Waarin ‘kleine uitgevers’ groot zijn

Dat de serie gesprekken vorige week al is begonnen, is me ontgaan (we waren ook niet thuis dat weekeinde en ‘kranten-/informatie-achterstand’ ken ik niet, wel oudpapier). Dus ik zag het deze week voor het eerst: een interview met uitgever Koen van Gulik van de Wereldbibliotheek, door Wilma de Rek in de De Volkskrant. Al na de eerste zinnen was ik verkocht. Iemand die zijn eigen werk – communicatieadviezen uitbrengen – karakteriseert als “allemaal gebakken lucht”; dat móet een intelligente geest kunnen zijn. Niet dat ik dat nu weet, maar wel bevat het interview de zinnen – hieronder vet gemaakt – waardoor je wellicht beter begrijpt hoe dat maken van boeken werkt. Waarom de rest ook meegeknipt en -geplakt? Omdat ik uit context gerukte zinnen zo vervelend vind én omdat het een beter beeld geeft van de denkwijze van de persoon in kwestie.

WAT MAAKT JOUW UITGEVERIJ ANDERS DAN ANDERE?
‘Volgens mij doet Wereldbibliotheek niet veel anders dan uitgeverij Cossee. En ook niet veel anders dan Van Oorschot of Atlas Contact of De Bezige Bij. We doen eigenlijk allemaal een beetje hetzelfde.’

DE MEESTE UITGEVERIJEN ZEGGEN DAT ZE UNIEK ZIJN.
‘Flauwekul, daar geloof ik helemaal niet in. We doen natuurlijk wel iets anders dan, om maar wat te noemen, The House of Books of Lemniscaat. En we zijn ook anders dan Lebowski, hoewel er best titels zijn van Lebowski die wij hadden kunnen hebben. Maar wat wij doen, is wat ík wil dat we doen: de uniciteit zit in de uitgever. Het komt uiteindelijk allemaal neer op wat ik beslis, en dat komt weer voort uit wat Joos Kat en Leo Simons in gang hebben gezet. Dat betekent dat Wereldbibliotheek veel vertaalde literatuur en non-fictie uitbrengt, van hoge kwaliteit; maar er is wel een bandbreedte, want met hoge kwaliteit alleen kun je de tent niet draaiend houden. Je hebt ook sellers nodig.’

JOUW BELANGRIJKSTE AUTEUR IS ISABEL ALLENDE. HOEVEEL PROCENT VAN DE OMZET NEEMT ZIJ VOOR HAAR REKENING?
‘Dat zal ongeveer 50 procent zijn. Bij de meeste uitgeverijen zijn het uiteindelijk één, twee of drie titels die voor het geld zorgen. Dat heet interne subsidiëring.’

MOET ELK BOEK NIET GEWOON ZICHZELF BEDRUIPEN?
‘Dat vind ik een totaal verkeerde vraag, want je kunt uitrekenen dat dat voor veel titels niet zal lukken; daarvoor is het titelaanbod voor onze lezersmarkt te groot. En of een boek een seller wordt kun je van tevoren nooit zeggen.

‘Bovendien: je kunt een uitgeverij beschouwen als een commerciële onderneming die eropuit is winst te maken – we zijn geen ideële stichting – maar aan de andere kant is een uitgeverij, althans een literaire uitgeverij, ook een cultuurbemiddelaar. Je vindt een boek belangrijk en wilt het aan de hele wereld laten zien: léés dit, hier word je een gelukkiger mens van. En dan maar hopen dat we er in elk geval 1.500, 2.000 exemplaren van verkopen.’

Een cultuurbemiddelaar. Maar ook een soort van Spotify voor boeken. Niet in de zin van techniek of kosten, maar in de zin van mensen die lijsten muziek maken waarvan zij menen dat die goed is. Een literair uitgever doet dat ook. Een lijst, een fonds samenstellen. Dat is één. Twee is dan de vraag hóe ze dat doen.

Mijn indruk is dat deze uitgever dat niet doet met de vraag van lezers voor ogen, maar met zíjn mening, aanbod, van wat wij lezers ter beschikking zouden moeten hebben. Een aanbodgerichte aanpak, die, zo en achteraf bezien, helemaal niet verrast. Want als de lezersvraag wordt gevolgd, zal er inderdaad een nietszeggende grootste gemene deler ontstaan. Dat is statistisch stomweg min of meer onvermijdelijk, terwijl de kracht juist zit in de vernieuwing. Ziedaar, alweer, de reden om met beleid om te gaan met ‘vraaggerichte aanpakken’ en zo; die vernieuwen niet. Er is weinig cynisch aan om te denken dat aanpakken als LEAN in de praktijk neerkomen op het maximaliseren van gebruikersaantallen, casu quo winst, en níet op principiële vernieuwing.

Het interview deed me stilstaan bij de toekomst van uitgevers. Niet dat ik daarin deskundig ben. Maar ja, wie is wél deskundig in ‘de toekomst’? Logischerwijs zou ik nu verwachten dat, als boeken zo eenvoudig te delen zijn, dat het de uitgever(ij) als persoon/instituut is die krijgt betaald; vanwege zijn fondskeuze. Digitale versies van boeken kopen we direct bij de auteur, of we lenen die van vrienden, kennissen en het internet. Maar de uitgever is degene die je zowel de prachtuitgave op papier aanbiedt – gaat een hausse aan komen, zou’k verwachten – als je toegang biedt tot zijn fónds, een lijst boeken die je volgens hem gelezen zou moeten hebben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s