Mijn hóbby’s?!

In mijn jeugd moest ik af en toe vragenlijstjes invullen. Geen idéé meer waarvoor. En gedetailleerd kan ik me ze ook niet herinneren. Toch is een aantal vragen blijven hangen. Zoals welke ziekten ik had gehad – met uitzondering van migraine niets bijzonders – en of ik ooit was geopereerd – en of, bijna de pijp uit zelfs; aan een verknoopte darm. Dat laatste was iets wat anderen niet hadden. Het gaf je iets speciaals. Als kind.

Vragenlijstjes blijf je de rest van je leven invullen. Mij maakt dat geen bal uit, zolang de lezer maar niet verwacht dat de antwoorden altijd hetzelfde zijn op dezelfde vraag. Zo zijn er een aantal versies van mijn middelbare schoolperiode in omloop. De volgorde klopt wel – HAVO, HTS (1jr), Atheneum – maar de precieze jaren?! Ach, wat maakt het ook uit? De vraag waarvan ik me nog herinner wat je dáár nou mee moest, is die naar ‘hobby’s’.

Hobby’s. ‘Heb je hobby’s?’ ‘Welke?’ Een grappige vraag. De vraagsteller wil vast weten hoe actief je bent, en op welk niveau. Het is een vraag die ook leeftijdsgebonden is. Ergens rond of na de middelbare school worden het ‘nevenactiviteiten’. Minstens zo mal, want blijkbaar is hoofdactiviteit er dan ook. En da’s dan degene die de meeste tijd kost. Maar da’s helemaal niet de indicatie voor de activiteit waar je hart ligt of die het best bij jouw karakter past.

Op de lagere school heeft de vraag naar hobby’s ook zo weinig discriminerend, onderscheidend vermogen. Hele klassen, hele scholen, antwoorden dingen als ‘sporten’, ‘lezen’ of tegenwoordig ‘computeren’. ‘Buiten spelen’, dat lijkt me ook een mooie hobby. Dat antwoordden we ook, die algemene noties. Een enkeling – we woonden in een stad – vertelde dat-i had gezegd dat-i padvinder was, of zeeverkenner. Kijk, dát gaf status.

De ellende van die vraag voor mij was, dat hij op den duur een gevoel gaf niets bijzonders te kunnen. Of, zoals ik het nu zou formuleren, de vraag insinueert dat je iets (speciaals) móet kunnen. Je zult maar ‘lezen’ invullen en op je achtste Dostojevsky lezen, ‘muziek’ die vioolconcerten inhoudt, of – de beste, vind ik – ‘nietsdoen’ wat betekent dat je van denken houdt. Al heel rap leer je níet in algemene termen te formuleren, maar specifiek en op maximale grootte. Nou, dan hield ik er van m’n fantasie te laten werken als hobby. Zelfs dan zou vioolconcerten spelen me nog verslaan.

Die hobby’s of nevenactiviteiten zijn interessant, als fenomeen. Op een of andere manier willen we dat iedereen ze heeft. De mens die uitgeput thuiskomt van werk, bestaat niet. Naast het werk moet er meer zijn. Een bijzonder beeld, want blijkbaar hebben beide een zelfstandige status. Werken doe je niet per sé voor het genot. De nevenactiviteit wel?! Gelet op de cv-verzamelaars is dat minstens twijfelachtig. Nevenactiviteiten kunnen ontaarden richting werk. Dan word je bestuurslid, want dát geeft status. Dat merkte ik toen ik stopte met besturen. Mijn naïeve Ik had dat altijd gedaan vanwege het plezier mee te denken. Mijn “eigenzinnige inbreng en visie” werden altijd op prijs gesteld. Maar net als met werkkringen: weg, is ook weg uit het hart. Een activiteit op je cv.

Nevenactiviteiten; ze betekenen voor iedereen ook iets anders, zeker in andere levensfasen.

Kinderen. Meer hoef je niet eens te typen. Het houden van kinderen: tijdrovertjes en relatietestertjes, bron van zorg én van vreugde.

Voor bejaarden geldt steeds meer dat de wereld ver-engt of verdwijnt in de nevels van het verleden, onbereikbaar voor het geheugen. Bestáán is wat dominant is, van dag tot dag. Er is geen neven- meer. Daar mogen we weleens bij stilstaan.

Gedwongen inactieven zijn ook van de buiten categorie. Niet omdat ze geen ‘hoofdactiviteit’ meer zouden hebben. Dat is vaak niet zo. Moeilijker is echter uit te zoeken wat je werkelijk zou willen doen, als je een hele periode van je leven hebt moeten doen wat anderen zeggen. Als je je moest voegen naar grillen en grollen van anderen. Dan raak je je zelfbeeld echt een stuk kwijt. Dát merk je pas als je vrij komt van dat ‘werkend’ keurslijf, je hoofdactiviteit. Wát in vredesnaam zijn al die jaren je nevenactiviteiten geweest? Waarmee kun je verder? Welke waren feitelijk geënt op je hoofdactiviteit? Wie bén je eigenlijk? O ja, die vraag komt. En die komt keihard aan. Bij iedereen, en vooral bij degene die z’n werk ís.

In Leiden ben ik daarom met een aantal mensen aan de slag met ‘de mens eerst’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s