In Leiden is het licht gezien

Tenenkrommend. De gemeente Leiden brengt een nota uit met de titel VerLEIDEN met Licht; Illuminatiebeleid 2015. Dat woordspelingen en -grappen níet makkelijk te maken zijn, bewijst die titel wel. Aan dat ‘verleiden’ gaan we niet eens al te veel woorden vuil maken. Binnenkort krijgen we vast ook iets met ‘geleiden’, ‘herleiden’, ‘leiden’, ‘afleiden’, ‘doorgeleiden’, ‘opleiden’, ‘rondleiden’, ‘toeleiden’, ‘voorgeleiden’, of ‘vrijgeleide’. Helemaal top lijkt me de ambtenaar die gierend van de lach onder z’n bureau verdwijnt na het bedenken van ‘belijden’. Om de nota niet ál te speels – want da’s vast synoniem met ‘onbelangrijk’ – te maken, gebruikt men de term ‘illuminatie’. Da’s immers de zwaarwichtige term voor ‘verlichting’?! Inderdaad, én voor een boekverfraaiing, voor een ingeving – in het christendom – en, mits je de e weglaat, zelfs een aanduiding voor geheime genootschappen. En voor (feest)verlichting, dus.

Leiden maakte dus een nota over de verlichting in de stad, van straatverlichting tot feestverlichting. Verrommeling moet immers worden bestreden. Eenheid en duidelijkheid zijn gewenst. Je zal het maar hebben dat bewoners hun eigen woon- en leefomgeving naar éigen believen verfraaiien. Of dat iedereen z’n eigen favoriete ‘mooiste Leidse plekje’ maar gaat uitlichten; en naar eigen inzichten.

Gelukkig is de nota het woord niet echt waard. Er staat verdraaid weinig in. Met de juiste instructies heeft een beetje schrijver ‘m binnen een dag of twee, drie wel gemaakt. Gelet op de inhoud kunnen die instructies ook niet veel kopzorgen opleveren. Toch is dat niet zo.

Deze nota is opgesteld in samenwerking met team Ruimtelijk Ontwerp, team Ontwerp en Mobiliteit, team Stads Ingenieurs, team Economie Cultuur Wonen en Duurzaamheid, voormalige unit Parkeren Markt en Water, Programma Binnenstad, Erfgoed Leiden en Omstreken en Cluster Stedelijk Beheer.

Ook is er aandacht voor participatie. Samen met Centrum Management Leiden en Stichting Marketing Leiden wordt gezocht naar mogelijkheden om Leiden bij Nacht nog meer op de kaart te zetten.

Blijkbaar dient zo’n nota nóg een doel: inter-ambtelijke inspraak. Zoals dat gaat: hoe meer partijen, hoe meer de tekst neigt naar de Grootste Gemene Deler en hoe minder expliciet of prikkelend. Hier dus ook. Taalkundig zijn overheidsnota’s vaak draken. Onleesbaar, als je eerlijk bent. Ook Leiden bezondigt zich daaraan: veel te hoogdravende hypercorrectie, waardoor af en toe nonsens of onzin ontstaat. “Het voeren van verlichting in bomen”: in alle betekenissen suggereert het werkwoord ‘beweging’, niet ‘aanbrengen’.

Toch zijn er best aardige gevolgtrekkingen te maken. Leiden gaat over op LED, heeft aandacht voor effecten van kunstlicht op flora en fauna. Positief, denk ik. Tegelijk staan er ook zaken in waarbij je best even mag stilstaan.

Illuminatie, het spel van licht en donker, maakt van de stad een theater.

Da’s nogal wat. In een theater kijk je zonder deel te nemen. Als je in deze nota leest: “minder (verlichting) is beter” en dat er ook niet teveel aangelicht mag worden om het benadrukkend effect van illuminatie niet teniet te doen (kijk, ik kan ook zo schrijven), dan is duidelijk dat Leiden impliciet een openluchtmuseum is. De aanpak is museaal: tentoonstellen en pronkstukken benadrukken.

Dat in Leiden mensen wonen en leven, lijkt van secundair belang. Wat ontbreekt, is het inzicht wat nodig is aan licht om te kúnnen leven. Da’s niet heel verwonderlijk, want de nota gaat over nadruk-verlichting en niet over straatverlichting. Toch staat er iets over in. Leiden vindt 2100K een prettige kleur: “een warme kleur (dichtbij de kleurtemperatuur van de Leidse lantaarn met 2100 Kelvin)”.

Dat wordt nog wat. Overal waar de LEDverlichting z’n intrede doet in de straatverlichting ontstaat ophef, over het kleinere bereik – meer gefixeerd – en de kleur. Voor de echt somberen: ook over de gevolgen voor de biologische klok vanwege slechtere slaap. Maar Leiden wil dus graag die 2100K (zo ongeveer zonsop- of ondergang).

Laat dat nu ook net de kleur zijn die onze binnenstad zo heerlijk duister maakt, zeker bij nacht en ontij, en vooral voor ouderen. Een beetje regenbui, een bril, en je ziet verdomd weinig in die gelig verlichte straten. Kijk, als de gemeente nu een echt belangrijke stap zou zetten voor haar bewoners dan zou dat een straatverlichting zijn die niet wordt beoordeeld op esthetiek van het armatuur of schemerlampjes-effect vanwege de ‘illuminatie’, maar licht waarbij op straat iets kunt zíen (en op kleur beoordelen) waardoor je je er veilig voelt.

Maar misschien dat er een ambtenaar is die de slogan al heeft? “Leiden, de stad waar je jong moet zijn”.

Schermopname (33)

 

 

2 thoughts on “In Leiden is het licht gezien

  1. Als inwoner van de binnenstad en als ietwat oudere ben ik hetniet eens met je conclusie dat de binnenstad “duister” is. Stel dat alle straten en stegen helverlicht zouden zijn, zou dat iets beter maken? Ik betwijfel dat. Overigens is het aanlichten van je mooie waardevolle gebouwen niet alleen iets Leids, ook andere gemeenten doen dat. Overigens, ben het wel eens met de opmerking over het gezwollen taalgebruik in ambtelijke nota’s.

    • Niet eens zijn, is ieders goed recht. En het maakt beelden scherper😉 Dat ‘duister’ is inderdaad/uiteraard subjectief. Misschien is een beter woord ‘schemerig’, maar als ik ’s avonds de binnenstad in ga merk ik echt dat het buiten de hoofdstraten slechter zicht is. Dit onderdeel van deze blogpost is ingegeven door mijn ervaring een paar weken geleden op de Herengracht in storm en regen. Dan merk je dat je, mét bril, werkelijk heel slecht ziet in dat gele licht.
      Gebouwen aanlichten is niet exclusief Leids, nee. En ik ben daarin wel ietwat een zeikerd, nadat ik ooit in een theater werkte als belichter (vrijwillig, dat wel). Sindsdien ben ik allergisch voor het virus van gebouwen aanlichten. Zelden tot nooit voegt het iets toe. Wat dat betreft, zou ik voorstander zijn van het inschakelen van bv Het Blauwe Uur om gebouwen te verlevendigen. Die statische lichtspatjes zijn ’t ‘m niet, ook niet als duizenden mensen denken dat dat mooi is omdat iedereen het doet. Belangrijker is het punt dat het maar de vraag is wat je benadrukt. Open museum Leiden doet alleen ‘monumenten’, terwijl je ook op een heel andere manier kunt kijken: naar de stad als lándschap. Dan komen andere zaken in beeld. Je loopt bv over het Rapenburg en benadrukt links en rechts détails van gebouwen, maar zo verspreid dat het beeld een groot schilderij wordt. Niet heel helder geformuleerd, vermoed ik. Maar doe ’s gek, Leiden. Toon lef. Trek aandacht door je bijzondere aanpak. Wees niet zo conservatief.
      Zoals je ziet: meer dan in één blogpost paste. En ik vond deze alweer te breed😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s