Het nieuwe geweldsmonopolie

Dat hebben we allemaal wel begrepen, toch? Dat in Nederland een geweldsmonopolie bestaat dat bij de overheid in casu politie en leger ligt. We hebben bedacht en gedacht dat het een enorme bende zou worden als iedereen maar wapens zou mogen hebben. En dat was nog voordat we het moderne Verenigde Staten kenden. Maar weer wel het Wilde Westen, waar het toch wel een zooitje was met die gewapende burgers. Het oplossen van geschillen met wapens is geen juiste weg, zo dachten we. En als je goed kon schieten, was het ook nog ’s een onomkeerbaar resultaat. Dood.

Persoonlijk vind ik het nog steeds een goede zaak dat we dat geweldsmonopolie hebben. Het is hét instrument om invloed af te dwingen. Zet iemand een wapen tegen z’n hoofd en hij of zij is in je macht. Geweld is daarmee een van de grootste bedreigingen van democratie.’Is dat in meerderheid besloten? Leuk hoor, maar ík heb de wapens op jou, jullie gericht. Dus zeg het maar.’ Het is een van de ontregelendste sociale fenomenen, zeker als je je realiseert dat ook ‘de grote bek’ er feitelijk toe behoort. ‘Wees de verstandigste en bind in’, een verstandig advies, mits incidenteel gebruikt, maar uitermate contra-effectief als het neerkomt op keer op keer wijken voor geweld. Oók als dat ‘alleen maar verbaal geweld’ is. De gewelddadige wint.

Een monopolie op dat instrument bij de staat is dan ook niet vreemd en ook niet onverstandig (alhoewel nu ook wel revolutie tegen de staatsmacht lastiger is gemaakt).

Inmiddels is er echter een nieuw wapen dat staatsmonopolie vereist. Privacyschending.

Eerder schreef ik al over mijn idee dat het toch te zot voor woorden is dat politiemensen worden gehinderd door regels waaraan wij zich moeten houden, maar de tegenstander niet. Het doet denken alsof je met één hand op de rug moet boksen tegen een tweehandige bokser, die ook nog onder de riem trapt en schopt. Natuurlijk moeten politiemensen zich aan de wet houden. Maar als de tegenstander zwaar geschut inzet, moet je wel de mogelijkheid hebben op datzelfde niveau te reageren. Achteraf mag je dan uitleggen hoe, wat en waarom.

Privacy is het nieuwe wapen, zo zouden we ernaar moeten kijken.

Privacy – iemand de definitie ervan al opgezocht – is zo groot gemaakt dat we inmiddels willen dat niemand meer iets van ons weet, of juist iedereen. Het is echt opvallend parallel met de wapendiscussie: ‘niemand is van plan een ander neer te schieten, maar alleen zichzelf te verdedigen’. Je zou je dus nergens druk over hoeven maken. Privacy is ook zoiets: ‘ik heb niets te verbergen’.

Eigenlijk is het voor het gros van ons een non-discussie. In principe hébben we ook niets te verbergen. De angst schuilt veel meer in de gedachte dat systemen op hol kunnen slaan en eigen conclusies kunnen gaan trekken. Dé verdediging daartegen zou dan zijn ‘geen data over mij bekend laten worden’. Terwijl het risico eigenlijk niet eens in die data schuilt, maar in het gebruik ervan. Wie mag er eigenlijk met wapens schieten? Wie mag er eigenlijk met data werken en privacy schenden (niet alle data zijn immers potentiële privacyschenders).

Het schenden van privacy moet (dus) eigenlijk wettelijk worden voorbehouden aan de staat. Niet omdat ik die nu enorm vertrouw. Maar ik vertrouw de situatie waarin het wordt terug gebracht tot een particulier recht nog veel minder. Dan gaat de outlaW het revolver gebruiken en zal de moderne misdadiger zich verschuilen achter z’n recht op privacy. Dan zal een situatie ontstaan waarin grootschalige privacyschending niet is aan te pakken.

Een geweldsmonopolie bij de staat, aangevuld dan maar met een privacyschendingsrechtmonopolie?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s