Over Kakanië en over technologie: over ons?!

Heel eerlijk gezegd, begin ik te betwijfelen of ik het eind ga halen. Een paar maanden geleden begon ik er enthousiast aan, aan Musils onvoltooide trilogie De Man Zonder Eigenschappen en in de afgelopen vakantie heb ik er ook tijd in gestoken. Het is een goed boek. Het is niet, zoals ik ervoer met Voskuils Het Bureau, dat je er niet in kunt kruipen. Voskuils tergende traagheid – een wezenlijk ervaringselement in zijn boeken over het Meertens Instituut – heeft Musil niet. Sterker: het zijn best korte hoofdstukken. Maar het zijn er zovéél. Honderden bladzijden die gelegen moeten worden als je de drie delen uit wilt lezen. Dat is vast de reden dat ik ook niets heb met marathon-achtige inspanning: de gedachte dat je nog zo lang bezig bent (en dus ondertussen veel leuke ándere dingen mist).

Tot nu heb ik het gered tot hoofdstuk 18, over de moordenaar Moosbrugger.

Eigenlijk wilde ik twee hoofdstukken integraal in deze post op nemen; die over Kakanië en die over technologie en ingenieurs. Op zoek daarna verzeil je dan alras in artikelen óver Musil – een stuk chagrijn, zeg. Miskend naar eigen mening en zuur. Maar wel scherp – en over zijn boek. Dat is de reden voor de openingszinnen. De Man Zonder Eigenschappen schijnt steeds zwaarder te gaan wegen hoe verder je komt. Zwaarder in de zin van zwartgallig. Mezelf kennend, trek ik dat niet.

Maar dat neemt niet weg dat het eerste deel eigenlijk heel moderne waarnemingen bevat. Waarnemingen waarvan ik dacht dat het leuk zou zijn die in een blogpost op te nemen. Hieronder vind je daarom twee hoofdstukken uit het boek, geschermafdrukt uit m’n e-boek.

Het eerste gaat over Kakanië. Dat staat voor het Hongaars-Oostenrijkse rijk, maar ik vond en vind het nog steeds ook een mooie omschrijving van een landsaard en mentaliteit, eentje die grotendeels zó op ons ‘moderne’ Westerlingen kan worden geplakt. Inclusief zijn venijnige waarnemingen over burgerschap. Ik beken: dit hoofdstuk heb ik een keer of drie, vier moeten lezen (en da’s voor mij een hoge uitzondering, want als ik delen niet snap lees ik dóór zoals m’n leraar Nederlands ons ooit leerde). M’n enige verklaring is dat op een of andere manier de boodschap in dit hoofdstuk me – onbewust? – als relevant overkomt.

Het tweede gaat over ‘ingenieurs’ hetgeen ik vertaal als ‘technologie’. Ook daarin vind ik waarnemingen waarvan de actualiteit me frappeert. Niet de details, maar de houding, de mentaliteit.

Musil leeft rond de vorige eeuwwisseling. Misschien dat dat de reden is dat-i de kans heeft (gehad) de brug te slaan tussen een voorbije werkelijkheid en een aanstormende moderne. Ik denk dat het goed zou zijn als ‘toekomstdenkers’ en ‘zieners’ ook op de hoogte zijn van zijn waarnemingen.

Enfin. Een paar pagina’s Musil:

   
    
  
    
   

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s