angstwekkend niet-nieuws

Het is een goed geschreven boek. Dat is een open deur, maar schríjf maar eens een boek dat boeit én toegankelijk is. Een boek dat een verdomd complex systeem uit de doeken doet voor nitwits als ik, die niets weten van die wereld: die van de banken. Het boek: Dit kan niet waar zijn, van Joris Luyendijk.

Als ik eerlijk ben; het boek bevat niet veel opzienbarend nieuws…. als je tenminste afgaat op de grote lijnen. Die kennen we inmiddels wel. Overigens voor een heel groot deel gebaseerd op het werk Joris, zijn blog en zijn media-optredens. De kracht zit ergens anders.

In de aandacht voor mensen. Natuurlijk, de analyse – ook in dit boek – is dat het vooral de cultúúr binnen zakenbanken is geweest die ons systeem aan de rand van een onpeilbaar diepe afgrond bracht. En cultuur is zo ongrijpbaar. Dat is iedereen en alles binnen zo’n systeem. Het zijn de normen en waarden, ook zo heerlijk ongrijpbaar.

De kracht van Luyendijks betoog is echter dat die cultuur een gezicht krijgt. Niet één gezicht, maar een verzameling gezichten van mensen die werken bij zakenbanken. Zij vormen, opgeteld, hét gezicht. Zoals jij en ik van stemming veranderen, zo zijn er tal van gezichten die er toe doen.

Het is verontrustend als je dat zo leest. Want Luyendijk beschrijft een cultuur die momenteel enorm in zwang lijkt te komen: tijdelijke contracten en minimale bescherming bij ontslag. Ter compensatie? Enorme salarissen. Halverwege het boek, op bladzijde 101 om precies te zijn, staat dit:

(…) Waarom zouden ze überhaupt over de bank denken als ‘hun’ bank, wetend dat ze ieder moment op de stoep kunnen staan – ontslagen, of weggelokt door de concurrent? Waarom zou je in zo’n omgeving als risk manager of compliance officer aan de bel trekken of ‘nee’ zeggen? Waarom zou je als bankier een klant níet naaien, als je onder zulke druk staat en weet dat je er juridisch mee wegkomt?

Luyendijk koppelt daar de conclusie aan vast “Dit lijkt wel een blauwdruk voor kortetermijndenken.” Precies dát is waar we de komende decennia nog veel meer dan nu last van gaan krijgen.

Het is een boek dat eigenlijk al die mensen die zich de voorhoede voelen van een Nieuw Nederland, dat wordt gevormd door flexibiliteit, tijdelijke samenwerkingsverbanden, eigen ondernemerschap. De mensen die zich belemmerd voelen door CAO’s, regels en vakbonden. Die mensen zouden het antropologisch werk van Luyendijk verplicht moeten lezen en dan proberen te snappen wat voor processen hij beschrijft. Want díe zijn eng, heel eng.

Het enge is het vanzelfsprekende. Geen graaiers in de zin van bewuste acties, maar wel graaiers in de zin dat het volstrekt normaal is absurde lonen te accepteren. Eng ook omdat er geen enkele loyaliteit is naar de werkgever, omdat er geen kennis accumuleert – ICT als oplossing? Dat hoofdstuk wil je niet lezen, zo absurd -, omdat niemand echt begrijpt wat er waarom gebeurt.

Flexibiliteit: mooi en goed. Máár, onder voorwaarden. Eén daarvan was voor schaalkleinte in plaats van schaalgrootte. Nog niet aan het eind van Luyendijks boek weet ik nu dat ik zeker blíjf vinden. Flexibele kleinschaligheid, dát kan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s