“We willen met z’n allen…”

Het is één van de dodelijkste zinnen die er bestaat: “we willen met z’n allen…” en dan volgt er iets. Een ergerlijke zin. Een dwingende zin. Een betekenisloze zin.

Ik heb nog wel eens met mensen in discussies gezeten die zich van die vorm bedienen. Van die types – vaak mensen die zichzelf als leider zien – die een discussie beslechten dat iets niet is ‘als in mijn beleving’. Daarover kan ik me kwaad maken. Alsof diens beleving een doorslaggevend argument is. Onbewijsbaar. Dat geldt voor die ‘we’ eveneens. Wie zíjn dat eigenlijk?

De grootste ellende is echter dat dat ‘we’ inmiddels op enorme schaal wordt gebruikt.

‘We’ willen de samenleving aanpassen en ‘we’ willen bij voorbeeld af van vakbonden. ‘We’ spreken namens heel grote groepen, ‘de patiënt’ bijvoorbeeld. Maar ook zijn ‘we’ kwaad over discriminatie, zijn ‘we’ geschokt door rampen, ongelukken en terreuraanslagen. Als ‘we’ kampioen worden in het een of ander is het ‘we’ nog enigszins op z’n plaats, als het een nationaal team was dat het land vertegenwoordigt. Dan zijn we ‘we’.

Sommige ‘we”s zijn echter psychologische, taaltrucjes. Het komt zo heerlijk vraagtekenloos over als ‘we’ met z’n allen iets vinden of willen. Dat zit immers vast wel snor. Maar hoe vaak vragen we ons af of dat gebruik van ‘we’ wel klopt?

Vooral in de afgelopen vijf jaar denk ik een vloedgolf aan ‘we”s te hebben gezien. ‘We’ zouden een nieuwe gezondheidszorg móeten hebben. Maar hoe toevallig is het dat die opvatting zo opvallend spoort met partijpolitieke programma’s? Net zoals arbeidsmarkthervorming die ‘we’ nodig hebben om te overleven. Net als overheidsterugtreden ten gunste van particulier initiatief, casu quo de markt.

Er is geen ‘we’. Er is wel een ideologie. Een gedachtegoed waarin veronderstellingen zijn verwerkt, die onbewijsbaar zijn zonder praktijkervaringen. En dus moeten ze worden ‘afgedwongen’. Vandaar dat, met alle geweld, een nieuw stelsel wordt opgetuigd, in de zorg, op de arbeidsmarkt, in de sociale zekerheid, in het dagelijks leven. Want het ís niet te beredeneren noch te voorspellen, anders dan de heel principiële veronderstellingen te accepteren; dat ouderen lang zelf willen en kunnen wonen (maar niet voor hun lol worden opgenomen), dat niet-betaald-werkenden passief zijn en gedwongen moeten worden in beweging te komen (omdat werkgéver een verkeerde betekenis heeft), dat te veel mensen zichzelf afhankelijk van de overheid opstellen (en nu van anderen), dat ondernemingen voor werk zorgen (en niet primair voor winst).

‘We’. Hoe een overheid geen ‘ik’ of ‘wij’ als in ‘ik vind’ of ‘wij vinden’ durft te zeggen en zich krachteloos verschuilt. Welnu, dan draaien ‘we’ over een paar jaar veel pijnpunten weer terug.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s