Doorgedraaid!

Eigenlijk is het verbazing.

Soms word je gevraagd te helpen op plekken waar je normaal gesproken niet zo snel komt, of waar je wordt verwacht. Ik heb dat in elk geval wel; dat je wordt gevraagd iets te doen in een omgeving die niet (meer) bij je past. De vraag is natuurlijk wát – en vooral waarom dan – niet meer bij je past. Eigenlijk zou het grosso modo zo moeten zijn dat mensen gewoon moeten doen waaraan ze behoefte hebben of zin in hebben. Het zit in m’n hóófd dat popconcerten niet voor zestigers zijn. Wij zijn verdorie de eerste generatie die is opgegroeid met pop en rock als vanzelfsprekendheid!

Afgelopen zaterdag deed zo’n soort situatie zich voor.

In de buurt van Leiden ligt zo’n veel voorkomende waterplas-met-natuurpark. Je kent ze wel: ’s zomers overladen te kleine ‘strandjes’, fietsende oververhitte verkoeling zoekende mensen overdag en partners zoekende mensen in de duistere uren. Voor mij horen deze ontworpen omgevingen in de categorie Net Niks. Ze liggen vaak ook fijn ver weg. Net te ver voor een impulsduik in het water. Precies op de juiste plek voor een ‘overlast bezorgende activiteit’ als een festival.

‘Doorgedraaid’ heet het en het werd voor het eerst georganiseerd op deze plek: aan het water, op één van de grasvelden. Zelfs als je daar een teringherrie maakt, zullen de naastbijgelegen woningen in Voorschoten doffe boem-boem-dreun horen. Als de wind die tenminste de paar kilometer in hun richting draagt. Een prima plek voor een massa-evenement wat niet het predicaat volksfeest draagt. Dan boem-boemt de hele stád Leiden … zonder ontsnappingsmogelijkheid, want ‘dat moet kunnen’. Ergens wringt daar iets.

Er is nogal wat werk gemaakt van Doorgedraaid. Een terrein waarop een hele reeks van bouwsels was te vinden, waar vlammen en vuur uit muilen de schemering in schoten en waar – uiteraard – veel met licht en lichteffecten werd gewerkt. Waar ooit het Festival of Fools en later zoiets als de Parade zich konden onderscheiden door de sfeer gevormd door vreemde voertuigen en installaties, is het vandaag de dag min of meer standaard. Net als dat voor een moderne televisiekijker televisie van dertig jaar geleden enorm traag overkomt, zo moeten de festivalterreinen van toen overkomen op de moderne festivalganger. Bij Doorgedraaid zat dat wel snor.

Met dance, trance, house, hiphop heb ik niets, of heel misschien: heel weinig. Voor de muziek heb ik op Doorgedraaid niets te zoeken. Mij doet het iedere keer weer denken aan de ‘ontdekking’ van de monotone, haast bedwelmende ritmes in de jaren zeventig en tachtig, maar nu geperfectioneerd tot een doel op zich: hypnotiserend zoeken naar de hartslag. Maar mijn smaak is mijn smaak en niet die van een ander. En die ander waren er best veel: een paar duizend anderen zijn naar Doorgedraaid geweest. Best goed voor een eerste keer, toch?

En daar ga jij vrijwillig van 16.00 tot 23.30 uur, eigenlijk dus van 15.00-00.15 uur werken? Op een festival waarmee je eigenlijk niets hebt? Ja. Waarom niet? Wij deden het omdat het ons gevráágd werd – niets móest – en omdat we werden gevraagd door mensen die we kennen. Als je kunt helpen, dan is je houding – míjn houding – toch ‘Ja, tenzij…’ ? Nee, hoor. Geen probleem en ons werk lag ook nog eens buiten het festivalterrein: parkeerwachter annex verkeersbegeleider. Daarin geloof ik nog steeds heilig: als het vrijwillig is, doen mensen veel meer dan je denkt. Kijk maar eens rond op zo’n festival onder de vrijwilligers en wat zij doen. Maar maak nóóit de vergissing dat je datzelfde werk ook verplicht kunt opleggen.

Het meest verrast, was ik door de bezoekers zelf. Doorgesnoven dronkaards? Helemaal niet! Ik denk dat het aantal echt lamme bezoekers – dat je niet meer op de benen kunt staan – uiteindelijk misschien op de vingers van twee, vier handen konden tellen. Dat geldt ook voor de doorgesnoven en -geslikte tiepjes: heel weinig. En nu niet zeuren: ik heb het inderdaad alleen over degenen die opvielen. Want dat was heel opvallend: de bezoekers van Doorgedraaid waren grotendeels heel vriendelijke, aardige en vrolijke mensen. Mijn overtuiging dat uitgaansgeweld komt van volslagen randdebielen die ook zonder middelen ‘zo’ zijn, is gesterkt.

“Doen jullie dit vrijwillig?! Cool, zeg. Keep up the good work”
“Bedankt voor het opletten”
“Goedenavond”
“Het was een gaaf feest!”
“En je houdt niet eens van deze muziek? Respect”

Subjectief is het natuurlijk wel, míjn indruk. Maar toch. Het geeft toch weer eens aan dat je lol uit heel veel dingen kunt halen. Uit die flitsgroeten met bezoekers, uit gesprekken met (twitterende) politie-bikers, taxichauffeurs, andere vrijwilligers. En vooral uit het gevoel als je ’s nachts langs een donker Rijn-Vlietkanaal naar huis fietst, dat een heleboel mensen lól hebben gehad.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s