Huichelachtig Nederland

Een jaar of tien, twaalf moet ik zijn geweest. Toen vertelde mijn moeder over ‘de Hongaarse vluchtelingen’. Jammer genoeg heb ik de details niet allemaal onthouden. Wat me bijbleef, is het katholiek geënte beeld van Jozef en Maria’s die aankloppen op zoek naar onderdak. En de trots dat ‘wij’ dat boden. Het is het verhaal van de Hongaarse Opstand van 1956. Ik ben dan anderhalf.

Mijn ouders zullen, gelet op die baby in huis, geen vluchtelingen uit Hongarije hebben opgevangen. Uit de geschiedenisboekjes weet ik dat het er heel veel, tweehonderdduizend, waren die huis en haard, hun vaderland, ontvluchtten. In heel korte tijd stroomde het Westen vol met dakloze vluchtelingen, op de loop voor de dictatoriale Sovjet Unie, die ‘de orde’ was komen ‘herstellen’. De dreiging die daarvan uit ging, moet enorm zijn geweest.

Trots op Nederland; dat gevoel hoorde erbij, bij het verhaal van de Hongaren. Dezelfde trots die je als kind voelde toen je hoorde hoe drijfnatte mensen, mét baby, in jóuw flat waren opgevangen nadat er op de kruising voor het flatgebouw een auto-ongeluk was gebeurd. Een novum, want zoveel auto’s réden er eigenlijk niet eens in die tijd. Er was hulp geboden.

Een kindergeest maakt dat allemaal veel groter en belangrijker. De realiteit was stukken minder romantisch. Nederland nam een relatief beperkt aantal vluchtelingen op en de regering was opvallend terughoudend. Het is het vólk geweest dat het doorslaggevend drukmiddel bleek. Een volk dat zich nog heel goed herinnerde wat oorlog, geweld, angst en vlucht teweeg brengen. Een vólk dat in actie kwam.

De opvang van de vluchtelingen in Nederland was erg goed geregeld. Een oorzaak daarvan was dat de hulp via het bestaande Nederlandse zuilenstelsel en door in Nederland wonende Hongaren werd georganiseerd. De overgrote meerderheid van de Hongaren was óf protestants, óf katholiek. Zij kregen hulp van respectievelijk het protestantse Admiraal de Ruyterfonds, onder leiding van de in Nederland wonende Hongaarse dominee Tuski, en het katholieke Mensen in Nood. Een tweede reden was dat de opvang geïnitieerd en gefinancierd werd door mensen uit het voormalige Nederlandse verzet. Zo was de protestbijeenkomst op de Dam op maandagavond 5 november mede georganiseerd door de Nationale Federatie Raad Voormalig Verzet en de Expogé, een vereniging van voormalig politiek gevangenen.

Verzetstrijders uit de Tweede Wereldoorlog, die de ondergrondse in Nederland hadden gefinancierd, staken op dinsdag 6 november opnieuw de koppen bij elkaar. Daartoe aangezet door Gijs van Hall, Evert Kupers en anderen afkomstig uit het verzet richtten zij het Nationaal Comité Hulpverlening Hongaarse Volk op, in de volksmond ook wel ‘Comité-Kupers’ genoemd. Dit Comité wist in de eerste tien dagen al zeven à acht miljoen gulden bijeen te brengen voor de opvang van de Hongaarse vluchtelingen in ons land. Volgens Tóth ‘moeten er haast geen Nederlanders zijn geweest die destijds niet hebben gegeven voor de Hongaarse slachtoffers’.

De situaties zijn onvergelijkbaar als het gaat om de kwaliteiten van de vluchtelingen – de Hongaren konden we in Nederland gebruiken – maar de essentie is identiek: doodsangstvlucht voor geweld en vervolging. Maar de vluchtelingen vandaag de dag zijn onbruikbaar en hun beweegredenen worden zelden in relatie gebracht met dé reden voor iedereen om te vluchten: doodsangst.

‘Hier staan we en we kunnen niet anders’: da’s zo’n beetje de houding van het Nederlands kabinet (en een fors deel van het volk). Mensen die vluchten, doen dat tegenwoordig om heel andere redenen dan ooit. Het zijn ‘economische gelukzoekers’ (of ‘misdadigers en criminelen’). Da’s best bijzonder. Blijkbaar hebben we tegenwoordig met heel andere basale motieven bij mensen te maken. Alsof we een nieuw, superieur soort zijn geworden. Alsof we een wereld hebben gemaakt die zó goed is dat iedereen daarheen wil, het Beloofde Land, maar dat we echt níet met ook maar iemand willen delen.

Nederland moet zich schamen, kapót schamen. Niet alleen omdat het een land is van gefrustreerde geesten die voor het gemak hun eigen positie en gedrag tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vergeten – niet voor niets hebben we hier een vals bewustzijn van ‘een land van verzetshelden’ – maar vooral ook omdat het land onweerlegbaar duidelijk maakt dat we alleen uit zijn op eigen gewin. Nederland is het land geworden waar psychiaters vermogens zouden verdienen aan het blootleggen van verdrongen en verwrongen emoties. Een land vol psychiatrisch gestoorden, die in een eigen werkelijkheid leven.

Ondertussen gaan op de verschrikkelijkste manieren mensen dood. En dit ‘land van dominees’ doet huichelachtig alsof ze haar best doet. Je zou haast hopen op een ramp die Nederland treft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s