identiteitsarmoede

“Ik vind dat toch zó mooi, dat geel van die bloemen.” Ze hebben het over narcissen, de twee oude dames achter me. Narcissen, die zo te zien verwilderd, in verdwaasde plukjes geel in het groen van een tussenberm staan. Mooi?! Dat geel van die bloemen?! Maar het zijn toch niet anders dan zielige bloemetjes in een armzalige berm?! Dát is wat ik in eerste instantie zag.

Het zijn van die opmerkingen die blijven doorzeuren in je gedachten. Wat is het dat ik die bloemetjes haast wegzette als onkruid, als niemendalletjes, maar dat die ene dame ze zag los van hun context: mooie gele bloemetjes? Los van hun context. Blijkbaar zijn we al zo ver dat we onze omgeving niet meer in delen, in aspecten waarnemen? Ik begin dat te geloven. Madeliefjes zien we pas als ze in grote hoeveelheden in een idyllische (berg)weide staan; niet als ze tussen de straatstenen omhoog schieten. Ik vraag me af wat we daardoor eigenlijk nog meer níet zien.

Halverwege de dag passeerde ik een boom. Een boom die ik al talloze malen, moet zijn gepasseerd. Vanmiddag viel hij me pas op. Of naukeuriger: niet de bóóm, maar z’n bast. Gewoon midden in Leiden staan ze. Bomen met een karakter, noem ik ze. Bijna altijd zijn het oude bomen. Levende wezens die veel hebben meegemaakt; waartegen mogelijk verkeersdeelnemers zijn gereden. Niet dat die bomen een geheugen hebben en zich dat alles herinneren. Het zijn wij, mensen, die die bast ziend ons voorstellen wat dat wezen eigenlijk allemaal moet hebben meegemaakt.

Projectie, maar wel op een manier die je even heel bewust in je omgeving laat staan. Dit is de boom, zonder opsmuk en zonder bekommernis over uitsnede van de foto vastgelegd. Zó staat hij daar.

Photo 03-04-15 16 51 20

Als ik zo ’s over denk dan gebeurt het me toch geregeld; dat ik even onder de indruk ben van een moment. Meer dan een flits is het niet. En het bijzondere is dat ze alleen van waarde zijn voor mij. Mijn (ex-)collega’s snapten er nooit veel van, van die waarde. Want emotie heeft geen waarde, zo lijkt het.

Ik weet dat ik ze over een poosje ook niet meer zie. Dan zindert de hitte en domineert het bladerdak van de boom vanwege de geworpen schaduw. Maar nu, als het leven terugvloeit uit de bodem, zijn ze allemaal nog heel goed te zien. De knoestige boom aan de rand van het polderbosje bij Wassenaar. De wonderlijk symmetrische boom vlakbij het Plantsoen in Leiden. De pijnlijke breuk van de boom die over de spoorsloot viel. Oud leven.

Weet je wat me vandaag opviel? Dat al die nieuw, jonge, vervangende bomen geen identiteit hebben. Nóg geen identiteit. Netjes vastgesjord tussen hun leipalen proberen ze die te krijgen door te overleven.

Waarom we oude bomen wél waarderen en oude mensen niet, is me nog niet duidelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s