De illusie-staat

Een goede titel is het halve werk. En als ik het goed zie, is het steeds onbelangrijker of die titel de vlag is die de lading dekt. Als-t-i maar ‘pakt’. Dit leek mij er wel eentje: de illusie-staat. Lekker non-descriptief (nietszeggend, dus), maar vast wel nieuwsgierig makend. Want, tja, een illusie-staat…. wat ís dat in vredesnaam?

Illusie-staat is de naam die ik geef aan onze staatsvorm. Niet een rechtsstaat, gebaseerd op de trias politica en rechtsregels, maar een staat gebaseerd op illusies. Eerlijk gezegd, twijfel ik nog wel wat aan dat ‘staat’. Mogelijk kun je er ook ‘samenleving’ van maken. Maar ik vermoed dat dat marketingtechnisch een afzwakking is.

De illusiestaat is een situatie waarin we leven in een staat die feitelijk uit meerdere, twee, dimensies bestaat: de tast- en zichtbare alledaagse wereld en de imaginaire van afspraken, regels en wetten. Bepalend is dat die laatste, de imaginaire, wordt aangezien voor de werkelijkheid. We leven in een droom, een illusie.

2bfe65e6-615f-11e5-ae74-e5dfbfd1ccb1_original

Ik denk te zien dat onze regel-wereld is losgezongen van de realiteit. Het is al eerder beschreven, ook door mij in dit blog: we leven samen op basis van de veronderstelling dat als iets is geregeld het ook werkelijkheid is. Regels zonder handhaving zijn krachteloos, maar vooral ook naïef. Ik kijk op een flat  waar de VVE ooit borden – meervoud – omheen plaatste met een verbod op spelende kinderen – echt! De grap was echter dat het krachteloos was. Niemand, geen agent, die ooit die wensgedachte werkelijkheid maakte door te handhaven.

Je kan vandaag de dag de voorbeelden van een illusiestaat overal om je heen vinden.

Eén van de beste vindplekken vind ik nog steeds het verkeer. Daar is inmiddels een ongelooflijke discrepantie ontstaan tussen regel en werkelijkheid. Neem de basisregels Rechts Heeft Voorrang (Oók Een Fiets) of Rechtdoor Heeft Voorrang Op Afslaand. Ik zou er niet op vertrouwen, want de situatie is inmiddels anders: ‘voorrang is geen recht. Dat kríjg je, maar mag je niet némen’. Ofwel: eigenlijk is het Het Recht Van De Sterkste.

Da’s idioot. Op papier is het allemaal goed geregeld in het verkeer. Maar iedereen die geregeld op de weg is, weet dat het niet zo gaat. Die weet dat zich dagelijks talloze situaties voordoen waarin het gaat om brutaliteit (en onkunde/onwetendheid van regels). Sterker, als je je aan de regels houdt, koers je vaak af op een confrontatie. Toch idioot: vanwege de lieve vrede moet iemand dus afstand doen van juist gedrag ten gunste van een overtreder.

De Illusiestaat lokt daardoor iets doodengs uit. Iets wat ik de afgelopen decennia als een zwam in rottend hout zie verspreiden: een systeem van regels waaraan ‘niemand zich houdt’, maar waaraan wel wordt gerefereerd als antwoord op escalatie en conflict. In andere woorden? Politici en overheden kunnen vanalles denken en denken te doen, maar de burger regelt het zelf wel, ten koste van de zwakkeren.

SolomonWives

Het verschijnsel is op andere plaatsen lastiger te herkennen. In de zorg woekert het ook. De cliënt en patiënt zijn welhaast onbeschermd tegen willekeur geraakt, ondanks de toename aan regels. Arbeidsrecht beschermt de werknemer…. toch?! Of de beleidsbeleving van ‘werkloosheid’ of ‘bijstand’: de werkelijkheid is anders. Of de wat verder weg liggende: nieuwe bronnen van inkomsten en financiering als gevolg van systeemwijzingen (crowdfunding, en pas geleden de suikeroompjes*). Het is de plaag die steeds meer aan de oppervlakte komt als je het nieuws – ook al is het maar gemiddeld – volgt: de groeiende kloof tussen alledaagse werkelijkheid en boeken-/beleidsbeelden.

De illusiestaat verklaart een groeiende onvrede over en afkeer van ‘de politiek’,maar het voorspelt ook het ontstaan van een mogelijke nieuwe vorm van ‘wetteloosheid binnen de wet’. Da’s pas eng.

*Die suikeroompjes zijn feitelijk ook doodeng, want ze zetten de klok terug door vrouwen weer afhankelijk te maken van de willekeur van mannen.

Advertenties

Schoonheid zegt alles, over óns

Er zijn van die dingen die je een groot deel van je leven kunnen bezighouden. De grootse vragen des levens – waarom zijn we hier? – tot de futielste – welke idioot bedenkt er nu een paperclip … of een rits?.

Niet de mooie mensen, maar de lelijke hebben me al jaren in hun ban. Beetje overtrokken geformuleerd. Wat me fascineert, is de relatie tot kansen in het leven. Niet de mooie mens is interessant. Zeker niet die tallozen die zichzelf mooi vinden omdat ze een hype-mens imiteren in haar- of klederdracht. Dat zijn een soort van identiteitloze klonen.

Vaak wordt naar vrouwen gewezen. Die zouden graatmagere fotomodellen imiteren of ballonborstige reddingzwemsters. Vast. Vergeet echter de mannen niet. De golf aan baardige figuren die menen in de houthakkerij te werken. Of de kaalkoppen die of doodsbang lijken voor uitvallend haar of de illusie aanhangen dat kaal agressie uitstraalt.

Wat als je gezicht echter iets anders uitstraalt?

Ed van der Elsken was er een grote in; in het fotograferen van gewone mensen. De gewetensvraag die ik je stel, is wat je van die mensen dénkt als je ze op de foto ziet. Hoogleraren of schoonmakers? Om maar wat te noemen.

processed_0fec7a64e87205df25fc8c9499b57544

Op welke manier bepaalt je gezichtsuitdrukking je leven? Na zestig jaar denk ik dat dat in hoge mate het geval is. Ik schreef het vast al ’s eerder op in dit blog. Ooit vroeg een hoogleraar me waarop ik zou willen promoveren. Dit dus.

Sinds de Franse Revolutie leven we met de gedachte dat sprake kan zijn van Gelijkheid, gelijke kansen voor iedereen. Da’s best en nastrevenswaardig, maar het veronachtzaamd de startpositie in de wedstrijd des levens. Starten met een familiekapitaal is een paar ronden voorsprong op degene die niets heeft. Starten in een goed opgeleid gezin is voorsprong op degene wiens ouders niet mochten of konden studeren (en nee, dat heeft helemaal níets met ‘schuld’ te maken). Aan die startkwalificaties moet je, volgens mij, gelaat en uitstraling toevoegen, zaken die je bij geboorte mee krijgt.

Het heeft me lang gehinderd. En nog wel. In Leiden, een oude fabrieksstad, kon je ‘de arbeiders’ er zó uitpikken. Je zág het. Geen grijs, maar gelig haar. Een openhangende mond waardoor je een wat suffige uitdrukking krijgt (ik merk het nu ik ouder word langzaamaan bij mezelf: de kwijlende bejaarde komt eraan). Kinnen, voorhoofden, oren, neuzen en ogen die niet voldoen aan gemiddelde schoonheidsidealen. Politiek incorrect inderdaad. Maar minder waar? Ik denk het niet. Op precies hetzelfde grondgebied bestaat nóg een stad Leiden: de universiteitsstad, met anders uitziende bewoners.

In mijn studietijd was de verklaring dat ongezond leven – noodgedwongen ongezond! – leidde tot dergelijke afwijkingen. Rachitis, horrelvoeten, luie ogen, gewrichtsproblemen, en talloze andere ellende: het gevolg van slechte woon- en leefomstandigheden. Maar die bestaan vandaag de dag een stuk minder. Niet dat ze weg zijn. Weinig geld veroordeelt nog steeds tot ongezond.

Het klopt grotendeels. Maar waarom stopt het daar?

Waarom redeneren we niet door? Door vanuit de startpositie van iemand die er níet appetijtelijk uitziet? In hoeverre, denk je, dat ‘een gluiperig uiterlijk’ – waarover je niets hebt te zeggen – je ook in die rol dwingt als mensen je maar vaak genoeg op die manier benaderen? Waartoe veroordeelt een ‘dom uiterlijk’ iemand? Hoe benader je iemand ‘die er altijd chagrijnig uitziet met die afhangende mondhoeken’?

Lombroso is het schrikbeeld. Hij ordende mensen naar hun fysieke voorkomen. Hij zat er dichtbij, maar wel aan de verkeerde kant. Het probleem is niet de imperfecte. Het probleem zijn wij, de beoordelaars. Alsof de lange symmetrische man een krachtdadig mens en leider is. Alsof de borsten en billen van een vrouw iets zeggen over de capaciteiten van de betreffende dame.

En eerlijk gezegd: het wordt steeds erger. Cosmetisch ingrijpen is een signaaltje. Maar ik zou wel ’s willen weten hoe de sociaal-economische verdeling is van mooie versus minder mooie mensen. En dan niet de verklaring zoeken in schoonheid an sich, maar in de waardering van schoonheid. Wíj isoleren zelf de lelijkerds, zonder na te denken. En het gebeurt steeds subtieler, want de fysieke gedrochten – de freaks – bestaan haast niet meer. Maar het mechanisme van veroordelen en uitsluiten nog steeds!

museo-lombroso