De flexgeneratie als onzin

Het is een mooie ontwikkeling; die naar een flexibele maatschappij waarin we naar gelang onze levensloop, omstandigheden of gewijzigde inzichten van positie kunnen veranderen. Nog steeds ben ik op dat punt afgunstig op jonge mensen die op die manier aan hun ‘maatschappelijke carrière’ beginnen: de periode ná al die opleidingen die je deed, de periode waarin je zélf het roer in handen hebt.

Maar het is al lang gekaapt. Het leidt een kwijnend bestaan. Het is een fantoom.

Steeds vaker hoor je allerlei types in het economisch systeem spreken over de voordelen van flexibiliteit. Dat vind ik verdacht, want vooral ondernemers zijn eigenlijk – hoe idealistisch ze ook líjken te zijn – uit op winst. Daaraan kun je prachtige verhullende verhalen koppelen om het enigszins te verhullen of zwakker te maken, maar onder de streep moet er geld over blijven. Dat kan alleen ten koste van iets of iemand. Flexibiliteit lijkt dan ook de nieuwe verhuller.

Flexibiliteit zoals dat een paar jaar terug werd gebruikt door de opkomende jonge klasse nieuwe ondernemers paste goed in een netwerkaanpak. Niet meer jezelf voor dertig, of meer, jaar koppelen aan één werkgever, maar veel lossere verbanden; of voor jezelf beginnen en eigen keuzes maken.

Eigen keuzes, het sleutelwoord.

Flexibiliteit in een netwerkeconomie is een keuze! Van de werk-némer. Maar de zaak is alweer omgedraaid en de trend is nu naar het verdwijnen van iedere vorm van zekerheid. Het stimulerende en positieve effect van flexibiliteit is vervangen door een grauwe werkelijkheid van kleine baantjes zónder zekerheid en werkgevers die grommen dat ‘flexibele arbeidscontracten ín zijn en vaste toch echt tot het verleden behoren’.

Het is zo’n doorzichtig trucje. Je neemt een populaire term over, zónder de inhoud. Die plak je heel brutaal gewoon op iets heel anders en Klaar is Kees. Door nu stug te volharden in het gebruik van jouw interpretatie verschuift een begrip. Wordt flexibiliteit het nieuwe etiket voor uitbuiting.

Eerlijk gezegd, ben ik al járen verbaasd over de naïviteit die vernieuwers hebben. Natuurlijk is het goed – noodzakelijk zelfs – om vol vertrouwen aan iets nieuws te beginnen. Wat ik niet snap, is hoe het toch mogelijk is dat diezelfde mensen zich – soms voor eer, beroemdheid of geld – voor een karretje laten spannen. Gaat dat bewust en zijn ze gevallen voor die oude waarden, die ook zij zo verfoeiden? Zouden ze werkelijk menen dat het bijvoeglijk naamwoord ‘oud’ een argumént is? Zoals in ‘dat is oud denken’, ‘is old school’, is een ‘oud principe’? Zouden ze toch niet zo breeddenkend zijn als de term ‘open minded’ suggereert? Zouden ze stomweg niet intelligent genoeg zijn, maar wel slim genoeg om voor zichzelf te kiezen?

De afgelopen jaren is mijn cynische Ik in slaap gesukkeld onder een deken van geloof in verandering. Het wordt tijd dat-i weer wordt wakker geschud. Want, eerlijk gezegd, ik vind de tekenen er meer op wijzen dat we grotelijk worden belazerd dan dat we veranderen naar een socialer bestaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s