Hierna wil ook jij belasting betalen

En paar dagen Rome. Een stad als veel andere grote steden, zij het dat Rome meer cultuur lijkt te hebben dan de gemiddelde andere stad. Eerlijk gezegd, betwijfel ik dat een beetje. Istanboel is voor mij nog steeds het summum van ‘stad’: zowel qua straatleven als gebouwen. Rome doet ook aardig mee. Maar als ik je een tip mag geven; laat het Vaticaan het Vaticaan. Persoonlijk vond ik de Sint Pieter ‘gewoon erg groot, maar qua kunst tegen het megalomane aan’. Van die enorme natuurstenen heiligenbeelden – kleiner zouden ze volslagen wegvallen in die enorme ruimte en gelukkigerwijs voelen wij schaapjes ons meteen kleintjes bij zulke herders – en schilderingen die met elkaar vechten om de vierkante centimeter en ook nog eens lichtjaren van ons af staan.

Het is leuk om zoiets als het Pantheon te zien – ook al geconfisqueerd door de RK-kerk – of het Colosseum, de resten van het oeroude Rome bij Palatino, de Trevi-fontein – ook over te slaan -, of het piepkleine eilandje Isola in de Tiber, en dan hebben we het dus nog niet eens over de kerken en pleinen, waarvan Piazza Navona de mooiste schijnt te zijn. Overal is het druk. Overal barst het van de opdringerige verkopers va selfie stick– en andere rotzooi. De Romeinen die zich uitdossen als Romeinen – maar dan dus de nulde eeuwse versie – die tot je verbazing haast overal in de stad zijn te vinden voor een betaalde foto. Kijk, dat is het dus allemaal niet. Maar het is wel verplichte kost, want ‘je bent in Rome’.

Rome wordt gemaakt door de mensen die er zijn te vinden. Iedere stad wordt gemaakt door z’n bewoners en bezoekers. De levendigheid op straat.

Rome maakt dan meteen iets heel moderns duidelijk. Terwijl Italië nog steeds worstelt met de gevolgen van de economische crisis en de bestrijding van hun nationaal erfgoed Corruptie, zie je dat op straat niet terug. Het dagelijks leven gaat z’n gangetje. Net als in Nederland haast men zich naar het werk, ergert zich kapot aan al die anderen die geen auto kunnen rijden, of winkelt, wandelt, dan wel eet zich een paar kilo bij aan gebak en zoetigheid. Op het eerste gezicht kabbelt het leven voort.

Op het eerste gezicht, want al snel realiseer je je dat er nogal wat bedelaars in het straatbeeld zijn, ook op de grens met het mega-rijke Vaticaan-landje. Realiseer je je dat het gros van die parken waar de stad mee pocht er knap beroerd bij liggen en sommigen eerder benoemd moeten worden als ‘slaapplaats onder de blote hemel voor tientallen zwervers’ dan als park. Een beeld dat steeds ‘normaler’ is geworden in onze ‘wereldsteden’: mensen die zijn uitgekotst.

Ineens was ze er. Wij zaten aan het begin van de avond aan een ijsje te lebberen voor ‘onze’ kerk, Santa Maria Maggiore – ons hotel ligt er vlakbij en de kerk is dus een mooi oriëntatiepunt. Het eerste wat ik zie, is iemand die heel devoot een kruisje slaat op minstens dertig meter van de dan al gesloten kerk, maar een meter van mij. Als ze verder gaat, gaat dat haast schuifelend. Een oud, gebogen mensje. Nette kleren, handtasje.

Als je haar met je ogen volgt over het lege, schemerige plein zie je dat ze naar de hekken om de kerk loopt. Pas seconden later realiseer je je iets anders. Ze controleert de beide vuilnisbakken, links en rechts naast de ingang. En dan gaat ze verder. Naar links. Tegen de muur aanleunend, want het plein voor de kerk en de weg lopen daar iets af en de muur biedt houvast. En net zoals ze kwam, is ze weer weg.

“Zal ik ‘r een tientje gaan geven?”, hoorde ik mezelf zeggen. Maar dóen, ho maar. Het is een mengeling aan gedachten die me weerhoudt; ís ze wel hulpbehoevend, beledig ik ‘r niet, m’n ijsje is ook zo onhandig, hebben we wel een tientje bij ons, en al die anderen dan die we eerder zagen? Uiteindelijk gebeurt er niets.

Wat wel resteert, is de gedachte dat ik blij ben dat we belasting mógen betalen en dit soort van ellendige beslissingen niet meer hoeven te nemen. Het is zo onpraktisch, zo ondoelmatig als we allemaal proberen onze bijdragen aan verschillende mensen te geven. Eerlijk zullen we (ver)delen toch?! Liberalen willen dat ook best wel, maar zij willen dat zélf in de hand houden, zélf bepalen aan wie hun bijdrage geven. Dat is zó onpraktisch. Bij die kerk, aan de voet van het standbeeld, mét een ijsje, kijkend naar dat vrouwtje realiseer je je de onzinnigheid van die houding. Als je al die oude mensjes, al die arme lieden, al die daklozen een steuntje wilt geven, dan kan dat niet anders dan georganiseerd. Anders gebeurt het of geheel willekeurig of helemaal niet.

Maar misschien is dat laatste ook wel de bedoeling van anti-belasting-mensen: ze bedoelen gewoon dat ze alles zelf willen houden. Ze zijn niet eens van plán iets te delen. Mijn probleem kénnen ze niet, want de ander zal ze een rotzorg zijn. Moeten ze toch eens naar Rome, of een andere grote stad, gaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s