Schoonheid zegt alles, over óns

Er zijn van die dingen die je een groot deel van je leven kunnen bezighouden. De grootse vragen des levens – waarom zijn we hier? – tot de futielste – welke idioot bedenkt er nu een paperclip … of een rits?.

Niet de mooie mensen, maar de lelijke hebben me al jaren in hun ban. Beetje overtrokken geformuleerd. Wat me fascineert, is de relatie tot kansen in het leven. Niet de mooie mens is interessant. Zeker niet die tallozen die zichzelf mooi vinden omdat ze een hype-mens imiteren in haar- of klederdracht. Dat zijn een soort van identiteitloze klonen.

Vaak wordt naar vrouwen gewezen. Die zouden graatmagere fotomodellen imiteren of ballonborstige reddingzwemsters. Vast. Vergeet echter de mannen niet. De golf aan baardige figuren die menen in de houthakkerij te werken. Of de kaalkoppen die of doodsbang lijken voor uitvallend haar of de illusie aanhangen dat kaal agressie uitstraalt.

Wat als je gezicht echter iets anders uitstraalt?

Ed van der Elsken was er een grote in; in het fotograferen van gewone mensen. De gewetensvraag die ik je stel, is wat je van die mensen dénkt als je ze op de foto ziet. Hoogleraren of schoonmakers? Om maar wat te noemen.

processed_0fec7a64e87205df25fc8c9499b57544

Op welke manier bepaalt je gezichtsuitdrukking je leven? Na zestig jaar denk ik dat dat in hoge mate het geval is. Ik schreef het vast al ’s eerder op in dit blog. Ooit vroeg een hoogleraar me waarop ik zou willen promoveren. Dit dus.

Sinds de Franse Revolutie leven we met de gedachte dat sprake kan zijn van Gelijkheid, gelijke kansen voor iedereen. Da’s best en nastrevenswaardig, maar het veronachtzaamd de startpositie in de wedstrijd des levens. Starten met een familiekapitaal is een paar ronden voorsprong op degene die niets heeft. Starten in een goed opgeleid gezin is voorsprong op degene wiens ouders niet mochten of konden studeren (en nee, dat heeft helemaal níets met ‘schuld’ te maken). Aan die startkwalificaties moet je, volgens mij, gelaat en uitstraling toevoegen, zaken die je bij geboorte mee krijgt.

Het heeft me lang gehinderd. En nog wel. In Leiden, een oude fabrieksstad, kon je ‘de arbeiders’ er zó uitpikken. Je zág het. Geen grijs, maar gelig haar. Een openhangende mond waardoor je een wat suffige uitdrukking krijgt (ik merk het nu ik ouder word langzaamaan bij mezelf: de kwijlende bejaarde komt eraan). Kinnen, voorhoofden, oren, neuzen en ogen die niet voldoen aan gemiddelde schoonheidsidealen. Politiek incorrect inderdaad. Maar minder waar? Ik denk het niet. Op precies hetzelfde grondgebied bestaat nóg een stad Leiden: de universiteitsstad, met anders uitziende bewoners.

In mijn studietijd was de verklaring dat ongezond leven – noodgedwongen ongezond! – leidde tot dergelijke afwijkingen. Rachitis, horrelvoeten, luie ogen, gewrichtsproblemen, en talloze andere ellende: het gevolg van slechte woon- en leefomstandigheden. Maar die bestaan vandaag de dag een stuk minder. Niet dat ze weg zijn. Weinig geld veroordeelt nog steeds tot ongezond.

Het klopt grotendeels. Maar waarom stopt het daar?

Waarom redeneren we niet door? Door vanuit de startpositie van iemand die er níet appetijtelijk uitziet? In hoeverre, denk je, dat ‘een gluiperig uiterlijk’ – waarover je niets hebt te zeggen – je ook in die rol dwingt als mensen je maar vaak genoeg op die manier benaderen? Waartoe veroordeelt een ‘dom uiterlijk’ iemand? Hoe benader je iemand ‘die er altijd chagrijnig uitziet met die afhangende mondhoeken’?

Lombroso is het schrikbeeld. Hij ordende mensen naar hun fysieke voorkomen. Hij zat er dichtbij, maar wel aan de verkeerde kant. Het probleem is niet de imperfecte. Het probleem zijn wij, de beoordelaars. Alsof de lange symmetrische man een krachtdadig mens en leider is. Alsof de borsten en billen van een vrouw iets zeggen over de capaciteiten van de betreffende dame.

En eerlijk gezegd: het wordt steeds erger. Cosmetisch ingrijpen is een signaaltje. Maar ik zou wel ’s willen weten hoe de sociaal-economische verdeling is van mooie versus minder mooie mensen. En dan niet de verklaring zoeken in schoonheid an sich, maar in de waardering van schoonheid. Wíj isoleren zelf de lelijkerds, zonder na te denken. En het gebeurt steeds subtieler, want de fysieke gedrochten – de freaks – bestaan haast niet meer. Maar het mechanisme van veroordelen en uitsluiten nog steeds!

museo-lombroso

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s