Angst heerst al lang

Eerlijk gezegd, weet ik het pas sinds kort. Sinds ik, laten we zeggen, de 60 ben gepasseerd: we leven in een angstmaatschappij. Maar wel een heel wat subtielere dan je nu denkt: ‘ja, allicht, met al die terroristen van de afgelopen decennia’. Die angst bedoel ik niet.

We leven in een angstmaatschappij. Hoe dan wel?

Ik moet m’n beeld nog bijslijpen en scherpstellen. Maar de angst is de angst voor de toekomst. Vooral als je ouder wordt, wordt je dat opgedrongen. Maar tot mijn verbazing zijn er sinds enkele decennia ook jónge mensen bang voor hun toekomst.

Niet voor een toekomst met robots die de baas zijn of een toekomst zonder werk. Maar die ondefinieerbare angst om dood te gaan, er niet meer te zijn. En dan? Stomverbaasd kijk ik naar jongere mensen die werkelijk van plan zijn ouder dan 112 te worden, of 135. De verbazing zit ‘m in de rationale die zij er aan hechten. Ze hebben zoveel te doen. Het leven is zo leuk. Doodgaan is zonde. Op de keper beschouwd allemaal griezelig egocentrische argumenten: ‘ik vind het niet nodig dood te gaan’, maar de sóórt heeft behoefte aan verversing en aan doodgaan.

Die angstmaatschappij laat zich steeds duidelijker zien als je ouder wordt. In je jeugd is zowat het ergste wat je kan overkomen de halfjaarlijkse tandartscontrôle. Je staat er niet bij stil, maar het is wel een vorm van de angstmaatschappij: je gebit kan vervallen en dat moet worden voorkomen, voor de toekomst. Wie weet wat je allemaal krijgt als je je gebit niet verzorgt.

Zo rond je vijftigste krijg je te maken met het fenomeen dat herstel van lichamelijke ongemakken meer tijd vergt. Ooit hoorde ik – dacht ik, want ik was toen ‘pas’ dertig – een gezegde dat er op neerkomt dat je ‘alles wat je na de 50ste krijgt, mag houden’.

De hoeveelheid pillen, poeders en zalfjes om de ongewenste toekomst op afstand te houden, begint. Een pilletje om de maag te beschermen. eentje om je cholesterol te regelen, eentje voor de zenuwen, en eentje tegen stramme botten. En met íeder afzonderlijk pilletje word je herinnerd – onbewust – aan die toekomst. Ieder pilletje voedt je angst.

Eten is dan al geen echt plezier meer. Wat mág je eigenlijk nog eten? Onder het mom van ‘gezond en verstandig leven’ wordt meer angst geïnjecteerd. In de winkel sta je helemaal niet meer onbevangen naar eten te zoeken. Ook daar fluistert dat angstwezentje je in.

En je sport toch wel? Dat móet, hoor. Is gezond. Ooit bij stil gestaan welke waanzin in die houding zit? Nog pas twee generaties terug was de bedoeling van sporten die van ontspanning en eventueel van wedstrijd. Maar nooit ofte nimmer had sport de zelfstandige functie van ‘gezondheidsbevordering’. Het spel-element van sporten lijkt te verdwijnen. Als hamsters in een rad, zo sporten we. Omdat het ‘moet’.

De angstmaatschappij voedt zijn eigen kinderen op op die manier. Niet (alleen) met angst voor grote bedreigingen, maar met angst als ondefinieerbaar. Eerlijk gezegd, is het exact dezelfde vage angst die terroristen nastreven.

De subtiliteit verdwijnt vanaf je zestigste. Dan komen we terecht in ‘bevolkingsonderzoeken’. Nu is de waarschuwing heel concreet. Poep inleveren, want je kúnt darmkanker hebben. Je borsten laten pletten, want je kúnt borstkanker hebben. Je bloed laten onderzoeken, want dat verraadt misschien nog onzichtbare kwalen.  Angst voor wat kán gebeuren.

Wat moet dat toch een prachtige tijd zijn geweest; toen we nog heerlijk onwetend door het leven gingen. Toen de angst voor de toekomst nog niet dominant een leven bepaalde. Misschien was de ‘nobele wilde’* nog helemaal niet zo slecht af en wij wél. Maar willen we niet weten dat wij door sloegen.

169129_962_1177498149829-gauguin1892

* De filosoof Rousseau ging ervan uit dat het stadium van de menselijke ontwikkeling, die geassocieerd werd met primitieve stammen, de beste was en het meest optimaal voor de menselijke ontwikkeling, dat wil zeggen tussen het iets minder perfecte van wilde dieren aan de ene en de decadente maatschappij aan de andere kant. Niets is zo goed voor de mens in dit primitieve stadium van ontwikkeling, wanneer hij op gelijke afstand staat tussen de stompzinnigheid van de bruten en de fatale aantrekkingskracht van de ontwikkelde mens.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s