Nieuwe concurrenten

Als het onder je neus gebeurt, is dat geen garantie dat je het ook opmerkt. Nabijheid is geen voordeel.

De bloemetjes voor je voeten maken minder kans te worden gezien dan de verder weg liggende. Dat dat niet alleen bloemetjes geldt, bewezen de hondenpoep onder je schoenzool, de plassen water waarin je stapte en de weinig opstekende stoeptegel die je liet struikelen wel.

Perspectief is bepalend. Uit de innovatieleer weten we, bijvoorbeeld, dat verandering haast niet tot stand komt vanuit het centrum van de status quo. Die heeft teveel constraints, belemmerende factoren: ‘zo doen we het al járen’, ‘is bewezen dat het meer oplevert?’. Verandering moet van buiten komen. De vraag ‘wat wil de klant?’ speelt daarin een cruciale rol. Voor de status quo is het de vraag aan de per definitie conservatíeve klant. Voor de vernieuwer de vraag aan de toekómstige, gewenste klant.

Als je je niet kunt losmaken van alledag, zul je niet in staat zijn verandering waar te nemen. Alledag levert je de beslommeringen, de waan, maar vooral ook het perspectief. Vaak zal verandering bedreigend overkomen op de status quo. ‘Iets ánders doen?! Deden we het dus niet goed?!’ Pikant, alsof die hele grote omgeving niet autonoom kan veranderen.

Dat het lastig is verandering en zijn gevolgen te herkennen, realiseerde ik me de afgelopen weken.

Steeds meer aandacht gaat uit naar het verdringen van betaalde werknemers door onbetaalde, of dat nu stagiaires of vrijwilligers zijn. Da’s een heel terechte zorg. Maar wat géén aandacht krijgt, is de verdringing van vrijwilligers door vrijwilligers.

Vrijwilligers verdrongen door vrijwilligers?!

Jazeker.

Het vrijwilligerswerk dat ik doe, bestaat al een poos (en is nimmer gedaan door betaalde werknemers). Het is werk dat vanouds meer door ouderen dan jongeren wordt gedaan. Wat dat betreft, is het ook een reality check. De groep mensen die dit vrijwillig doet, is door de bank genomen ouder, man en blank. Allemaal, óók de donkerder en jongere vrijwilligers, kozen er zelf voor en doen het serieus en met plezier.

Dan, op een dag, staat er een jongeman. Hij is gestuurd. Inderdaad, gestuurd de Sociale Dienst van onze gemeente. Iedere jongere wordt geacht een tegenprestatie te leveren in ruil voor een bijstandsuitkering (contra-prestatie associeert vast teveel met de gestopte kunstenaarsregeling BKR). En dus staat-i daar.

Het gaat nu niet om de vraag of je dit kunt verplichten, wat wel en wat geschikt is, of dit ‘dwangarbeid’ is of niet, of of dit werkelijk zoden aan de dijk zet. Het gaat om het effect.

Deze vrijwilliger verandert de instroom en verdringt daardoor de ‘klassieke vrijwilliger’.

In feite is het niet zo moeilijk te zien. De klassieke vrijwilliger is de degene die een deel van zijn of haar tijd wil besteden ten behoeve van anderen. Dat kan variëren van een 2-3 uur per week tot zo’n 12 uur per week. Inderdaad, ook uitschieters naar boven bestaan. Voor het beeld: kleine banen en motivatie die bestaat uit tijdbesteding en altruïsme.

Door de Sociale Dienst op dit spoor gezette mensen verschillen daar heel erg van. Ze zijn jonger, ze ‘moeten’ voltijds vrijwilligerswerk doen, ze doen het niet voor zichzelf maar als contraprestatie. Kortom, een heel ander type.

Over wat er dan ontstaat, hoor je niemand. Steeds meer zullen dergelijke ‘nieuwe vrijwilligers’ de klassieke verdringen (alleen al omdat zij meer uren moeten maken). Daarmee is het zoveelste domino-effect gestart, waardoor de mogelijkheden tot zinvolle tijdsbesteding worden beperkt voor ouderen. Zelfs dat wordt afgegrendeld.

Echt, Castells krijgt gelijk met z’n verdringing en het ontstaan van een nutteloze, irrelevante klasse(1), zij het dat hier polítici de kwade genius blijken te zijn.

(1)

In this system, rather than exploitation in the traditional sense, the key issue for labor is the differentiation between three categories: those who are the source of innovation and valuation; those who are mere executants of instructions; and whose who are structurally irrelevant, either as workers (not enough education,
living in areas without the proper infrastructure and institutional environment for global production) and as consumers (too poor to be part of the market).

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s