik kan het niet uittekenen, maar wel zeggen dat het eraan komt: het Sterven van Verjaardagen.