Het basisinkomen ís er al

Waar en hoe de samenleving fundamenteel zal veranderen, is nog maar de vraag. Het ontstaan van een gedigitaliseerde samenleving stokt, of positiever: gaat niet zo snel als sommigen – ik ook – hoopten. Vreemd is dat niet: ik beweer het al een poosje, technologische verandering kan vrij snel gaan, maar sociale verandering is van een andere orde. En uiteindelijk gaat het om sociale verandering, de machtsbalans.

Wat ik wel zie ontstaan, is een nieuwe tweedeling.

Een tweedeling die niet bestaat uit tóegang tot een mogelijk nieuwe digitale werkelijkheid of niet. Dat hoor ik zó vaak: de have en have not’s herontdekt. Ik vind ‘m wat makkelijk. De grote verandering zit ‘m er in dat toegang tot digitale mogelijkheden ook verschillende toepassingen mogelijk maakt. Die toegankelijkheid is zó neutraal dat het lastig is geworden te beoordelen wie voordeel heeft. Tot op heden is die beoordeling gebaseerd op heel klassieke criteria. De hogere klasse gebruikt de mogelijkheden om zich te verrijken, qua kennis en netwerken. Lagere sociale klassen, is de gedachte, gebruiken de mogelijkheden daar veel minder voor en da’s slecht. Da’s de kloof. Vraag is echter helemaal niet hoe die lagere sociale klasse zich verhoudt tot waarden van de hogere, maar tot de eigen. En dan zou weleens kunnen blijken dat de digitalisering ook hún waarden sterker maakt. Dat dat wellicht voor sommigen ongewenste waarden zijn, is jammer. Voor hen. Maar empowerment werkt voor beide groepen.

Ik ben ook helemaal niet zo van verklaringen waarin de technologische mogelijkheden worden benoemd als de fundamentele veranderkrachten.

Wat ik wél zie, is dat mensen met alternatieve oplossingen dan de gebruikelijke nu plots kansen zien. Dát is de voortstuwer. Wat ik zien gebeuren, is dat zich een beweging heeft ontwikkeld die zich richt op kleinschaligheid, op milieuvriendelijkheid, op menswaardigheid. Misschien is het nog beter het te zien als een contra-beweging tegen industrialisatie en aanverwante effecten (marketing, doelmatigheidsdenken, kwantificeerbaarheid).

Dát is wat technologie tot nu aan innovatie mogelijk maakt. Want van technologische innovatie is nog bar weinig terecht gekomen, anders dan de standaard-ontwikkelingen van automatisering, verkleinen, versnellen van bestaande processen en producten. Feitelijk niet meer dan vergroten van doelmatigheid. In de zorg is dat grootschalig gaande (en wordt het aangezien voor een paradigma-wisseling; naar wat?!). In de publieke sector gebeurt helemaal niets, anders dan een hoop overbodige overlegstructuren waaraan vooral externe ‘deskundigen’ enorm veel verdienen. En ja, dat is zeer zeker bedoeld als een sneer, want ‘de overheid’ heeft in zo’n twee decennia nog helemaal niets tot stand gebracht.

Véél interessanter is een andere ontwikkeling. Het is niet ’n technologie die dit in beweging zette; het is dé technologie. Wat je ziet gebeuren, is het ontstaan van een geloof in kansen, in kleine kansen. Dát is de cruciale verandering. Het is ongetwijfeld een combinatie van factoren, waarin de economische crisis en bankencrisis ook een rol spelen. Maar wie rondkijkt, ziet als paddestoelen initiatieven uit de grond spríngen.

Ik kan daar echt blij en opgewonden van raken.

Mensen proberen plots (weer?) hun ideeën te realiseren. ideeën over samenwerking, waardoor flexibele werkplekken in vele soorten en maten ontstaan, waardoor ad hoc samenwerkingsverbanden ontstaan, waardoor – al dan niet gedwongen – zzp’ers samenklonteren. Ideeën die idealistischer zijn, waardoor ‘bezit’ een ietwat andere invulling krijgt en ‘uitlenen’ en vogue wordt, waardoor buurt- en wijktuinen ineens mogelijk worden, waardoor vaker en serieus wordt gedacht over andere ruilsystemen dan met geld. Het is niet allemaal nieuw. Het is wel méér en daarmee mogelijk een teken van een veel fundamentelere verandering.

Een verandering die nog naamloos is, maar die lijkt te gaan in de richting van (bijna romantische) kleinschaligheid. Inmiddels is er een stevige basis van Nieuwe Vrijgestelden ontstaan die blijkbaar kansen zijn gaan zien én kansen kregen. Kansen kregen omdat er voldoende (gezins)inkomsten waren om risico te nemen. Dat neemt niet weg dat in heel veel van die idealistische initiatieven wel degelijk een wens, een hoop op voldoende inkomen leeft bij de initiatiefnemers. Het zou hypocriet zijn dat te ontkennen.

Kleine idealisten. Hun drijfveren even buiten beeld houdend: hier word je toch blij van? Dit is, voor mij, het bewijs dat ‘we’ actief genoeg zijn, dat we kunnen beschikken over heel veel dromen en ideeën, en vooral dat we dat kunnen faciliteren. Voor mij is deze beweging een heel belangrijke reden te geloven in zoiets als een basisinkomen. Het is een bewijs dat loskoppelen van arbeid en inkomen weleens tot héél grote sociale veranderingen kan leiden.

Ga in je eigen omgeving maar eens na wie die ‘creatieve start ups’ en dergelijke zijn, en onder welke condities die zijn gestart. De kans is erg groot dat je dan ergens een ‘weldoener, suikeroompje, werkende partner, uitkering’ of iets dergelijks vind dat alles mogelijk maakt. Het enige wat je moet doen, is die veranderen in ‘basisinkomen’. Dát is pas een ontregelende innovatie, denk ik.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s