Prachtstad Leiden

Of Nederland een tolerant land is, valt te betwijfelen. Eerder is het een ongeïnteresseerd land, zoals jaren geleden al eens is betoogd. Het adagium dat je hier kunt doen wat je wilt, mits je een ander er niet mee lastig valt, is daarvan een vertaling. Eentje die anderelanders per abuis decennialang hebben aangezien voor vrijdenkendheid.

Publicist Paul Scheffer stelt dat in Nederland het zelf beeld wordt gekoesterd waarin verdraagzaamheid en onverschilligheid hand in hand gaan. Hij keert zich tegen het beleid van ‘integratie met behoud van eigen identiteit’. “Hoe vriendelijk dat motto ook klinkt, het verhult de onverschilligheid voor de lastige, eenzame, soms conflictueuze positie waarin iemand verkeert die huis en haard heeft verlaten en zijn weg tracht te vinden in een vreemd land met een andere cultuur. Om daar in te slagen en één te worden met de natie die hem ontvangt, zal hij de kans moeten hebben zich de taal, de geschiedenis en de rechtscultuur van zijn nieuwe land eigen te maken (…) Het multiculturele drama heeft betrekking op een afstandelijke meerderheidscultuur, die wegkijkt terwijl vormen van ongelijkheid en segregatie zichtbaar worden.” *

Repressieve tolerantie mag je het noemen. Een begrip dat door ene meneer Marcuse is geïntroduceerd en nu is geworden tot zoiets als een ontwapeningsstrategie: omarm het ongewenste en ‘knuffel’ het daardoor dood. Een cynische doch perfect werkende aanpak.

Het zijn de uitermate nare trekjes van onze Nationale Houding van tolerant volkje. Alsof we met z’n allen staan te kijken naar die ene naar adem happende drenkeling. Of niet kijken hoe een dier crepeert omdat we zelf niet in staat zijn tot een genadedood.

Het is waar. Zo werkt ons sociale systeem. Maar het heeft ook andere, minder beklemmende gevolgen. Sterker, eigenlijk wel positieve.

In Leiden –  en ook wel elders, hoor – wonen Bekende Mensen, een paar. Muzikanten, cabaretiers, theatermakers, schrijvers, kunstenaars, politici, televisiepresentatoren, academici – te óver zelfs – en nog een handvol loslopende BMers. Die wonen ook echt hier in de stad. Niet eens in van die Hollywood-beveiligde villa-forten met hekken en camera’s, maar in de stad. Wel iets ruimer, rianter of mooier dan een gemiddeld Leienaar. Dat dan weer wel.

En ze lopen hier los.

CBe4c8cXEAA9C79

Wie op zaterdag naar de warenmarkt gaat, loopt een gerede kans een BMer te spotten. Ik kwam vanochtend Jochem Meyer tegen, mét zoontje, en een halfuurtje later wéér, stond-i bij de vishandel in de Herenstraat. Je maakt nog eens wat mee in Leiden.  Hoogleraar Vincent Icke live op straat. Een hoogleraar die de hond uitlaat. De man die je gisteren nog op tv zag in verweggistan nu op een Leids terras. En dan hebben we het nog niet eens over de lokalen: de burgemeester, wethouders, raadsleden, zelfbenoemde beroemdheden. We lopen er van over.

En ze zijn zo gewoon, hè.

Da’s die andere kant van tolerantie/onverschilligheid. We doen net alsof we ze niet (her)kennen. Liever bijten we onze tong af dan te laten blijken dat we ze herkennen.

De wenselijke verklaring is dat we ze levensruimte gunnen, een eigen leven; net als de Turkse of Marokkaanse straatgenoot. Terecht, want dat hebben jij en ik ook (mits we ons maar ‘gewoon’ gedragen). Maar of dat echt de reden is? Misschien is het toch ook wel een beetje ‘ja, ik zal me daar laten merken dat ik je herken, wie ben jij eigenlijk meer dan ik?’.

Lastig; dat opene, dat transparante, dat gelijke, dat tolerante, dat gedogene.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s