Het tijdperk van het cynisme

Eigenlijk heb ik nog een ruime week ‘blogvakantie’. Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Voor nieuws kun je je heel goed afschermen; althans, je kunt de stroom inperken tot een rustige bergbeek. Echt helemaal niets van ‘het nieuws’ meekrijgen, is lastig zolang je tussen mensen verkeert. Nog steeds vind ik dat één van de voordelen van vakantie: niets móeten. Niemand die jouw leven bepaalt. Daar valt ‘het nieuws’ ook onder. Want over alles lijk je ook een mening te moeten hebben. Doodmoe word je daarvan, van dat lezen, luisteren, nadenken en oordelen. En dan ook nog te weten dat jouw kleine meninkje waarschijnlijk niet eens invloed heeft tussen die miljarden andere.

‘Lekker weg’ is voor mij eerder een crime dan een leuk vooruitzicht. Al dat geregel, die vreemde gedachte dat ‘er déze vakantie vast iets verkeerds gaat’, al het gedoe. Meestal ben ik blij dat we weer thuis zijn en de rituelen weer houvast bieden. Als ik erover nadacht, bleek dat ‘(de kans op) geregel’ toch wel vakantiestemmingmakend is. Een vakantie zonder zorgen: dat is het.

Op één punt lukt dat vrij aardig. Het nieuws. Ooit was dat makkelijk: op de meeste vakantiebestemmingen waren alleen oude kranten te koop. Als kampeerder ben je alleen geïnteresseerd in het weer. Een krant van gisteren is dan niet bepaald informatief. Maar het nieuws dringt zich op. Op sluwe manieren. Door zich te nestelen daar waar het ook vandaan komt: de gesprekken tussen mensen. Op de camping of aan de rand van het hotelzwembad was het nog uitzonderlijk als gesprekken gingen over nieuwtjes. Je was allemaal in de vakantiemodus.

Social media hebben die barrière geslecht; die van kindred people, verwanten, mensen met dezelfde geestestoestand. Social media mengen als een dolle. De metafoor van een receptie of een café gaat niet eens op. Eerder is het een situatie van een willekeurig plein waar willekeurige mensen elkaar zien/’afluisteren’, en soms met elkaar praten. Dat leidt ertoe dat je heel verschillende informatie tot je krijgt. Soms heel fragmentarisch, maar als je even blijft staan: meer. Persoonlijk vind ik dat nog steeds de charme: dat onverwachte, de bonte verzameling (en soms baal je, net als in de trein, dat je slechts een deel van het gesprek kúnt, of mag, volgen).

In die mêlee bestookt het nieuws je. Er is geen filter dat zegt: alle gesprekken, behalve nieuws. En wat je meekrijgt: is dat wáár? Oude discussies – wel heel interessante, overigens – maar desalniettemin beïnvloeden ze ons min of meer permanent.

De nobele, gelukkige wilde van Rousseau is inmiddels wel uitgestorven. Eerlijk gezegd, vind ik Rousseau een cynicus. Iemand die ‘de mens’ ziet als een wezen als vat vol tegenstrijdigheden. Wikipedia schrijft:

Rousseau keerde zich in bijna al zijn werk tegen de cultuur van zijn tijd met haar rationalistische pretenties en optimistische verwachtingen. Zijn doel was om “het authentieke zelf te vinden, dat schuilging onder de lagen van het rollenspel”. Rousseau schreef: “Zich vervreemd voelen van de wereld was de waarheid kennen en het zijn de sociaal aangepasten die een niet-authentiek leven leiden”. Rousseau was van mening dat we alleen trouw kunnen zijn aan ons eigen authentieke wezen als we respect hebben voor de natuur, maar de prijs was eenzaamheid.

Cynici, steeds vaker blijken zij de waarheid te hebben gezien. Steeds vaker hebben ze ons gewezen op die dubbele bodem. Steeds vaker worden ze weg gezet als negatief denkend en alleen het slechte (willen) zien.

Het is geen wantrouwen dat hen drijft. Het is eerder het (h)erkennen van de menselijke aard om, ongefundeerd, rustig, wijs en kalm over te komen en de realiteit daaronder weg te moffelen. Vaak ook nog ten faveure van zichzelf. Dat ontmaskeren is een belangrijke taak van nieuwsjagers. Dat gebeurt dan ook vaak. Motieven die glashard werden ontkend door graaiende managers, ‘kleine leugentjes’ die toch veel groter bleken, waanvoorstellingen die directeuren ons voorspiegelden als waarheid; ze zijn er, in grote hoeveelheden. Een reuze-organisatie van kinderdagverblijven die z’n personeel alle rechten ontzegd, regels misbruikend. Overheden met stap voor stap groeiende tekorten. En, niet te vergeten, de regelrecht liegende leiders. Wikileaks? Ik zou denken: het topje van de ijsberg, van de menselijke natuur.

Waar vakantie ontspanning moet brengen, lijkt de spanning niet meer weg te ebben. De ene onthulling is net afgekoeld of de volgende vulkaan gaat knallen. Ik ben altijd al ietwat cynisch aangelegd, maar ik merk dat dat de laatste twee jaar toeneemt. En bij jou?

Advertenties

Almost cut my hair

Niet omdat het weekeinde is. Niet omdat het vakantie is.

Deze blogpost wordt niets. Een korte en eentje zonder diepere gedachte.

De reden is eenvoudig. Voor mij.

Mijn generatie is een van de eerste die opgroeide met ‘moderne muziek’: rock en roll, en alles wat erna op de radio kwam, soul, ska, reggae. Die bestonden allemaal al, net als jazz en blues, maar ze denderden onze levens binnen. In de leeftijdsfase dat ‘je wordt gevormd’.

Hoe waar dat is, merk je je hele leven. Er is muziek die je volledig kan beheersen en er is andere muziek. Iedereen heeft dat. Voor de een klassieke muziek, voor de andere R&R en voor degenen na ‘ons’ is het er ook; net zo onbegrijpelijk als onze keuze moet zijn geweest voor onze ouders.

Het is alsof er muziek is die in die periode in je lichaam en geest wordt geplant, zo diep kan ze je raken.

Voor mij is het muziek die, zoals ik het zelf maar omschrijf, rauw is, maar vooral emotie in zich heeft. Dat is best ruim. Maar de categorie waar in vak uitkom, is de blues. Maar zeker niet alleen daar. Jazz kan er ook wat van. En zelfs sommige nederlandstalige meezingers of de liedjes van Franse zuchtmeisjes.

Een veelvraat, dus.

En soms raak ik verstrikt in de muziek. Dan begin ik – per ongeluk? – naar een album te luisteren dat me ‘pakt’. Maar in die staat blijk je aan die staat verslaafd: na dat ene moet het volgende komen.

Binnen de kortste keren word het dan lastig iets anders te doen.

Vandaar dit blog: een album van lang geleden. Als Neil Young – da’s er zo een – samen met Crosby, Stills en Nash muziek maakt. Deja Vu staat op en ik voel alweer de craving need hierna meer van die jankende gitaren en orgels te horen. Of de bas van Shriekback. De slagwerkers van Santana. O, de gitaar van Jimi Hendrix, Neil Young, Joe Bonamassa. De stem van Antoni. En ook……………….

Ik ben even weg.