Wat als je ouders je niet beschermen?

Alle ouders kennen het, meer of minder. Het idee van positieve of negatieve binding. In essentie een simpel gegeven: kinderen hechten zich aan ouders. Niet verbazingwekkend: bij voorkeur moeten kinderen zich positief binden.

20120531-195310.jpg

Wat dan ontstaat, is een veilig milieu, een gevoel van geborgenheid en een plaats waarop je kunt terugvallen. In de meeste gevallen ontstaat dat ook. Maar soms ook niet. Het hebben van zo’n veilige omgeving leidt niet tot overdreven vertroetelde kinderen. Het is een factor van belang bij het ontstaan van stabiele persoonlijkheden, bij de groei naar volwassenheid. Het idee dat gemaakte fouten niet onmiddellijk snoeihard worden afgestraft, leidt ertoe dat mensen initiatief tonen. Voor de duidelijkheid: fóuten maken is dus niet de norm, maar risico durven nemen wél. Als kinderen te beschermd worden opgevoed, zo luidt de theorie, ontstaat die ervaring niet of moeilijker.

Aan die theorieën en ervaringen doet de overheid me denken. Maar dan aan ouders die onvoorspelbaar zijn (geworden) waardoor negatieve hechting op de loer ligt.

De ellende voor ‘de overheid’ is dat ze bestaat uit een veelheid aan organisaties, die door veel burgers echter allemaal op één hoop worden gegooid. Daarbinnen zijn het, zo meen ik te zien, vooral de ‘witte boorden’ die worden gezien als onbetrouwbaar. Want dát zijn de beleidmakers en wet- en regelvoorbereiders. In de pikorde volgen daarna de street level bureaucrats, de politieagenten bijvoorbeeld die een eigen – ingeperkte – vrijheid hebben om handelend op te treden. Niet tot ‘de overheid’ gerekend, lijken de ambtenaren in service functies: de vuilnismannen en straatvegers bijvoorbeeld. Of het klopt, maakt niet zoveel uit voor deze blogpost: het gaat er om dat geen onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende overheidsonderdelen. Sterker, het wij-zij-denken gaat óók over machtsdenken. Zij die de macht hebben en ons leegzuigen, tegenover wij die daar geen verweer tegen hebben.

Van een overheid verwachten we dat die neutraal is, dat die rechtvaardig is, dat die deskundig is en dat die helder is. En op al die punten ervaren burgers dat steeds vaker niet dan wel. In termen van de ouder-kindrelatie: het kind voelt zich absoluut niet veilig. En gedraagt zich ook daar naar!

Ga maar eens na. En houd in de gaten dat het mij nu níet gaat om het ‘elkaar om de oren slaan met feiten’, maar om de perceptie, de waarneming, de beleving van het kind, de burger. Want hechten is niet een zaak van ‘gelijk hebben’, maar van gevoel. Ik hoop van harte dat jij, lezer, niet hoort bij de ouders die menen dat je met rationele argumenten kinderen kunt overtuigen van je vriendschap, liefde of warmte voor hen. Koude douche: dat werkt níet!

Ga dus eens na waar een overheid staat die
– niet in staat is de voedselveiligheid te waarborgen. Eentje waarvan consumentenprogramma’s keer op keer ‘aantonen’ dat overheidscontrôle tekortschiet. Eentje die niet in staat is zich zodanig op te stellen dat we zeker weten dat wat we dénken te kopen ook dat is (neem het gerotzooi met etiket-informatie, of de vloedgolf aan keurmerken).
– niet in staat is voor veiligheid te zorgen. Of dat nu economische veiligheid is – wat is de hoogte van jóuw pensioen over x jaar? Wat zijn jóuw hypotheeklasten over 2 jaar? Kun jij terugvallen op je ouders, de overheid, als het (even) slechter gaat? – of dat het over fysieke veiligheid gaat – zijn kerncentrales écht veilig? Levert onderaardse (gas)opslag werkelijk geen grote nadelen op? Hoe kán het dat verdachten/overduidelijke daders, met name in gróte zaken, ‘gewoon’ daarmee wegkomen?.
– niet in staat is helder te zijn. Wat moet je denken van politici die vóór en na verkiezingen andere uitspraken doen? Wat voor indruk maken ex-politici? Waarom kan er niet dúidelijk worden gezegd wat er aan de hand is; bij catastrofes bijvoorbeeld?
– niet deskundig lijkt te zijn. Hoe kán het dat anderen overheidsfalen blootleggen? Of het nu gaat over gerechtelijk dwalingen of schielijk verborgen gehouden informatie (wikileaks als voorlopig summum).

Natuurlijk. Het ís niet één overheid. En er spélen belangen. En visies op de samenleving. Allemaal waar. Maar wat ook waar is, is dat de ontvangende partij zich zo langzamerhand in een onveilig gezin lijkt te voelen. In een gezin waarin de autoriteit van het gezinshoofd weg is. In een gezin waar een mentaliteit heerst van ‘laat maar waaien en gebeuren’.

Waarom verbazen we ons dan zo over de mentaliteit van die kinderen, van burgers? Die hebben we zélf zo gemaakt door ze geen veilige omgeving, geen positieve hechting te geven. En de ellende daaraan is dat aan opgroeiende kinderen duidelijk is dat zo’n omgeving vaak leidt tot versterkte problemen op latere leeftijd.

Er staat ons nog wat te wachten.

Advertenties

Het einde van de krant

Persoonlijk vind ik het een spannende ontwikkeling: de bewegingen in de wereld van de (schrijvende) media, alhoewel dat ‘schrijvende’ de lading steeds minder dekt. De strijd, de discussie, het meningsverschil lijkt vaak te draaien om ‘de toekomst van nieuws’. Om de vraag wie nu eigenlijk nieuws maakt en wie dat op de slimste manier nij de consument brengt. Slimst inderdaad opgevat als winstgevend, want dát is en blijft ook voor idealisten het doel.

Je kunt tal van discussies en discussiemomenten terugvinden tussen vertegenwoordigers van verschillende posities. Met name als het gaat om nieuwsaggregatie en -curatie kan het er verhit aan toe gaan. In essentie draait het dan vaak om de vraag wanneer nieuws ontstaat, en als nieuws wordt gemaakt door journalisten of curatie dan geen diefstal is (voor het gemak ga ik nu om de vraag van bronvermelding heen).

Nu ben ik geen media-mens, zeker geen media-specialist, en evenmin journalist. Maar ik heb wel geleerd te denken in trends. En dan vind ik dit citaat uit GigaOm uitermate kernachtig:

The reality is that newspapers have never sold the news to readers — readers pay for the distribution platform on which that news is printed, i.e. the paper itself and the packaging involved.
(…)
The real business of a newspaper has been to aggregate content — news, but also comics and horoscopes and classifieds and lifestyle tips — as a way of capturing the attention of readers, and then sell that attention to advertisers. And the problem for newspapers, both hyper-local and national, is that advertisers are no longer as interested in that arrangement as they used to be. Much of the attention that they seek to monetize has gone elsewhere, to websites and services like Facebook — especially the attention of younger readers with disposable income.

Het is waar wat hier staat, denk ik. Het is inderdaad de áándacht van lezers die kon worden verkocht aan adverteerders. En het zijn inderdaad de eye balls geworden – alhoewel – die daarna de aandacht van adverteerders trokken: de kijkers op websites en nu mobiele platforms (alhoewel het blijkbaar moeilijker is daar a. accuraat te tellen en b. voldoende reclame-uitingen kwijt te kunnen om commercieel interessant te zijn).

Maar de vraag die blíjft liggen: wat ís het dat lezers en/of kijkers trekt?
Dat is niet krantenpapier, noch het feit dat die thuis wordt bezorgd, en het is evenmin ‘het worldwideweb‘ of ‘de tablet‘. Ofwel, het zijn niet de dragers, ook niet als dat wél is waardoor kán worden verdiend.
Uiteindelijk is het toch de content die ’t hem doet, is dat wat de aandacht van lezers trekt. En inderdaad: die aandacht is de handelswaar naar adverteerders.

En dan kom je wel degelijk uit op de discussie wat ‘nieuws’ en ‘informatie’ is, en wie dat ‘maakt’. Want in het nieuwe verdienmodel hebben we inmiddels vrij goed in beeld wát wordt verkocht – de aandacht – maar blijft de vraag ‘en hoe váng je die aandacht’ toch nog steeds onbeantwoord.