Prozaïsche bijsluiterschrijvers

Zoals ieder mens ben ik niet volmaakt. Zo af en toe hapert er ’s wat. Zo af en toe word ik aangevallen door organismen die in War of the Worlds de machtigste machines van buitenaardsen uitschakelden. Zo af en toe valt er een onderdeel bijna uit. En op korte termijn zúllen er onderdeel definitief uitvallen en mogelijk vervangen. We noemen dat ‘ziek’ en vergeten dat die staat van imperfectie wellicht vaker aan de orde is dan die idealistisch ‘gezonde’. Want de kleine imperfecties veronachtzamen we en de imperfecties die al inwendig woekeren merken we niet en wat we niet ervaren, bestaat niet. Toch?

Enfin. Kapot zijn, ook al is het maar deels of tijdelijk, is iets wat geen levend wezen nastreeft of zelfs maar prettig vindt. Dan zijn we ziek (alhoewel ik me afvraag hoe dieren deze imperfecte staat ervaren, beoordelen). Wij mensen zijn het stadium van ‘tijd voor herstel’ en ‘de geneesmiddelen zijn om je heen te vinden’ al lang voorbij. Dieren hebben dat nog wel. De kat die zijn maag reinigt met ruwe grassen is er een (niet geheel juist) vorbeeld van. het nadeel van die aanpak is wel dat je de pijp zal uitgaan als het medicijn niet voorhanden is of niet wordt herkend. Dan is een apotheker met zalfjes en pilletjes handiger. Dan is een farmaceutische industrie om in grote hoeveelheden pillen te persen en zalfjes te mengen handiger. Want wachten is ook zoiets waaraan we een broertje dood hebben.

Inmiddels hebben we zoveel medicijnen en therapieën dat het ons (haast) verbaast als een aandoening níet genezen of hersteld kan worden. Veel medicijnen is leuk als je er maar één nodig hebt. Maar iedere pil extra roept de vraag op wat díe doet in combinatie met de eerste. En oudere mensen gebruiken er steeds meer, en vaak langer, zelfs de rest van het leven. Als normale, gemiddelde (bijna) zestiger slik ik per dag vier pillen. En ik weet nu ook dat die ongewenste effecten hebben.

In de loop van 2014 heb ik een stuk of zeven-acht jichtaanvallen gehad. Een pijnlijke aangelegenheid – waaraan je wel went, aan die pijn – en een weinig flatteuze. Je voet wordt knalrood en zwelt op, tot anderhalf keer z’n normale omvang. Da’s erg omhandig omdat je je schoenen dan in een ‘verkeerde’ maat hebt gekocht. Je past er stomweg niet in. Een vervelende aandoening, kortom, maar eentje waar ik tot 2014 eens in de drie jaar last had. En nu, onverklaart tot nu, plots heel vaak. Andere pillen, dus; om de chroniciteit aan te pakken iedere dag een pil in plaats van de ‘pillen bij een aanval’. Ik verwachtte vooruitgang, want die ‘aanvalspillen’ zijn viezigheid, met effecten als misselijkheid en diarree. Ik weet niet wát er ín m’n lichaam allemaal is aangevallen door dat goedje.

Na een maand chronische jichtmedicatie begon het: jeukende uitslag. En pas na drie maanden hadden we – de huisarts en ik – door dat het bijwerking was van het jichtmedicijn. Te laat, waardoor het nu langer duurt voordat de jeukende uitslag onder controle is. Ironisch: het alternatieve middel heeft een bijsluiter waarop staat dat ‘huiduitslag’ mogelijk is. Maar goed, ik smeer nu ook zalfjes. Hopelijk voor een maand….. of twee.

Inmiddels lees ik nu ook weer ’s de bijsluiters van die zalfjes. Die blijken nog steeds lekker helder. De statistische ‘uitleg’ wat de farmaceuten bedoelen met ‘zelden’ tot ‘vaak’ – en die níet overeenkomt met de betekenis in het dagelijks taalgebruik – zie je gelukkig niet veel meer. Maar de zinnen die absolute duidelijkheid geven zijn nog steeds in de minderheid. Zo lees ik nu: “Overigens komen deze algemene bijwerkingen bij volwassenen zelden voor, echter indien ze optreden dan kunnen ze ernstig zijn.”

Persoonlijk vind ik bijsluiters zelden echt informatief, want veel is voorzien van mitsen en maren. Dat neemt niet weg dat het soms ook mooi beeldend kan zijn, haast literair. Dezelfde bijsluiter als voorgaande beschrijft voorbeelden van aandoeningen waarvoor het middel is bedoeld:

Snapseed

Vooral die “hevig jeukende rose tot blauwachtige knobbeltjes”. Prachtig.

Advertenties

Een frustratie-epidemie dreigt

Er zíjn mensen die het (mij) zwartgallig dan wel cynisch vinden: het wijzen op veel te optimistische verwachtingen over tal van zaken. Niet dat ze gelijk hebben als het over karakter gaat. Wel hebben ze gelijk als het om de boodschap gaat: die is inderdaad vrij somber getint…. als tegenwicht voor het ongebreideld positieve. Wat mij betreft, is het een teken van intellectuele armoede, het één óf het ander. Het is beide, in wisselende sterktes. Maar ze zijn en blijven onlosmakelijk verbonden. Nadrukkelijk één van beide veronachtzamen, is dan niets anders dan dogmatisch denken. Daarin zijn interpreterende volgelingen van diverse geloven erg sterk.

Het is nu eenmaal niet anders. Velen wíllen helemaal die tegengeluiden horen. Dat verstoort de illusie. Eén van de beste voorbeelden daarvan vind ik nog steeds Andrew Keen. Uitgekotst door mensen die zichzelf tot voorhoede rekenen, toen-i schreef over de amateurcultus. Een terechte waarneming en een verademend nuchter tegengif tegen al die epistels die ons de komst van burgerjournalisten en een democratisering van veel voorspiegelden, vooral doordat er meer ‘macht’ bij de burger, de leek zou komen te liggen.

Zo zit de wereld niet in elkaar en de tijd bewijst dat ook.

Natuurlijk is er een schokgolf over de wereld getrokken. Een schokgolf die slachtoffers heeft gemaakt, maar slechts een handjevol winnaars opleverde. Eigenlijk zou dát eens in kaart moeten worden gebracht: hoe de machtsbalans nu is verschoven, en hoeveel winnaars en hoeveel verliezers we kunnen tellen. Wie heeft er profijt gehad? Mijn voorspelling is dat die balans marginaal is verschoven, maar vooral dat de verandering vooral een verschuiving is geweest. Er zijn nieuwe machthebbers, maar of die socialer of maatschappij-vriendelijker zijn, moet nog blijken. Overigens is zo’n exercitie altijd een momentopname, omdat rust, status quo, nog lang niet lijkt bereikt. Dus, wie weet, is er hoop voor de positieve maatschappijverandering.

Wat me echter ook boeit, is een heel ander gevolg. Elders heb ik het weleens ‘ongeduld’ genoemd, Herman Pley parafraserend. Ongeduld die leidt tot onvrede en frustratie. Een frustratie-epidemie is een reëel perspectief, denk ik. Frustraties door verkeerde verwachtingen.

Let op. Ik ga níet beweren dat er niets gaat veranderen. Wat ik wél beweer, is dat een levensgroot risico bestaat dat ‘men’ verwacht dat dat nu ook snel gebeurt. Juist dát is het probleem: de snelheid van verandering.

De snelheid waarin technologie verandert, is formidabel. De mogelijkheden die ons worden geboden, zijn in zeer korte tijd formidabel gegroeid. Maar dat zijn de mogelijkheden. Dat zijn de randvoorwaarden. Die zeggen niets over de toepassingen. Die blijven achter of zijn eenvoudige transformaties van bestaande processen en verhoudingen. De arts die via nieuwe media-mogelijkheden met z’n patiënt communiceert, is bij lange na geen ‘nieuwe arts in een andere machtsverhouding’. Was dat wel zo, dan kon de patiënt instrúcties kunnen geven en over voldoende kennis beschikken om dat te doen. Die situatie bestaat niet. Precies hetzelfde gebeurt onder de noemer ‘burgerparticipatie’. Er is geen enkele gemeente die zich volledig ondergeschikt maakt aan burgerinitiatieven. Steeds weer komt ‘maar wie vertegenwoordigen zij dan?’ terug. Nog steeds worden kunst-uitingen als muziek en schrift niet in een directe relatie met de afnemer gedeeld, maar bestaat er een intermediair.

Allemaal heel begrijpelijk, want we weten helemaal niet hoe het moet, die directe relatie of invloed. Eerlijk is eerlijk: misschien kán het niet eens en is de nieuwe machtsfactor juist de technologie. Misschien is juist degene die dat democratiseren mogelijk zou maken, juist het nieuwe keurslijf. Vooralsnog lijkt het daar op.

Toch zie ik nog steeds en geregeld activiteiten opkomen die gestoeld zijn op dat invloedsdenken. Alsof het voldoende is via social media een hashtag-actie te starten om iets te veranderen. Dat is net zoiets als met z’n allen brullen ‘wij willen het zó’. Alsof dat ooit effect heeft gehad op beslissers. Sterker, kwaadwillenden gebruiken die ‘stem’ steeds vaker voor eigenbelang. In mijn stad hebben we ook zo’n burgerinitiatief. Dat wordt ‘gedragen door de stad’. Maar het moet wel voldoen aan hetgeen de initiatiefnemer voor ogen heeft. Ingrijpende verandering van het plan, een nieuw karakter bij voorbeeld, is uit den boze.

Een frustratie-epidemie dreigt. Dat op zich is vervelend. Maar vervelender zijn mogelijk consequenties als een nog meer beschadigd vertrouwen in elites. ‘We worden niet serieus genomen’. Het is goed te experimenteren. Maar wees wel eerlijk, oprecht en vooral duidelijk: er zijn grenzen aan invloed, heldere en ook mistige grenzen.