Bollen wol

Het werd nog weleens gedaan: het doorzoeken van vuilnis als methode om aan informatie te komen. De roddelpers deed het in de jaren zeventig graag, kan ik me herinneren, op zoek aan zaken die de fantasie prikkelden voor weer een smeuïg verhaal. ‘Wat doen die condooms in het huisvuil van…? De mans des huizes is toch gesteriliseerd? Heeft zijn vrouw een verhouding?’ Ook opsporingsdiensten doen het. Zelfs sociologen hebben het weleens gedaan. Want wat we weg gooien, geeft een indicatie van wat we déden (alhoewel het zéér de vraag is hoe dat aan elkaar te verbinden).

Iets dergelijks, vind ik, de straat. Ook zo’n plek waar je van alles kunt vinden en waaraan je prachtige hypothesen kunt ontlenen. Eerder schreef ik al over de lentewezen – de handschoen die je aan het begin van de lente op straat vindt. Vrij veel verweesde exemplaren omdat ze niet meer zo snel worden gemist nu de temperatuur stijgt. Zoiets als de sneeuwklok in de natuur, maar dan anders – of het vuilniszakken-aanbod.

Er zijn van die dingen op straat verloren waarover je je kunt verbazen. Eén schoen? Dingen waarvan duidelijk is dat de gevolgen ernstig kunnen zijn. Een bos huissleutels. Dingen die duiden op de maatschappelijke status van het gebied. De naald, het gebroken ampul. Maar ook het rondslingerend huisvuil. Dingen die duiden op gebruiksintensiteit. Papiertjes, bekertjes, bonnetjes. Dingen die duiden op gemis. Van geld tot kleinoden. Maar de leukste zijn de verwondering oproepende.

Vandaag fietste ik door regen en storm toen ik zoiets zag liggen. Drie bollen wol, oranje. Over een afstand van zo’n honderd meter ontrold en door de regen plakkend aan het plaveisel. Dunne wol, want het effect was een dunne lijn, alsof er iemand ongemerkt verf had gemorst terwijl-i de brug over fietste. Even dacht ik dat de wol me zou leiden naar de eigenaar. De eerste bol was uitgerold over de brug. De tweede en de derde er vlakbij namen de bocht de brug af voor hun rekening. Jammer genoeg stopte het spoor van een meter of honderd. Een mooi oranje spoor, van de ene kan van de stenen brug naar de andere en de weg overstekend. De draad wol volgde de contouren van het brughoofd op een sierlijke manier. Dat moet de wind hebben gedaan, want zelfs een fietser, of wandelaar, had dát niet zo strak voor elkaar gekregen.

Zo’n spoor heb ik wel ’s meer gezien. Eén van de mooiste is wél van een blik verf. Waarschijnlijk is dat omgevallen in een auto en daarna als een dun spoor kilometers lang te volgen. Een dunne streep witte verf, rechtdoor, rechtsaf, weer rechtdoor, over de rotonde, lange rechtdoor langs zijstraten en over zebrapaden, weer rechtsaf. Maar daar moest ik rechtdoor. Dus waar de streep naartoe leidde, weet ik niet. Maar het zijn wel van die momenten dat je het voor je ziet: de eigenaar die de portier open doet en de glibberig witte verfvloer ziet.

Hoe verlies je drie bollen wol in de bocht? Had de eigenaresse er zoveel bij zich? Wás het wel een vrouw? Lagen ze in een open fietstas of zijn ze uit een volle boodschappentas gevallen? Waar waren ze naartoe onderweg? Wat is het effect van de drie missende bollen? Komt het breiwerk – is het dat? – nu niet af? Vragen. Raadsels.

OP de terugweg lagen ze er nog steeds. Maar nu waren ze nóg doorweekter én ten prooi gevallen aan huiswaarts kerende schoolkinderen die de eerste bol nog eens lekker verder uiteen hadden geschopt over de brug. Die lag nu troosteloos in de stromende regen in de goot. De andere twee waren alleen maar natter geworden. Niemand had ze weggehaald. Blijkbaar waren ze niet gemist of was de eigenaar niet van zins naar ze op zoek te gaan. Een ietwat roemloos einde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s