Tel uw kappers

Er zijn veel leuke dingen te doen. Zo heb ik jaren geleden eens meegewerkt aan een boekje over ‘indicatoren’. En, eerlijk, het is één van de boeken waaraan ik met echt veel plezier meewerkte. De opdracht was namelijk indicatoren te beschrijven die (toen) niet zo voor de hand lagen. En dus beschreef ik het olifantenpaadje: van die platgetreden paadjes dwars door struikgewas of over plantsoentjes. stomweg omdat dat de kortste weg is. Lekker niets doen en pas later de paadjes-infrastructuur aanleggen, op de plaats van de olifantenpaadjes. De indicator was zó duidelijk. Als je het nog wilt hebben; alleen tweedehands (jeu, het is uit 1998).

In de jaren daarvoor werkte ik bij het Sociaal en Cultureel Planbureau; wederzijds geen goed idee, want ik ben geen kwantitatief mens zoals de meesten daar wel zijn. Voor mij was het een verademing me weer bezig te mogen houden met inhoudelijke indicatoren (in dit geval). Zaken waarin het verhaal, de redenering het verband moet aantonen en waarin de aantallen vólgend zijn. Toch heb ik heel veel geleerd van de rekenaars, want ook op die manier kunnen patronen worden opgespoord.

Met name de sociaal geografen cum suis konden me boeien met hun verhalen en materiaal. Sindsdien kijk ik toch iets anders om me heen.

In Leiden wonen wij in een deel van de stad dat niet echt goed bekend staat. Een gebied met lage jaren zestig(?!) flats, veel allochtonen – ik blijf dat woord gebruiken, hoor, want we weten nu allebei wie ik bedoel – en een kille, onpersoonlijke sfeer. Het is zeker geen smerig of extreem onveilig gebied. Het is eigenlijk niks. Wij wonen er aan de rand, op de drempel naar de zeer gewilde binnenstad van Leiden; op een steenworp afstand van ‘het winkelcentrum’.

flats-leiden-zuidwest-1400x1050

Dat is een perfect voorbeeld van indicatoren.

Een paar jaar geleden is het winkelcentrum opgeknapt, na zo’n vijfentwintig jaar ouwehoeren, typisch Leids. Er kwam een AH XL – waarvan ik toen nog dacht dat die zou lijken op een Franse weidewinkel, maar die vooral gróter bleek en slechts marginaal ruimer aanbood – een Lidl in plaats van Rovato, maar weer wel een Halfords – die nu weg is -, een vishandel was er al – en is nu ook weg -, er kwam een Blokker, een HEMA’tje en het D-Reizen reisbureau verkaste naar een betere plek. Bruna kwam en de modewinkel was al opgeknapt. Het zag er best aardig uit bij de start.

Dat is over. Blijkbaar had iedereen vijfjaars huurcontracten, want toen de vijf jaar voorbij waren, verdwenen tal van winkels.

Daarna zie je het winkelplein ineen zakken. We hadden al een snackbar, een chinees, twee bakkers en een kapper. In de leegkomende ruimtes verschenen echter een ‘Turkse winkel’ – zo nóemen veel mensen die supermarktjes -, een thuiszorgbureau, een pedicure annex kapper – geloof ik -, handel in thuiszorgartikelen, een pizzabezorgbedrijf, een bloemist waardoor we er daarvan nu twee hebben.

Op de plek waar Halfords zat, komt nu weer een kapper; althans volgens het plakkaat wordt het een winkel in kappersbenodigdheden. Daarmee hebben we uit die sector zo’n vier(!) vertegenwoordigers.

Als ik dat zie en als ik er nu rondloop, acht ik het winkelcentrum kansloos. Moet je voorstellen hoe eenzijdig het allemaal is geworden en vooral ook, excusez les mots, hoe armoedig. Patattenten, eethuisjes, goedkope witgoedverkopers, en nu dus ook een overdaad aan kappers.

Er zit zo weinig energie in. Het heeft eerder iets van gelukszoekers. Het is, voor mij, ook wel weer een teken aan de wand dat bedrijvigheid zich lastig – niet?! – laat sturen. Leiden kreeg al eens een pak kritiek daarover. Dát baart me echt zorgen: stimulerende bedrijvigheid die ontbreekt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s