De essentie van informatieoorlog

Ondanks dat ik wist dat er een wezenlijk verschil is tussen een afbeelding en zijn origineel, was ik diep onder de indruk van dat verschil. De reden is eigenlijk heel eenvoudig. Ik zag een schilderij. Een schilderij dat, in woorden beschreven, een blauw vlak is. Hoe moeilijk kan dat zijn?

Dit is het:

Untitled blue monochrome2.png
Untitled blue monochrome2“. Licentie Public domain via Wikimedia Commons.

In het Stedelijk Museum in Amsterdam een ander blauw doek van dezelfde kunstenaar: L’accord bleu van Yves Klein.

Het is alweer meer dan een jaar geleden dat ik het doek zag en werd verpletterd. Niks blauw vlak. Ja, het is een blauw vlak, maar het lijkt te leven! Het is het beroemde ultramarijnpigment van Klein: International Klein Blue. In feite doen afbeeldingen beide werken he-le-maal geen recht. Kunstkenner ben ik niet. Mijn oordeel is voor honderd procent gebaseerd op míjn ervaring, míjn gevoel. Mijn vooroordeel was dat zo’n eenvoudig blauw vlak toch niet echt moeilijk moest zijn weer te geven op, bijvoorbeeld, een computerscherm. Inmiddels weet ik dat dat dus níet (altijd) kan en dat een origineel onkopieerbaar uniek kan zijn.

Zulke ervaringen heb je wel meer. Dat je een origineel ziet, of hoort, en dat je denkt: ‘Dat líjkt niet op de kopie!’. Nog afgezien van de omkering – de kopie lijkt niet op het origineel – is het wel een vaststelling waarvan je je kunt afvragen tot waar die geldt. Kopieën, van kunst, muziek, literatuur, teksten, analoge bronnen: daarvan weten we allemaal wel dat die inferieur zijn. Bij digitale originelen is dat al veel onduidelijker. Sterker, de veronderstelling dat digitale bronnen oneindig gekopieerd kunnen worden zonder kwaliteitsverlies is waar. Of ze ook met dezelfde kwaliteit overal getóónd kunnen worden, is een andere vraag. Op een waardeloze monitor zal zelfs het allerscherpste fotobestand er erbarmelijk uitzien, ondanks de identieke code.

Maar voor dat doek van Klein staand, bekroop me weer de gedachte: er is een onderscheid tussen de twee werelden die we ‘de echte’ en ‘de digitale’ noemen. Dat schilderij was niet in al z’n facetten te reproduceren. Je kunt er wel een indruk van krijgen, een impressie. Maar dat essentiële effect, dat overdonderend blauw, dat kunnen we niet overbrengen.

Een Belg, ene Magritte – ben ik groot fan van – wees daar al op: het bedrieglijke van waarneming en interpretatie, van onze gedachten. We denken (te) snel te weten wat we zien, horen, voelen of ruiken. En dat is de ‘echte wereld’.

De vraag is of we in ‘de digitale wereld’ diezelfde misleiding niet ook ontmoeten, maar dan nog sterker. Want niet alleen misleidt onze geest ons, maar mogelijk ook de schepper van de digitale werkelijkheid. Da’s niet per sé een zorgwekkend idee. Het is wel iets waar we alert op moeten zijn: er is geen ijkpunt voor waarheid in ‘het digitale’. Je bent aan jezelf overgeleverd, je eigen gezond verstand en kennis.

Dan zit je ineens van een blauw vlak middenin de essentie van een informatieoorlog, de zoveelste.

Advertenties

We zijn een zak micro-organismen

Ik ben een beetje een veelvraat. Het kost me grote moeite me te committeren aan één onderwerp. De hoogleraar waarvoor ik ooit werkte, heeft het me weleens gevraagd: “Zou je niet willen promoveren?”. Mijn antwoord was er direct. Ik zou niet weten waarop, want er zijn teveel fascinerende onderwerpen én – belangrijker – ik wilde niet gekoppeld worden aan één onderwerp. Het is me ook nooit echt gelukt. Ik volg mijn nieuwsgierigheid en dat bevalt enorm goed.

Die houding laat me reageren op zeer diverse dingen. Niet dat ik daarvan alles weet, maar omdat het me boeit en vaak ook vragen oproept. En vragen, dat weet jij als lezer van dit blog inmiddels, zijn de motor achter vooruitgang. Zo, nu snap je, als scherpe lezer, meteen ook waar mijn fascinatie met innovatie vandaan komt (en mijn scepsis): die vooruitgang.

Innovatie is geen technologisch trucje. Dat dreigt het wel te worden met alle aandacht voor technologische vernieuwing. Maar dat zijn merendeels gevalletjes Oude Wijn In Nieuwe Zakken. Bestaande procedures en producten worden gedigitaliseerd, versneld of verkleind en dan innovatie genoemd. Innovatie vereist echter eerder een heel nieuwe manier van kijken.

Dat is echt verschrikkelijk moeilijk. Een zijstapje. Ik ben al een ruim half jaar bezig een project te starten waarin het, volgens mij, essentieel is dat het begrip ‘arbeid’ wordt geherdefinieerd. Alleen als je die stap kunt zetten, ben je in staat de broodnodige verandering te zien. Wat me opvalt, is dat de mensen met wie ik dit traject doe – en die echt open staan en wíllen – geregeld tóch terugvallen op bestaande concepten. Niet dat het mij makkelijk af gaat of dat ik het beter kan; mijn conclusie is dat het voor iedereen tergend moeilijk is. Als een kunstenaar die zijn meesterwerk voor zijn geestesoog ziet, maar het niet op het doek krijgt.

Als ik me niet vergis, schreef de De Volkskrant er afgelopen zaterdag ook al iets over: het werk van Nicole King cum suis. Niet dat ik ooit eerder van hen had gehoord. Maar wat ze poneren, pakt wel. In Quanta Magazine – ook nooit eerder van gehoord, overigens – brengt daarover een artikel onder de titel Where Animals Come From.

Historically, photosynthetic bacteria pumped oxygen into the oceans for billions of years, setting the stage for complex multicellular life. And according to the endosymbiotic theory, proposed in the 20th century and now widely accepted, the mitochondria inside every eukaryotic cell were once free-living bacteria. At some point more than a billion years ago, they took up residence inside other cells in a symbiotic relationship that endures in nearly every animal cell to this day. In their role as dinner, bacteria also likely provided raw genetic material for the first animals, which probably incorporated chunks of microbial DNA directly into their own genomes as they digested their meals.

Het gaat niet eens om actualiteit, want uit het artikel kun je opmaken dat deze kennis al tijden beschikbaar is. Het gaat om het innovatieve karakter van de gedachte: bacterieën, die ook ons hebben gevormd, en waardoor je eigenlijk naar mensen en dieren zou moeten kijken als samenlevende en samenwerkende kolonies micro-organismes.

Ooit leerde ik dat we grotendeels uit water bestaan. Nu komt er een nieuwe dimensie bij: en voor de rest uit materiaal van duizenden, miljoenen eerdere organismen. Genetisch materiaal. Dat samenvoegen is intrigerend, want er is geen enkele reden waarom dat proces nú, met ons, zou stoppen. Maar als het doorgaat; waar leidt het dan toe? Dan zijn we een tussenstap. Dat wisten we al, want de omgeving bepaalt welke vorm zich handhaaft (‘survival of the fittest‘).

Maar daar hoort iets bij. Het is niet alleen de best aangepaste. Het zou ook de best samenwerkende, samengestelde kunnen zijn. Ik vind dát soort denken dus innovatief.

The influence of microbes is even inscribed on our genome: More than a third of human genes have their origins in bacteria.