Leiden trekt voor

Het is iets wat bij populaire plekjes hoort. Evenementen hebben er last van. Pretparken en dierentuinen hebben er last van. Winkelcentra – wat is dáár nu leuk aan? – en historische binnensteden hebben er last van. Populariteit blijkt uit een forse hoeveelheid mensen op één plek. En we zouden Nederland niet zijn als dat niet wordt ervaren als overlast. Eerder schreef ik al ’s over verschuivingen die optreden als een gemeente de oren (teveel) laat hangen naar de dagjesmens die geld komt besteden en feitelijk de stad overneemt van de oorspronkelijke bewoner. Pas geleden kwamen grote wereldsteden daarmee al in het nieuws, gevolgd door bij voorbeeld Amsterdam. Leiden zal vast ook nog weleens volgen. Nieuw is dat geluid helemaal niet. Al jaren geleden had een in Amsterdam wonende collega het erover dat “de binnenstad van toeristen is. Ik kom er eigenlijk nooit meer.”.

Leefbaarheid is een lastige. Deels is het een kwestie van overleven. Een volslagen onbereikbaar gebied is ten dode opgeschreven. Maar hoe ver moet je gaan met die bereikbaarheid? Want op enig moment raakt de bereikbaarheid aan leefbaarheid, vooral die van de bestaande bewoners. Leefbaarheid is daarmee ook subjectief. Wat de een nog wel vindt kunnen, is voor de ander alweer veel te vérstrekkend.

In Leiden is dat ondermeer ‘de fiets’. We hebben er ongelooflijk veel, zoals iedere studentenstad en ook zoals iedere verstopte binnenstad. Leiden heeft allebei en dus een extra uitdaging. Zoals alle Leienaren fiets ook ik alles, maar ik moet bekennen dat fietsers een plaag zijn geworden. We fietsen overal, alle kanten op en met alle voorrang die we kunnen nemen. Fietsers, immers, is het idee zijn bij voorbaat gedekt door de wet. En fietsen moet je, net als de automobilist zijn auto, vlakbij je houden; of je nu de fiets parkeert of als je in de drukte moet zijn. En, nee, regels stellen, helpt niet als niemand ze handhaaft. En dus is het nog steeds een Leidse ergernis: de fiets, geparkeerd, op de markt voor de kramen, of ‘gewoon’ pardoes voor de deur van winkels. Want, o wee, die ene meter extra bewegen.

Leiden is al te laat. Het weer terugbrengen van samenlevingsbesef bij fietsers gaat nog een lastige worden. Veel te lang is gedoogd. Niet ónterecht, maar met veel te weinig ook voor andere, ongewenste gevolgen. Zie dus de zaterdagse warenmarkt in Leiden. Je vraagt je af waarom er óp die markt mensen rondlopen met een fiets. Mijn verklaring is inmiddels op het niveau van zuiver eigenbelang, egoïsme. Leiden plaatst nu heel veel fietsenrekken. Die gaan, als ik gelijk heb, niet werken.

Opvallend is wel dat Leiden geen integraal fietsregulerend beleid voert. Dat is zorgwekkend. Alsof er een tweedeling bestaat.

Leiden heeft een straat die een volslagen eigen leven is gaan leiden als het gaat om imago. Om duistere redenen wordt niet het gedrag van bewoners en kopers gevolgd, maar wordt jaar in jaar uit geprobeerd die straat te ‘upgraden’; omdat belangengroepen en het beleid dat willen. De Breestraat is een vreemde straat: net te smal en net niet breed genoeg, boomloos en straatlevenloos. Daarvan kun je wíllen dat-i bruisend hart wordt, maar net als met sluipverkeer dat niet doet wat de nota wil dat je doet, zal het succes van de Breestraat volledig afhangen van hoe gebruikers ermee zullen omgaan. De toekomst, welk moment in Leiden echt tientallen jaren gezocht kan worden, moet dat uitwijzen.

Man en macht wordt ingezet om het succes bewerkstelligen. Al jaren dus. Aanpassing na aanpassing, discussie en gewroet in de grond als gevolg. Maar nu is er weer een nieuwe list bedacht: de parkeercoach. Omdat er geen enkele bevoegdheid is om fietsers te dwingen in de wel degelijk aanwezige parkeerkelder of aanwezige fietsenrekken hun stalen ros te parkeren, zijn het coaches. Zij spreken de sluipparkeerder aan. We moeten ze nog wat respijt geven. Maar de eerste signalen zijn niet hoopgevend: de vernieuwde Breestraat staat nog steeds boordevol. Niet vreemd, want voor een kort boodschapje zij wij Nederlanders tot in de vezels gewend de fiets voor de deur te kunnen parkeren. Dat conflicteert met een fietsparkeerkelder. Die past wél bij een station.

Maar mij verontrust meer dat de coaches zich nogal exclusief bemoeien met de Breestraat. De hele rest van de binnenstad, die ook populair zou moeten zijn volgens de gemeente, krijgt geen aandacht. Voortrekkerij, anders kun je dat toch niet zien. En da’s kwalijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s