sinds wanneer is mooie sier functioneel?

Een aanrader voor mannen: met je vrouw, vriendin, dochter gaan winkelen. Wij mannen snappen die hobby na decennia nog steeds niet helemaal, maar vanwege de relatie, de lieve vrede of omdat jíj nou net die ene man bent die het wél snapt sjokken we slaafs mee. Ik heb er geen echte hekel aan, zij het dat het wel erg vermoeiend is. Maar na al die jaren samen heb ik wel zo’n idee wat ze leuk en mooi vindt en verdenkt zij mij er (nog steeds) van eerst naar prijzen te kijken en dan op te merken dat “ik dat toch niet zo heel erg mooi vind staan”. Gelukkig ben ik de superslaafse periode allang ontgroeid en mag ik zelfstandig de winkel doorstruinen. Het zal suggestie zijn, maar ik heb de indruk dat de andere winkelende dames dat wel stoer vinden; een oudere man die snuffelt tussen de dameskleding (en alleen de heel dure dingen mooi blijkt te vinden). Eerder schreef ik er al ’s over; dat vrouwen en mannen heel anders een winkel uitkammen. Da’s volgens mij nog steeds zo, lettend op de mannen die met plastic tasjes beladen als vrachtezels staan te wachten. Ze doen niet mee.

En als ik openhartig mag zijn: het grootste deel van de tijd doe ook ik niet mee. Dat winkel scannen is in een minuut of twee wel gebeurt. Veel leuker is luisteren. Afluisteren eigenlijk, of per ongeluk iets horen. Mijn voorkeur heeft daarom voor winkels wachten, op straat. Tenzij het werkelijk Nederlands kloteweer is, is dat een prima stek om mensen te kijken en horen. Meer keus dan in de winkel, waar het toch vaker gaat om vragen als “staat mij dit echt? Maakt het niet diK? En hier dan? Zit dat niet vreemd?” waarna zij zich als een slang draait om te zien hoe die broek er vanachter uitziet. Nee, dan buiten. Daar is het aanbod veel groter. Nadeel is wel dat de flarden nog onsamenhangender zijn. Maar met een heel stevige dosis fantasie kun je er altijd wel iets van maken.

De betere plekken, denk ik, zijn nog steeds die naast een buitenuitstalling, liefst met koopjes.

Vanochtend stond ik op zo’n soort van plaats te wachten, omdat er een kettingslot gekocht moest worden – iets van €5 en dan serieus denken dat het een slot is. Maar goed. Omdat we van de markt kwamen, was de pakezel beladen met zakjes en da’s onhandig in een winkel. Dan sta je zelfgekozen geparkeerd voor een soort Deense HEMA, op een metertje van zo’n lokbak. Dit exemplaar was gevuld met kunstbloemen. Vrolijke kleurtjes.

Twee dames die voorbijwinkelden zeiden iets wat me eigenlijk helemaal niet opviel, iets heel normaals. “Leuk, maar wat móet ik ermee?” Heel veel gebezigde zin, toch?

Toen ze minstens tien meter voorbij waren, schoot me te binnen dat het best een bijzondere redenering was: je ziet iets moois en stelt een vraag naar de functionaliteit? Eerlijk? Waarom zou iets moois een andere functie moeten hebben dan mooi? Zouden die nepbloemen niet de functie hebben om iets (saais) op te fleuren? Natuurlijk, die mevrouw bedoelde hopelijk dat ze niet wist wáár in huis het nodig was fleurigheid te brengen. Maar toch, het zijn van die kleine signalen. Lekker weggemoffeld in onzorgvuldig gebruikte taal, maar wel een direct beeld gevend van gedachten.

Zou het dan zo zijn dat schoonheid functioneel moet zijn?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s