Kinderen beroven wordt kritiekloos geaccepteerd

In de trein hoorde ik een gesprek wat jij en ik veel vaker hebben gehoord. Maar om te zeggen dat ik er de eerdere keren bewust bij stilstond… Het zijn van die situaties waarin je (gemakshalve?) geen vragen stelt bij wat je hoort. Nu wel. Waarom? Zoals zo vaak: geen idee. Het gebeurde. Mijn verklaring is dat de verklaring schuilt in de manier waarop één zin wordt uitgesproken; één zin die daardoor als ontsteker functioneert. Eén zin die al vaker is uitgesproken en gehoord, maar nu nét anders overkomt.

Naast ons zitten twee vrouwen luid en duidelijk te praten over werk, over collega’s en het liefdesleven van anderen. Luid en duidelijk. En ook niet echt bijzonder: over mannen die vallen voor vrouwen waarvan de twee zich afvragen waarom. Niet kwaadsprekend, maar zich dat echt afvragend. Over collega’s die “nu wij er niet zijn app’jes sturen waar de gezelligste twee collega’s van de gang zijn”. Over de afspraak van zojuist met een “dame die wíst waarover ze het heeft” en “acties die moeten worden uit gezet”. Ik dacht dat ze in de pr/marketing/reclame werkten. Uit de ene keer dat ze hun bedrijf noemden, bleek dat dat in elk geval fout is. Het is eerder onderzoek/advieswerk. En iets met websites en “een verkorte URL maken”.

Als de telefoon een nieuw app’je uitspuugt, blijkt dat het bericht dat de school van één van de kinderen uitvalt vanwege technische problemen. Een paar honderd kinderen die onverwacht uit het schoolritme vallen. De school kan ze echter niet opvangen. “Maar móeten of mógen ze nu weg?” Dat was ‘m, de sleutelzin. Moeten of mogen, dát is de vraag.

Ineens schiet-i binnen. Hoezo, mógen? Ineens krijgt de vraag een bijsmaakje. Alsof ik iemand afluister die plots een onprettig klusje in de schoot geworpen krijgt en zoekt naar een uitgang uit een penibele situatie. Moeten of mogen. Zoals onze fitnessgroep de dooddoener kent als we weer ’s een trainingsmiddel mógen pakken: da’s dan toch niet verplicht? Moeten of mogen. O, wacht, dat kutkind kan dus ook ergens worden opgevangen. De vorige zin is honderd procent fantasie, want in werkelijkheid werd er daarna volop ge’appt en gebeld. Uiteindelijk zal één moeder een heel stoor kinderen opvangen, voor de tv.

Toch knaagt er iets. Iets wat niets te maken heeft met een goede of slechte moeder zijn. Iets wat wel alles heeft te maken met perspectief en belang, en met visie en waarneming. Het is het iets wat jaren geleden al is benoemd met vraag- versus aanbodgericht of klant- of organisatieperspectief. Ineens viel me op dat de moeder het organisatieperspectief koos, háár belang. Dat is blijkbaar de volautomatische, ondoordachte, onbeheerste reactie en daarmee behoorlijk indicatief voor wat je werkelijk vindt. Nog steeds zonder naam van het bedrijf te noemen: dat is er wel eentje die klantvriendelijkheid en vraaggerichtheid bepleit. In situaties als deze vraagt m’n cynische ik af hoe oprecht dat dan is. Maar dat terzijde.

Nog veel interessanter vond ik iets heel anders. Je steelt van kinderen. Je steelt een ervaring, een gevoel, een emotie. Die unieke ervaring dat je ineens een hele dag vrij in de schoot krijgt geworpen. Je krijgt ‘m en hij wordt meteen teniet gedaan, doordat je ‘elders wordt opgevangen’. Dat is wrang en ik vind het eigenlijk ook wel een soort van diefstal.

Mijn jeugd bevat een klein aantal van die ervaringen. De dag dat onze lagere school ons ‘ijsvrij’ gaf, plots en onverwacht. Ineens was iedereen vrij om te gaan schaatsen. Snel naar huis en daarna het ondergelopen braakliggend veldje in het centrum van Rijswijk. Minder helder is de herinnering dat ons op de lagere school zoiets ook is overkomen in de zomer: een soort hittedag, met brandslangen en veel water. Denk niet dat die ervaring een kinderervaring is. Onze middelbare school was een complexje houten noodgebouwen, alhoewel de tijdelijkheid die ‘nood’ insinueert al dertig jaar duurde. Op een slechte/goede ochtend haperde de oliekachel waarmee de klaslokalen werden verwarmd. Plots viel er een hele ochtend vrij. Of de keren dat overmacht je verhinderde naar werk te gaan. De redenen varieerden, maar de meest voorkomende werden geleverd door de spoorwegen: onbegaanbare ijzers.

Weet je, in al die situaties op volwassen leeftijd bekropen me die eerste ervaringen van plotse kadootjes, ijsvrij, de dag dat je ‘naar de dokter moest’ (tandarts uitgezonderd). Een soort euforie. De ervaring dat de straten ineens anders zijn. Euforie. Gevoed door die jeugdervaringen.

In de trein vroeg ik me af hoe kinderen van wie de ouders (terecht) werken, dat later zullen ervaren. Of hebben we ze nu een ervaring ontnomen? Gejat. Onttoverd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s