Vogels in de etalage van V&D, varkens in het park

De stad waarin ik woon samen met zo’n 119.999 anderen zou baat hebben om weer ’s met beide benen op de grond te landen. Leiden is een provinciestad. Dat betekent een eeuwige spagaat, maar ook een unieke kracht.

De spagaat is dat een groep mensen zich druk kan maken om het ‘kleinsteedse’ van de stad. Er is geen bruisend nachtleven, geen dynamische cultuur die tot over de stadsgrenzen reikt, eigenlijk is er niets zeer opvallends. De wederhelft daarvan is dat zo’n stad lekker overzichtelijk is, de nadelen van ‘druk en bruisend’ niet kent, maar vooral nog steeds de stad is van z’n inwoners. Op en neer bewegen tussen die twee is eigenlijk wat een provinciestad doet. Getuige de vele romans waarin ‘provincieistad’ voorkomt, is het juist dát wat dergelijke steden bijzonder maakt.

Maar Leiden dreigt af te glijden. Volgens de plaatselijke elites moet de stad omhoog, in de vaart der volkeren. Dus komen er van die gezochte unieke verkoopargumenten als ‘oudste universiteit’, ‘historische binnenstad’ en ‘groot aantal musea’. Persoonlijk kan ik daar wel om lachen. Niet dat het niet waar is, maar het benadrukt nu precies dat provinciaalse. Niets daarvan is nieuw. Niets daarvan valt te exporteren als ‘daar wil en móet ik bij zijn’. Je kunt er even rondkijken. Dat is het. Maar je onderdompelen?! En waarin?

Wat zou ik de stad graag vreemder willen maken. Niet te veel, want het gevaar is heel reëel dat de toerist onze stad dan overneemt. Maar een stad vol verrassing, dat lijkt me wel wat.

En moeilijk is dat niet. Er komt nu een truttig Singelpark – netjes gepositioneerd als ‘burgerinitiatief’ – waar geen enkele uitstraling van uitgaat. Je kunt er wandelen en je moet weten dat er dure designbruggen en -bewegwijzering voor is gemaakt. Maar je ervaart er niets, niemendal. Eerder heb ik al ’s gesuggereerd naar aanleiding van een prachtig exposé van onze stadshistoricus varkens dat Singelpark in te jagen. Of kippen. Koeien. Léven. Dat je een wandeling maakt door de historie van Leiden (zonder menselijke figuranten). Echt niet moeilijk om er nog wat elementen bij te ontwikkelen.

Onze binnenstad heeft dat ook. Veel leegstaande winkels en groeiend. In Leiden komen we niet verder dan de beruchte ‘popup winkel’ en de ‘artistiek dichtgeschilderde winkelruit’. Het lééft niet. Het doet niets.

Schermopname (40)

Die winkeletalages: waarom maken we daar geen enorme volières van? Of kattenpaleizen, als ze groot genoeg zijn? Waarom word er geen léven in gebracht? Ik zie het al voor me. ‘Ons’ filiaal van V&D heeft een reeks vitrine-etalages. Als ik daarnaar kijk, kan ik de enórme volières al zien en de vogels. Moet je ’s voorstellen hoeveel mensen daar naar gaan kijken. Zet er meteen maar een banken voor, gericht op die etalage/volière.

Maar ja. Het is Leiden, niet een creatieve, uitdagende en lefhebbende stad.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s