De kwestie ‘kerstboom’

onze kinderen nog jong waren, kende Leiden een traditie (Leiden heeft er veel. Soms lijkt het wel voor álles). Die had alles te maken met wat veel jongens – en meisjes ook wel, maar in mindere mate, vermoed ik – leuk vinden: fikkie stoken. Vuur heeft een magische aantrekkingskracht. Ik weet nog dat ik ooit – op weg naar school?! – een uitslaande brand zag en daar gebiologeerd naar heb staan kijken. Het is echt waar: alsof er een levend beest een huis opvreet. Heel bijzonder.

Na kerst ontstaat er ieder jaar weer een probleem. Waar laat je die verdomde kerstboom? Zo lang ik me kan heugen bestaat dat probleem, alhoewel het wel iets minder werd toen sommigen de klinische plastic imitator vonden. Alsof een plastic ding ooit de schoonheid en vooral willekeur van een natuurproduct kan imiteren. Ieder jaar weer heb je dan dezelfde vorm in huis, maar inderdaad geen naalden en geen afval (alhoewel je je kunt afvragen wat al die plastic bomen op den duur in het milieu doen).

In mijn jeugd werden de bomen op straat gezet. Een zielig lot voor bomen die een week of drie hadden staan pronken met ballen, lampjes, een piek en guirlandes. In de eerste week van januari was het stadslandschap een kerkhof met boomkarkassen. De aasgieren waren wij, de jochies van de lagere scholen, die de bomen verzamelden en naar een braakliggend terrein – in Rijswijk – brachten. Onze zoons deden dat ook in Leiden, maar die kregen dan ook nog ’s ruil voor een kerstboom een lootje. Daarmee kon je een fiets winnen.

Dat kerstbomen verzamelen op zich was al leuk. Geloof ik, want je schijnt slechte herinneringen sneller te verbannen dan de leuke. Maar het leukst was dat ene: het in de fik steken van de stapel bomen. In Leiden gebeurde dat op een terrein van de Groenoordhallen, met – heel stoer – echte brandweermannen erbij. Een enorm, hels vuur, leek het. En weer was die magie van vuur er: het knetteren van de stroperige hars met dennehout, de hitte waardoor je toch weer naar achteren moest, het vreemde verschijnsel dat je aan de ene kant haast verschroeide en aan de andere kant verkilde, de naar de sterren reikende vlammen…. Een half uur later was het voorbij, en had je ook de fiets níet gewonnen.

Milieuoverwegingen maakten het verbranden tot not done. Dat heb ik nooit echt begrepen. De romantiek van het kerstbomenfik heeft sommige mensen blijkbaar nooit aangeraakt. Die zijn terecht gekomen in een koude, sfeerloze wereld van regels en verstikkende politieke correctheid. Maar goed, verbranden kon niet meer. Leiden had iets nieuws. Het daaropvolgend jaar waren we daar. Op het Stadhuisplein werden bomen door de versnipperaar gehaald. Hoe dat te omschrijven? In elk geval als een desillusie, alsof je een leeuw verwacht en een muis te zien krijgt. Kerstboom in apparaat en een lullige ejaculatie aan houtsnippers. Spán-nend. We zijn nóóit meer geweest.

kerstbverbranding

Dat is allemaal jaren geleden. De plastic terreur dendert voort, maar de natuurboom is er nog steeds. Speciaal gekweekt en kostbaar. Maar nog steeds superieur aan z’n inferieure plastic evenknie. Ook de het bomenkerkhof is er nog steeds.  Wel lijkt het alsof de jochies niet meer zo zijn geïnteresseerd in bomen jagen. Misschien dat de beloning te gering is, misschien dat de jeugd te veeleisend is, misschien dat het té netjes is, te afstandelijk, misschien dat de jeugd liever ‘computert’. Uw gissing is net zo goed als de mijne. Gevolg is dat er nogal wat overleden bomen op straten en in perken liggen.

In de lente en het najaar staan in Leiden heel eenvoudige vierkante kooien van draadgaas; in sommige wijken, niet overal. Die zijn bedoeld voor snoeiafval en zijn te vinden op centrale plekken, perken en zo. Leiden verwacht dat niet iedereen evenveel snoeit. Vooral in de welgesteldere wijken staan ze. In de minderbedeelde groeien wellicht zelfs de planten slechter als gevolg van een verkeerd voedingspatroon? En dat terwijl het zo’n goed en simpel idee is.

Waarom staan na de jaarwisseling die kooien niet overal in de stad? Leiden heeft ook al het idiote idee dat iedereen zijn of haar boom vóór zo ongeveer 7 januari de deur uit doet (want daarna kun je de bomen niet meer inwisselen voor een lootje), terwijl al jaren de praktijk is dat er ook een week later nog stapels bomen op straat zijn te vinden. Dit jaar zelfs letterlijk: mensen blijken ze als vanzelf in stapels bij elkaar te leggen.

Dus, gemeente Leiden, als je nu kijkt naar wat in de praktijk gebeurt, is het dan niet verstandig om een week later dan jullie zouden wíllen iets te doen met de ophaal van kerstbomen? En is het niet een stuk voordeliger overal in de stad kerstboomverzamelpunten neer te zetten? Is dat niet logischer dan stijfkoppig aan eigen regels vast te houden en net te doen alsof er géén stapels bomen in de stad zijn te vinden?

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s