De grote winnaar heet TV

Apparaten. Het blijft frappant hoe die dingen ons denken kunnen verontreinigen. Alsof het om apparaten gaat en niet om wat je dóet met die dingen. Vorm voor functie; dat is wat blijkbaar belangrijker is dan we denken.

633a1c653d4cddd0e75c4bfcd33f5a49

Neem koffie. Toen ik jong was hadden we aan de keukenmuur een koffiebonenmaler hangen. De koffie ging in een filter en daarop werd kokend water gegoten. Dat was koffie zetten: heet water over gemalen bonen. De veranderingen zijn niet eens zó spectaculair: de maler werd electrisch, de koffie werd daarna gemalen verkocht – de snelfiltermaling kwam en verdween niet meer – en de koffiezetapparaten richtten zich steeds meer op het proces van heet water over gemalen bonen voeren. Maar in essentie veranderde er niets. Ook niet in de jaren tot nu. Aan het high end van het marktaanbod bevinden zich allerlei apparaten die, op basis van prachtige theorieën, al dan niet met hogere of lagere druk, al dan niet met precies afgemeten vormpjes koffie het zetten van koffie tot een kunst verhieven. Grandioze marketing. Voorlopig nieuw toppunt voor de massa’s lijkt de koffiebonenmaalmachine-die-meteen-ook-koffie-zet. Want, tja, vers gemalen is je van het. Net als in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Al die machines wekken de indruk alsof er iets nieuws onder de zon is gekomen. Nu ben ik volgens sommigen een scepticus en volgens anderen een cynicus, maar ik denk dan: ‘Zo? En wat is dat dan?’. Waar precies is dat zetten van koffie fundamenteel anders? In veruit de meeste gevallen is de vorm anders. Of het gemak. Maar onze manier van koffie zetten is feitelijk geen snars veranderd.

Dat is het lastige aan innovatie, aan vernieuwing. Ik wil best bekennen dat ik een vrij strakke definitie heb van innovatie: dat zijn die veranderingen die leiden tot fundamenteel ánder gedrag. Dat we inmiddels alle vernieuwing innovatie noemen… het zij zo. In mijn wereld zijn dat vormaanpassingen. En die kunnen versluierend uitpakken.

14845-620-412

Eén van de beruchtste, vind ik, is alles rond televisie kijken.

‘Televisie kijken heeft afgedaan. Jongeren kijken geen televisie, maar halen op momenten dat het hén uitkomt een film, een serie, een programma op. A-synchroon en on demand‘ Dat klopt, maar wat betekent het?

Dat televisie kijken helemaal niet heeft afgedaan, maar waarschijnlijk juist enorm krachtig is gegroeid. Natuurlijk, op dit moment is het medium waarmee wordt gekeken anders: laptops, tablets en telefoons bijvoorbeeld. En er wordt zélf gekozen voor de kijktijdstippen. Maar uiteindelijk zitten al die niet-meer-televisie-kijkers toch echt gewoon televisie te kijken: de series, de films, de programma’s. Sterker, het is de vraag of er nog iets te zien valt – iets kwalitatief goeds – als er geen omroepen zijn. Of het een ruisende zwartwit teevee is, een die nog een echte antenne op het dak vereiste, een kleurenteevee, of een kabelaansluiting, een computerscherm of een mobiel scherm; het zijn de dragers, de media. Die veranderen. Maar ons gedrag niet echt.

Ik zie de basis voor de bewering dat televisie heeft afgedaan dan ook niet. Er wordt meer dan voorheen gekeken. Vooralsnog is televisie toch echt nog winnaar.

Wat spannend is, is de beweging die wel in toekomstvisies is te vinden. Een beweging naar een situatie waarin de kijker ook de producent is. Of misschien is ‘regisseur’ een juistere term. Een fundamenteel andere relatie ontstaat als beeld niet uitsluitend consumptief en lineair wordt afgenomen, maar kan worden beïnvloed. De sportwedstrijd waarbij de kijker zelf bepaalt welke camerastandpunten hij wil gebruiken. Dan wordt het kanaal de ogen van de kijker. Dan verschuift de premisse van ‘aanbieder bepaalt en vertelt het verhaal’ naar ‘vrager bepaalt en maakt zélf het verhaal’ (of, zoals een goed boek, neemt iemand anders’ versie af). Inderdaad, dat betekent dat de film, de serie zoals we die kennen niet meer bestaan, maar dat je je bewéégt ín het verhaallandschap. VR?! Het past in elk geval wel vrij aardig in McLuhans beroemde citaat The Medium is The Message, waarin de vorm de inhoud, de functie herdefinieert.

Dat moment zal vast wel komen, maar tot die tijd lijkt het me veel te vroeg te beweren dat de televisie heeft afgedaan (en zelfs in de verre toekomst zul je nog luie mensen hebben, die het gewoon wel makkelijk vinden als anderen hun beeld bepalen).

Advertenties

Het basisinkomen ís er al

Waar en hoe de samenleving fundamenteel zal veranderen, is nog maar de vraag. Het ontstaan van een gedigitaliseerde samenleving stokt, of positiever: gaat niet zo snel als sommigen – ik ook – hoopten. Vreemd is dat niet: ik beweer het al een poosje, technologische verandering kan vrij snel gaan, maar sociale verandering is van een andere orde. En uiteindelijk gaat het om sociale verandering, de machtsbalans.

Wat ik wel zie ontstaan, is een nieuwe tweedeling.

Een tweedeling die niet bestaat uit tóegang tot een mogelijk nieuwe digitale werkelijkheid of niet. Dat hoor ik zó vaak: de have en have not’s herontdekt. Ik vind ‘m wat makkelijk. De grote verandering zit ‘m er in dat toegang tot digitale mogelijkheden ook verschillende toepassingen mogelijk maakt. Die toegankelijkheid is zó neutraal dat het lastig is geworden te beoordelen wie voordeel heeft. Tot op heden is die beoordeling gebaseerd op heel klassieke criteria. De hogere klasse gebruikt de mogelijkheden om zich te verrijken, qua kennis en netwerken. Lagere sociale klassen, is de gedachte, gebruiken de mogelijkheden daar veel minder voor en da’s slecht. Da’s de kloof. Vraag is echter helemaal niet hoe die lagere sociale klasse zich verhoudt tot waarden van de hogere, maar tot de eigen. En dan zou weleens kunnen blijken dat de digitalisering ook hún waarden sterker maakt. Dat dat wellicht voor sommigen ongewenste waarden zijn, is jammer. Voor hen. Maar empowerment werkt voor beide groepen.

Ik ben ook helemaal niet zo van verklaringen waarin de technologische mogelijkheden worden benoemd als de fundamentele veranderkrachten.

Wat ik wél zie, is dat mensen met alternatieve oplossingen dan de gebruikelijke nu plots kansen zien. Dát is de voortstuwer. Wat ik zien gebeuren, is dat zich een beweging heeft ontwikkeld die zich richt op kleinschaligheid, op milieuvriendelijkheid, op menswaardigheid. Misschien is het nog beter het te zien als een contra-beweging tegen industrialisatie en aanverwante effecten (marketing, doelmatigheidsdenken, kwantificeerbaarheid).

Dát is wat technologie tot nu aan innovatie mogelijk maakt. Want van technologische innovatie is nog bar weinig terecht gekomen, anders dan de standaard-ontwikkelingen van automatisering, verkleinen, versnellen van bestaande processen en producten. Feitelijk niet meer dan vergroten van doelmatigheid. In de zorg is dat grootschalig gaande (en wordt het aangezien voor een paradigma-wisseling; naar wat?!). In de publieke sector gebeurt helemaal niets, anders dan een hoop overbodige overlegstructuren waaraan vooral externe ‘deskundigen’ enorm veel verdienen. En ja, dat is zeer zeker bedoeld als een sneer, want ‘de overheid’ heeft in zo’n twee decennia nog helemaal niets tot stand gebracht.

Véél interessanter is een andere ontwikkeling. Het is niet ’n technologie die dit in beweging zette; het is dé technologie. Wat je ziet gebeuren, is het ontstaan van een geloof in kansen, in kleine kansen. Dát is de cruciale verandering. Het is ongetwijfeld een combinatie van factoren, waarin de economische crisis en bankencrisis ook een rol spelen. Maar wie rondkijkt, ziet als paddestoelen initiatieven uit de grond spríngen.

Ik kan daar echt blij en opgewonden van raken.

Mensen proberen plots (weer?) hun ideeën te realiseren. ideeën over samenwerking, waardoor flexibele werkplekken in vele soorten en maten ontstaan, waardoor ad hoc samenwerkingsverbanden ontstaan, waardoor – al dan niet gedwongen – zzp’ers samenklonteren. Ideeën die idealistischer zijn, waardoor ‘bezit’ een ietwat andere invulling krijgt en ‘uitlenen’ en vogue wordt, waardoor buurt- en wijktuinen ineens mogelijk worden, waardoor vaker en serieus wordt gedacht over andere ruilsystemen dan met geld. Het is niet allemaal nieuw. Het is wel méér en daarmee mogelijk een teken van een veel fundamentelere verandering.

Een verandering die nog naamloos is, maar die lijkt te gaan in de richting van (bijna romantische) kleinschaligheid. Inmiddels is er een stevige basis van Nieuwe Vrijgestelden ontstaan die blijkbaar kansen zijn gaan zien én kansen kregen. Kansen kregen omdat er voldoende (gezins)inkomsten waren om risico te nemen. Dat neemt niet weg dat in heel veel van die idealistische initiatieven wel degelijk een wens, een hoop op voldoende inkomen leeft bij de initiatiefnemers. Het zou hypocriet zijn dat te ontkennen.

Kleine idealisten. Hun drijfveren even buiten beeld houdend: hier word je toch blij van? Dit is, voor mij, het bewijs dat ‘we’ actief genoeg zijn, dat we kunnen beschikken over heel veel dromen en ideeën, en vooral dat we dat kunnen faciliteren. Voor mij is deze beweging een heel belangrijke reden te geloven in zoiets als een basisinkomen. Het is een bewijs dat loskoppelen van arbeid en inkomen weleens tot héél grote sociale veranderingen kan leiden.

Ga in je eigen omgeving maar eens na wie die ‘creatieve start ups’ en dergelijke zijn, en onder welke condities die zijn gestart. De kans is erg groot dat je dan ergens een ‘weldoener, suikeroompje, werkende partner, uitkering’ of iets dergelijks vind dat alles mogelijk maakt. Het enige wat je moet doen, is die veranderen in ‘basisinkomen’. Dát is pas een ontregelende innovatie, denk ik.