Uber-bier

Het is maar van waar je ernaar kijkt. Wij hebben een auto. Wel een oude (en niet gebrekenloos). Maar we hebben er een. Ik denk dat iedereen het beeld wel kent; dat de auto het grootste deel van de tijd stilstaat, geparkeerd. En degenen die in een stad wonen, zullen de auto mogelijk nog minder gebruiken dan de mensen die alle voorzieningen níet binnen handbereik hebben. In Leiden gebruiken wij de auto zo goed als nooit. Dat is een fietsstad. Snap je meteen waarom ik me zo kan verbazen over mensen die in Leiden de auto wél menen te moeten gebruiken, zelfs over luttele meters afstand. Echt.

Het is een heel weinig origineel idee: er zijn best veel dingen die je maar af en toe nodig hebt. Een pijpensnijder: die heb ik om precies te zijn één keer nodig gehad. Om zo’n ding dan te kopen…. Dan leen je ‘m dus. En als je geen pijpensnijderbezitters kent, huur je er een, een pijpensnijder. Een pijpfitter daarentegen gebruikt zo’n ding vaak en heeft er dus een. Maar hij heeft mogelijk geen profielschaaf of vlakbank. Die heeft de houthobbyist weer. En zo is er een heleboel wat je af en toe nodig hebt en waarvan je je moet afvragen waarom iederéén dan alles zou moeten hébben (anders dan dat de fabrikanten daar erg blij van worden). Ziedaar de basis van een deel-economie.

Eerlijk gezegd, was het kwestie van tijd en kans voordat er iemand was die op dat mechanisme insprong en het lenen een stuk makkelijker maakte. Peerby is de eerste/één van de eerste in Nederland. Inmiddels is er nog heul veul meer, en op tal terreinen. Het maakt geen bal uit wie de eerste was; de beweging is er. Wat wel opvalt, is dat er een groeiende categorie is ontstaan waarbij betaling een rol speelt. Waar Peerby nog echt een burendienstachtige is en couchsurfing ook echt minimalistisch ‘slapen op de bank’ is, komen diensten als airbnb al in de marge van ‘deeleconomie’. Inmiddels zijn er al genoeg diensten om discussie te voeren over het effect en om het bestaan van lijstjes te verantwoorden. De Consumentenbond heeft er (een), maar ook deeleconomie.nl.

De spreekwoordelijke domste fout die je kunt maken, is te vragen naar de verdienmodellen bij deze ontwikkeling. Ik vraag me af of die er zijn en ook of ze zullen komen. In zijn zuivere vorm zijn het immers initiatieven waarin tijdelijk wordt geleend. In tegenstelling tot alle andere internetgebaseerde ontwikkelingen, is dit er eentje waarin er juist een tussenlaag, een intermediair wordt tóegevoegd, niet eentje buitenspel gezet. En ja, daar kun je mee proberen te verdienen door het systeem te sluiten en toegangsgeld te heffen. Dat gaat leiden tot nieuwe opdrachten: de abonnee éist dan kwaliteit, éist dan resultaat, éist dan …. Maar goed, het kán.

Het ziet er meer naar uit dat een beweging in gang is gezet die ons allemaal doet afvragen wat je werkelijk voor jezelf wilt houden en wat je kunt delen met anderen. Inderdaad, privacy maakt deel van uit. Interessanter is het als we een situatie krijgen waarin we onbenut gebruik gaan delen. Het apparaat, de kamer, de auto, de fiets, de maaltijd; niet langer is dan een ‘neutraal’ ruilmiddel nodig, maar wel een balans een te lenen spullen en uit te lenen spullen. Het is de meest sexy term die aan het Internet was gekoppeld: wederkerigheid. Maar je mag het ook zien als de informele economie die weer een stuk dichterbij de formele komt. En bedreigend is.

Het is die worsteling informeel-formeel – of precies hetzelfde in moderne termen: de nieuwe economie versus de oude – die boeiend is omdat er zoveel overhoop gaat.

Gebruik optimaliseren is er eentje van. Dat Uber bedreigend is voor officiële taxichauffeurs is voorspelbaar. De grote vraag is waarom zo fel wordt gereageerd op Uber. Want de autoverhuurders moeten last hebben van privé-uitleners van auto’s, bestelwagens en campers. Restaurants van maaltijddiensten. Verhuurders van (bouw)apparatuur van de Peerby’s van deze tijd. Toch hoor je die niet. De bedreiging is blijkbaar gezien als onbelangrijk klein. Dat kan dus nog leuk worden.

Want wat er tegelijk gebeurt, is dat steeds meer mensen op zoek zijn naar iets wat als alternatief kan dienen voor de industriële, identiteitloze aanpak. Alhoewel ik het zelf niet eens veel drink, is bier voor mij het mooiste voorbeeld. Mijn broertje kreeg 40 jaar geleden een thuisbrouwpakket voor z’n verjaardag. Hij is er niet mee verder gegaan. Tientallen anderen brouwen nu speciaalbieren, lokaal bekend vaak. Niet dat eentje de grote brouwers bedreigt. Maar hoeveel eenmansbrouwerijen heb je nodig om dat wel te doen?

Niet alleen Uber en Airbnb laten iets kraken. Het is veel groter en verstopt zich (nog) onder de oppervlakte.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s