Assimileren is geen science fiction

Dom is hij niet. Inlevend is hij ook, alhoewel dat altijd lastig te beoordelen. Creatief is hij zeker. Iemand met een afgewogen mening; een verstandig mens. En zo iemand vertelt me pas dat hij zich is rot geschrokken, toen hij zich realiseerde wat er voor zijn ogen gebeurde.

Hij is een exponent van iets wat veel verstandige en genuanceerde mensen waarschijnlijk nog zullen gaan meemaken. Schellen die van ogen vallen. Het is een verschrikkelijk lastig onderwerp: assimilatie. Voor fervente SF-seriekijkers is het een beladen term. De Borg uit Startrek gebruikten de term om aan te geven hoe individuen willoze delen worden van de groep.

In een sociologische betekenis kom je direct terecht in de worsteling die veel samenlevingen nu meemaken. Als gevolg van grotere mobiliteit – gedwongen of vrijwillig – migreren meer mensen dan ooit. In de ontvangende samenleving zullen ze nooit hun volledige (culturele) identiteit kunnen behouden. Assimileren betekent dan het opgaan in de ontvangende samenleving, en dat gaat gepaard met aanpassing. Aan beide kanten, overigens. En daar gaan we dus. De verwachtingen waren nogal uiteenlopend.

Als je nauwkeurig kijkt naar het begrip assimilatie gaat dat uit van opname in een andere cultuur, ofwel níet van terugkeer. Maar wat gebeurt er als je lang ergens in een andere cultuur blijft met het idee ooit weer terug te gaan? En wat als dat ooit ook echt zo ongedefinieerd is? Laat je dan iets los of houd je toch vast? Mij lijkt dat een ongelooflijk lastige situatie. Het is wel een groot deel van de verklaring waarom spanningen met allochtone groepen vaak pas in tweede of derde generaties oplopen. Dát zijn de mensen die zich realiseren dat zij een plek in die nieuwe samenleving moeten (ver)krijgen.

Maar ook aan de andere kant, bij de gastgever, rommelt het. Want het maakt nogal een verschil of je te maken hebt met een gast of een medebewoner. Ik denk dat we het allemaal wel kennen van vakantie. Hoe we het wenden of keren: als toerist, gast ervaar je een gastland toch anders dan als allochtone – dat ben je dan immers – medebewoner. Ik merk het bij mezelf ook, hoor. Buitenlanders die met de auto vastlopen in het Leidse verkeersplan help je toch echt eerder en anders op weg dan een stel Nederlanders. Met buitenlandse kentekens heb ik meer geduld.

Het gedrag waar mijn kennis over viel, was ook voor mij enigszins verrassend: allochtone vrouwen die wegliepen bij een film over autochtone vrouwen. Ik was er niet bij en moet afgaan op zijn woorden. Die komen er op neer dat een aantal vrouwen níet was geïnteresseerd in de geschiedenis van oude Nederlandse vrouwen, niet geïnteresseerd in wat zij hadden meegemaakt, níet geïnteresseerd in de opvoeding die zij kregen, níet geïnteresseerd in hun normen en waarden, níet geïnteresseerd in hun mening.

Als het waar is, is dat stuitend. Dat betekent niets anders dan dat je jezelf superieur acht, zoals de (veel)eisende hotelgast die ‘klant is koning’ wel erg letterlijk neemt. Zoals het nieuwe groepslid dat verwacht wordt zich bescheiden op te stellen, maar dat niet doet. Het is al vaker gezegd. We zijn soms politiek en sociaal té correct. Zo lang je te maken hebt met tijdelijke gasten is dat op te brengen.

Het wordt lastiger als dat vriendelijke beeld – wat waarschijnlijk iets rooskleurigers is dan de werkelijkheid – zo lang moet worden volgehouden dat het een last wordt, onhoudbaar wordt. Dát is wat ik nu langzaamaan zie ontstaan bij steeds meer mensen, zeker ook degenen die absoluut niet in verband wilden worden gebracht met discriminatie. Dan kom je echt in zwaar weer met je geweten en je mening.

De afgelopen week kwam ik het twee keer tegen, dat gevecht met assimilatie. De ontnuchtering aan de ene kant. Een paar dagen ervoor een heel andere casus: een genaturaliseerde vluchteling die voluit, van ganser harte en heel oprecht vind dat wij, de Nederlandse samenleving móeten begrijpen dat zijn geschiedenis voldoende grond is als rechtvaardiging voor z’n huidige situatie: geen werk en irreële inkomensverwachting. Alsof er een muur staat tussen het individu en z’n omgeving, z’n nieuwe samenleving.

Het wordt tijd daar snel doorheen te breken, door het om de hete brij heen te draaien en eigenlijk helemaal niet oprecht te zijn. Da’s niet eenvoudig, want die houding is niet die van ‘pas je maar aan, of vertrek’.

Het is wel de houding die assimilatie toestaat – vaak beginnend met voeding, kleding en feestdagen – zónder alles klakkeloos te accepteren. Wat dat betreft, zul je zien dat de gastcultuur elementen selecteert om over te nemen en andere niet. Of dat al gebeurde? Ik denk het wel. Of zijn de leggings onder korte rokjes geen vinding van moslima’s die daardoor ook korte rokjes konden dragen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s