Leidse meeuw is de weg kwijt

Vermenselijken. Iets wat wij mensen best vaak doen. Uiteraard op een nogal hautaine manier; de inboorling die meent dat planten en stenen ook een ziel hebben. Wat dom. Onze wetenschap heeft toch allang opgeleverd dat die geen bewustzijn hebben en dus ook geen ziel (dachten we ook van vissengevoel)?! Nee, dan de echte dierenliefhebber die thuis een hond of kat heeft. Dá’s pas lachen. Hele gesprekken kun je voeren met Bello, Fifi of Tiger ‘en, weet je, ze begrijpt me. Kijk maar naar die ogen. Nee, het is echt mijn beste vriend en een betere dan een menselijke’.

Die kunnen zó een inrichting in: práten tegen of met een dier alsof het een mens is.

Dat we onszelf tot uitgangspunt nemen, is nog te billijken: hier staan we en we kunnen niet anders. Onszelf tot ideaal, het maximaal haalbare, benoemen, is al twijfelachtiger. Wat maakt ons superieur? Hoe bepaal je dat? Een kakkerlak maakt grotere kans kernrampen te overleven dan wij. Wat als dát het discriminerend gegeven is bij superioriteit? Dan zijn wij mooi de lul, want kernrampen overleven wij niet.

Maar ja, hanteerbaar maken is wel nodig. En dus hanteren we oordelen en vooroordelen, delen in in groepen, en máken gedrag begrijpelijk. dat gaat ons eigenlijk best beroerd af. We kennen onszelf nog steeds niet. Ons brein is een raadsel; echt, nog steeds. De wijze waarop bestáán: ook een raadsel. Ons gedrag: onvoorspelbaar, zoals de geschiedenis buiten laboratoria ons leerde. Voor een socioloog een wrange conclusie? Welnee, de essentie is dat chaos ons beheerst, net als op andere plekken in de biologie. Reductie is een leuk hulpmiddel, maar mag niet worden verward met kennis van de werkelijkheid.

Hanteerbaar maken, zien we vaak. Een mooie zijn al die dieren. Keeshond Beertje is hetzelfde als ‘zo’n schattige welp’ of pup van een leeuw of beer. Of een, kielekielekiele, apejong, of een stuntelige baby pinguïn. Knut het ijsbeertje, niet te vergeten! Inderdaad, een naam en een hoog schattigheids- of aaibaarheidsgehalte. Net kleine mensenkinderen.

Vreemd of afkeurenswaardig is dat allemaal niet, maar het leidt wel tot vreemde effecten als je niet oplet. Een wild dier wordt zo vermenselijkt dat het diereigene, wat mensenvijandig kan zijn, glad wordt vergeten. Knut had een dodelijke ijsbeer kunnen worden en die schattige pandabeertjes laten zich, als ze volgroeid zijn, niet echt knuffelen (ze zijn echt van het soort ‘beer’).

Het leukst, en misleidendst, is het toedichten van menselijke eigenschappen aan dieren. De wijze aap, of uil (alhoewel ik die nooit heb betrapt op wijs kijken). De domme ezel, het guitig stokstaartjes, de sullige luiaard (z’n klauwen gezien?!) of de slimmerikken, vos, reiger, meeuw. In de talrijke fabels en kinderverhalen komen ze terug: als menselijke dieren. Ik ben een enorm fan van die verhalen – vooral van de wijsheid van Winnie de Poeh en consorten – maar realiseer me nu wel dat het projecties zijn. Of ik dat als kind al doorhad?! Dat de vos de raaf bedot en hem een stuk kaas uit de snavel laat vallen; waarom niet?

Soms is het wel leuk om zelf door te fantaseren.

In Leiden hebben we last van meeuwen. Die voeren we. Ons vuilnis is veel te eenvoudig bereikbaar voor ze en wie kan ze dan kwalijk nemen de gemakkelijkste weg te kiezen en uit onze ruif te eten. Laten we wel eerlijk zijn: die dieren zijn het probleem niet. Dat zijn we zelf. In elk geval; de nieuwste oplossing zijn ondergrondse vuilcontainers. Dat lijkt een goede stap, zij het met struikelen en opstaan gestart. Missende pasjes, te laat geplaatste containers – waarom ze nog steeds níet in de meest geplaagde wijk(en) in gebruik zijn, is ronduit vreemd – en meer kinderziektes. Dat komt wel goed.

Nu de meeuwen. Die lijken de weg kwijt. Goed, bij supermarkten en vooral op de markt worden de dames en heren steeds brutaler. Elders in de stad zijn ze, zo stel ik me dat voor, confuus, de weg kwijt. De afgelopen dagen zag ik er eentje op een container bouwafval scharrelen. Bouwafval! Een andere balanceerde op de rand van de vuilnisbak bij de patattent, alsof-i met een duik er in ging verdwijnen. En honderd meter verderop zat er eentje daas midden op het pad, naar een plastic zakje te staren.

Neem het me maar kwalijk, maar ik dacht echt iets van wanhoop te zien: waar is ons eten gebleven? Wie voedt onze bloedjes van kinderen nu? Heerlijk! (sorry)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s