Subsidie is ook maar een label

Raszuivere aanhangers van het vrijemarktdenken zien geen heil in overheidssteun. Sterker, er zijn er die de noodzaak van een overheid in het algemeen in het twijfel trekken. Onwrikbaar geloven zij dat er een natuurwet bestaat die naar evenwicht neigt. Op de weegschaal die de vrije markt is, vormen vraag en aanbod de gewichten. Als die uit evenwicht raken, zal er aan één van beide armen iets moeten gebeuren. Of niets. En dan wordt er bijvoorbeeld extreem veel gewonnen, of verloren.

De idee van een markt werkt prima zolang het gaat om een open markt waar fysieke producten worden verhandeld en verder geen beperkingen gelden. Feitelijk worden prijzen bepaald door het voorhanden zijn, of het nu een dienst, een vaardigheid, talent of een fysiek product is. Marktdenken draait rond beschikbaarheid.

Maar beschikbaarheid bestaat in meerdere betekenissen.

Er bestaat ook een beschikbaarheid in de betekenis van bereikbaarheid. Dat is een heel andere insteek. Een insteek waarin de markt wordt verstoord. Bereikbaarheid heeft alles te maken met normen en waarden. Als wordt gevonden dat gezonde voeding belangrijk is, dan moet gezond voedsel ook toegánkelijk zijn. Kennis belangrijk? Dan ook de toegang ertoe.

Dat lijkt me in principe de basis voor wat tegenwoordig subsidie heet: toegankelijkheid waarborgen.

Waarmee ik worstel, is de kritiek dat subsidie ondoelmatigheid in de hand werkt, perfide zou zijn en de markt teveel zou verstoren. Ik blijf maar denken dat aan de andere kant de vrije markt ook subsidies verstrekt, maar onder een heel andere naam.

Het zijn vooral de talloze schandalen die de afgelopen decennia aan het licht zijn gekomen die voeding gaven aan die gedachte. Sterker, het is nog een vriendelijke formulering voor iets wat net zo goed bevoordelen heet. Want waar subsidie in alle openheid wordt verstrekt, blijkt bevoordeling dat niet te zijn. Maar in de basis gebeurt er hetzelfde: er gaat overheidsgeld naar een onderneming.

De ‘ja, maar….’reacties zijn wat mij betreft vooral rookgordijnen. Ja, maar gesubsidieerde instellingen zijn vaak maatschappelijk geëngageerd. Ja, maar subsidie is geregeld in verordeningen. Ja, maar subsidie is, zo lijkt het, oneindig of in elk geval veeljarig. Ja, maar niemand weet wat de vraag is naar het gesubsidieerde.

Niks ‘ja, maar’ over subsidies. De vraag die ook moet worden gesteld, is in hoeverre er ook steun bestaat die niet te boek staat als subsidie, maar wel ondersteuning biedt. Mijn conclusie is dat er enorme bedragen ‘subsidie’ gaan naar bedrijven. Dat zijn niet vooral de officiële subsidiestromen, maar vooral ook de gunningen.

Gunningen die soms geheel illegaal tot stand komen – onderhands – of die gevolg zijn van een politieke ambitie. Gunningen die gepresenteerd worden als economische steunmaatregel – systeembanken mogen niet omvallen (systeemwarenhuizen ook niet, denkt de cynicus). En natuurlijk de corrupte gunning van de lokale wethouder of de landelijke politicus aan een ondernemer.

Er bestaat geen vrije markt en zeker geen perfecte. Het is een theoretisch model. Of nee, het is een beeldspraak. Maar die beeldspraak is inmiddels veel te onomstreden geworden. Dat mag wel eens gebeuren, en snel. In dát opzicht zijn al die omvallende VVD’ers aanwijzingen genoeg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s