vrijwilliger als norm

Mijn ervaring als vrijwilliger is gevarieerd en lang. Als ik er ’s bij stilsta, besef ik dat het eigenlijk net zo omvangrijk is als m’n professionele cv. Maar de waarde ervan is volledig anders.

Pas geleden schreef ik me in voor een cursus bij één van de organisaties waar ik werk. Op zich niets bijzonders; ik ben er nog steeds van overtuigd dat je nooit te oud bent om te leren en van het principe ‘levenslang leren’. Wel vat ik dan ‘leren’ niet op als boeken- of opleidingswijsheid opdoen, maar vooral ook als levenslessen en praktijkkennis. En nee, daarmee devalueer je die eerste groep niet, maar (her)waardeer je wel de tweede. Na negenenvijftig jaar zie ik steeds meer hoe we de balans hebben laten doorslaan.

“Nou, dat wordt dus een vrijwilligersmiddag”. De woorden zijn van de secretaresse die de registratie bijhoudt. Op de lijst blijken alleen maar vrijwillige medewerkers te staan. De betaalde medewerkers met name blinken uit door afwezigheid. Wellicht dat de komende dagen nog verandert.

Mij deed het wel denken: waarom zijn er wel vrijwillige krachten ingeschreven?

Eerlijk gezegd denk ik dat het álles te maken heeft met motivatie. Veruit de meeste vrijwillige medewerkers zijn – nog wel – mensen die intrinsiek gemotiveerd zijn. Ze zijn niet met extrinsieke verleiders verlokt. Geen (hoger) salaris, geen (grotere) auto, geen bonus; van die extrensieke lokkers is bekend dat ze maar tijdelijk werken; lang genoeg om een medewerker vast te houden.

Dan zit je daar. Als één van de velen die dan wel aardig verdient, maar toch ontevreden is (en toch niet weg gaat). Accenture beweert in 2012:

More than half of respondents (57 percent of women, 59 percent of men) indicated they are dissatisfied with their jobs

Het is de ape-val die je vasthoudt. Kokosnoot, met touw vastgemaakt. Gat erin, net groot genoeg voor een gestrekte hand. Met in de noot aas. Aas beetpakken, betekent dat je zonder loslaten niet los komt. En, hup: aap gevangen, want die schijnen niet te willen loslaten of te laat loslaten. De extrinsieke motivatoren zijn het aas in jouw val.

Eigenlijk is het de omgekeerde wereld en zouden we onbetaald vrijwilligerswerk tot norm moeten nemen.

Ik denk dat er geen werkgever is die het aan zou durven het bedrijf zoals-i dat nu heeft te baseren op vrijwilligheid. Te baseren op intrinsieke motivatie van medewerkers. De kans is enorm dat op duizenden plekken de mensen weglopen. Dat is een veeg teken, want het impliceert dat er ongelooflijk veel mensen op plekken zitten die ze niet bevalt. Maar ook dat ze het werk daar ongeïnspireerd doen. Dat wat voor loyaliteit wordt versleten feitelijk gevangenschap is. Alsof een gevangene loyaal is aan z’n gevangenis omdat-i niet weg gaat.

Zonder basisinkomen of iets dergelijks kom je niet veel verder. Maar een slimme werkgever werft actief onbetaalde vrijwilligers. Die mensen zullen op den duur de motivatie van anderen kunnen beïnvloeden. Lol brengen in en op het werk. Dan denk je over vrijwillig werk op een veel constructievere manier dan als gratis oplossing voor je probleem.

Maar dan moet je wel de vrijwílliger (en zijn motivatie) tot norm maken.

Advertisements

One thought on “vrijwilliger als norm

  1. Pingback: Jan Tromp is 65, en dus oud | "Me dunkt…"

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s