Een huis voor een kat

Hallucineren is werkelijk niet moeilijk.

Wij hebben twee katten: een oudere van zo’n 15 en een jongere van zo’n 10. Inderdaad, er zit een voortgaande reeks in. De jongere is er al opdat er weer een nieuwe jongere kan komen als de oudere de pijp uit gaat. Dat verwachten we al drie jaar, maar het lukt ‘m niet echt. Wel wordt-i steeds miauweriger, (overdreven) aanhankelijker, vergeetachtiger, kippiger en minder sterk (waardoor-i tégen de bank aanspringt in plaats van er op).

De jongere is een dondersteen geweest. Hij is dol op schooien en doet dat ook dagen achtereen. Of het regent of sneeuwt: meneer is altijd op pad. Af en toe rust-i hier uit of laat zich verzorgen. We hebben hem hier al heel vaak zien arriveren als grijze kat – hij is wít – omdat-i in de stof heeft liggen dwarrelen. Hij kan zwartgevlekt zijn, van de smeerolie onder auto’s (waarvan ik me nog steeds afvraag wat die katten bezielt om kopjes te geven aan áuto’s), pikzwart-stinkend (hij donderde ooit in ons vijvertje. 1,5 x 1 x 0,5! Zó klein), en ook bijna helemaal rood van het bloed. Zo’n kat. Eentje die nu alweer maanden rondloopt met allerlei korstjes aan z’n oren die een gevolg zijn van, ja wat?

De heren verdedigen hun territorium met hand en tand. De oudere steeds minder (die snurkt), de jongere niet echt fanatiek. Als-i vecht, doet-i dat volgens de dierenarts niet altijd even slim. Maar als er een vreemde kat in de tuin is, doen ze wel aan freeze, fligt of fight. Vooral freeze kan dolkomisch uitpakken: ‘nee, jôh, ik zie jou niet. Ik doe net of je er niet bent’ of ze springen van verrassing een meter de lucht in. Meestal werkt blazen aardig. Mocht de wapenwedloop een stapje zetten, dan komt een heel arsenaal aan enge geluiden tevoorschijn. En soms vliegen ze elkaar in de haren, meestal omdat er geen uitweg is voor één van beide.

Sinds een jaar zijn er weer nieuwe katten in de buurt. Dat verstoort de balans.

Een paar huizen verderop wonen nu twee nieuwe katten. Met één van hen kan de jongere heel goed opschieten, met de andere minder. Beide nieuwkomers, een roodwit gevlekte en een rode, zijn echter ook donderstenen. Ze staan fanatiek kopjes te geven aan ons raamkozijn en naar binnen te gluren. Op zoek naar eten natuurlijk. Met van die pretoogjes en een oogopslag van Pietje Bell.

Als het raam open staat – en dat is vaak – zijn ze inmiddels zo ver dat zij in elk geval geen bezwaar zien in binnensluipen. Hup, door het raam en wandelen maar door een huis dat verdraaid lijkt op hun eigen, qua indeling. Meestal heeft onze oudere niet eens door dat-i bezoek heeft. De enkele keer dat dat wel gebeurt, valt-i bijna om van verbazing. Zo kijkt-i althans, alsof er een fata morgana, een zinsbegoocheling optreedt. Vanmiddag kwam onze witte de rode tegen op de onze trap; neuzen tegen elkaar en doorlopen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Het lastige is wel dat de jongens nog geluidloos zijn (de rode springt nu net naar binnen). Dat is misschien nog wel een probleempje voor mij. Dat ik zit te tikken en door de randen van mijn bril denk iets te zien bewegen, of niet. Vaak is het niets. Maar de kans is serieus aanwezig dat er katte-iemand voorbij sluipt. Of -en dat gebeurde me al een paar keer – dat ik denk dat het een van onze katten is die naast me op de grond ligt.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s