Rennen voor een beer?

Als rechtgeaard stadsbewoner ben ik slecht in het snel benoemen van flora en fauna. Deze blogpost begint dan ook met de waarneming van ‘twee heel leuke vogeltjes die stonden te trappelen naar wormen’. Ik blijf dat een mooi gezicht vinden: van die serieus bezig zijnde vogels met het beduvelen van wormen, om ze dan snel uit de grond te rukken en te verorberen. Het blijft me iedere keer een raadsel waarom die suffe wormen zich zo laten bedotten. Een beetje vogel ís toch niet zo zwaar dat-i echt substantiële trillingen kan veroorzaken?

Deze twee dus blijkbaar wel. Ik heb een half uurtje op het internet gezocht – dáár vind je immers alle antwoorden, mits je de juiste vraag weet te formuleren – en denk dat ik twee scholeksters bezig zag. Mijn zoekactie begon met ‘meeuw’, omdat dat in Leiden een vrijgevochten en vrijgevestigd typje is. Maar ik vond geen enkele meeuw met drie tenen en geen zwemvlies. De scholekster heeft die wel. Nu denk ik dus dat ik de kleur van de poten en snavel verkeerd had. Want, zoals gezegd, een stadsmens, hè.

scholekster-1

Het was dan wel een fascinerend gezicht, die trappelend-dansende diertjes, maar het was ook koud. Op de fiets schoot mij de gedachte binnen dat zij zich geen zier daarvan aantrokken en, zoals altijd, vooral bezig waren met ‘eten’ en dus leven. Terwijl wij, mensen, ons inpakten.

Hoe lang zouden we het volhouden zonder verpakking? Hoe lang zouden we kunnen leven op deze breedtegraad zonder kleding? Of, anders gesteld, zonder hulpmiddelen als kleding: hoe groot zou het gebied dan zijn waar ‘de mens’ kan (over)leven? Als je wilt, kun je ‘m ook herformuleren als iets als: wat als dieren kleding zouden hebben en zich konden losmaken van klimatologische beperkingen?

Nee, het is een hypothetische vraag, want wij hebben die mogelijkheden en zij niet. Maar ze maakt wel iets duidelijk wat járen voor de informatie(technologische) revolutie al werd vastgesteld: mensen maken eigenlijk geen schijn van kans op deze planeet. Het is dankzij een heel arsenaal aan beschermende maatregelen dat we er zijn gekomen en er nog steeds zijn. Het moment dat die wegvallen, zijn ook wij weg. Of weet jij hoe je moet overleven in de natuur, zonder hulpmiddelen als die eenvoudige lucifer laat staan het complexere vuurwapen? Of wat je wel en wat niet kunt eten? En moest je bij een aanval van een beer nu juist voor dood blijven liggen of hard brullen?

Iedere technologiedenker moet bij deze vraag hebben stilgestaan als-i z’n domein serieus neemt. Want juist technologie is de belichaming van de ángst voor de natuur en voor de planeet. Steden: het zijn op de keper beschouwd bolwerken tégen natuur, plekken waar menselijke ‘orde’ heerst en geen ‘natuurlijke chaos’, een woestijnnederzetting, een oase temidden van natuur.

Onze bescheidenheid en zelfkennis zijn eigenlijk beklagenswaardig, realiseer je je door die paar wormenzoekende vogels. Zíj redden zich wel.

10515706584_05f7f86195_b

 

 

 

 

Advertenties

Prostitutie in de politiek

Ik heb iets ontdekt in onze badkamer. Een nieuw schoonmaakmiddel. Iets van een bekend merk. Maar het trof me vooral dat de fles zo enorm veel weg heeft van al die Glassex-spuitflacons terwijl de naam duidelijk maakt dat het speciaal is bedoeld voor de badkamer. Mijn verwrongen geest denkt dan meteen: ‘ja, ja, dat is natuurlijk een middeltje dat ook in al die andere flessen zit, maar met een andere naam en gebruiksbedoeling’. Want daar gaat het om: verkopen.

Marketing. Persoonlijk vind ik dat (nog steeds) de ‘kunst’ van het creëren van een vraag voor iets waarvoor voorheen nog geen vraag was. Of: de kunst van het aanbieden en verleiden. De kunst van het ‘zoeken naar een (afzet)markt’. Maar altijd: het omdraaien van de zaak.

Goede marketeers zijn meesters in de omdraaiing. Nooit zullen ze aangeven dat wat moet worden verkocht helemaal niet is gebaseerd op een reële vraag. Nee, de consument vraagt erom en dus bieden wij dit aan. We hebben dus gevraagd om honderden, duizenden artikelen die net zo goed als volstrekt nutteloos mogen worden betiteld. Van de lichtgevende hondenband – handig in de winter – tot aan “fashionable pleisters“, van de neushaartrimmer – au!!! – tot aan de plastic frummeltjes in chocolade ‘kindereieren’. We hebben er blijkbaar zelf om gevraagd.

Onzin. Slechts zelden is er vraag. Wat wél gebeurt, is dat iemand iets bedenkt waarvan-i denkt dat dat verkoopbaar is. Er is dus eerst aanbod en daarna pas vraag. Dat betekent overigens ook dat er dus wel degelijk een beheersingsmechanisme bestaat in een consumptiemaatschappij: een beperking van het aanbod. Een vloek in de kerk van de Vrije Markt. Maar goed.

De grap is dat dat ongebreidelde aanbod inmiddels veel wijdverbreidere effecten heeft dan alleen op ‘de vraag’. We worden figuurlijk overspoeld. Het leidde al eerder tot de analyse dat al die keuzes die we inmiddels móeten maken, leiden tot keuzestress. Kiezen doet pijn, kost moeite en vindt een gemiddeld mens helemaal niet leuk. Gék word je van het kiezen van een telefoon, een auto, een televisie(abonnement), een computer óf een tablet, een fiets, een verzekering: opties, opties, opties. De geïnformeerde mens weet niets meer.

De kont tegen de krib dan maar. Ogen dicht en ezeltje-prik spelen? Of een keuzehulp gebruiken? Tot en met je keuze voor een politieke partij. Dat zou dus een rationele keuze zijn? Nee, informatie verwart. Inmiddels weet ík niet meer welk dieet nu gezond is. Inmiddels is zo ongeveer iedere reclame-uiting verdacht, doordat we zijn gewezen op de misdadig-sluwe formuleringen op etiketten en verpakkingen. Inmiddels maken nieuwsregistraties – en goede journalisten!! – meer en meer duidelijk hoe er glashard wordt gelogen. Dat heet dan ‘voortschrijdend inzicht’ of zelfs het onbeholpen ‘heb ik nooit gezegd’ (in een wereld die álles onthoudt).

In die transparante maatschappij die ons wordt voorgespiegeld, floreert ‘de achterkamer’ als nooit tevoren. Sterker, ze bestaat nu bij de gratie van de vluchtigheid, de oncontroleerbaarheid. Want zo ver zijn we wel. Wat niet is vastgelegd, bestaat niet. Zelfs in de regelgeving is de omdraaiing een feit. Wat niet expliciet is verboden, is toegestaan.

Een van de toppunten is de politiek. Nog afgezien van het mogelijk liegen en bedriegen, van eigenwinst voor alles, van ‘het is maar een baan’, en van ons kent ons, is politiek steeds meer in handen gekomen van marketing-aanpakken. Niet langer staat ‘het idee’ of ‘de ideologie’ centraal, maar de vraag ‘hoe krijgen we zoveel mogelijk stemmen’. Mij doet steeds meer denken aan prostitutie. Politieke prostitutie, waarin wat de klant tevreden stemt, wordt beloofd.

Het is niet zo vreemd dat de steun voor politiek en politieke partijen afneemt, en dat dat daarmee de legitimiteit van onze representatieve(!) democratie ter discussie staat (ach, eigenlijk al is verdwenen, vermoed ik). Dat krijg je als je te maken hebt met kiezers die de dezelfde ervaring hebben met politieke beloftes en politici als met producten in de winkelschappen. Ook die doen níet wat ze beloven en ook daarvan weten de meeste van ons nu wel dat die alleen zijn bedoeld om de winsten van bedrijven te spekken.

Kijk, dames en heren politici, zolang u zo gefixeerd blijft op ‘de grootste worden’, op ‘regeren ten koste van alles’, of ‘loze beloften doen’ is voor de kiezer de enig te kiezen weg zich afwenden van u. De rampspoed brengt ú, niet de kiezer die geen andere keuze heeft.