1-5

Het wonderbaarlijk begin van de wereldkampioenschappen voor het Nederlands elftal dat Spanje met 1-5 versloeg. Klinkt mooi en enkele doelpunten wáren mooi. Maar om toch even weer terug te keren op aarde: die pracht werd mogelijk gemaakt door een slecht spelend Spaans elftal en een doelverdediger die vast teveel spanning verlagende middelen had geslikt.

Wat mij verbaasde, was de ophef over de innovatie van Nederland. Een ‘nieuw systeem’. Een systeem met vijf verdedigers waarvan de twee flankverdedigers zich het leplazarus kunnen rennen omdat hun rol óók een aanvallende is.

Ik vond het wel een grappige vertoning.

Die vijf verdedigers op één lijn. Mij deed het sterk denken aan rugby. Dat beeld werd versterkt door een andere ‘innovatie’, volgens de televisiecommentatoren: het schouder om schouder staan en meezingen met het volkslied. Rugby.

Ik denk en maak mezelf wijs dat ik neutraal kan kijken. Dan vind ik dat Nederland iets moois neerzette (maar niet een wonder) en vooral dat de bondscoach iets heel slims heeft gedaan. Want wat er vrijdagavond op het veld gebeurde, is dat er heel vaak ballen klutste en dat er, in tegenstelling tot de jaren hiervoor, vaak een achtervanger was voor de balverliezende Nederlander. Ook dat deed me aan rugby denken.

Voetballers spelen de bal naar voren en rugby’ers naar achteren. Dat is een nogal essentieel verschil. Maar er zijn wel principes uit te wisselen. Mij zou het niet verbazen als de bondscoach dat heeft gedaan.

Een aanvallend rugbyteam, bijvoorbeeld, probeert (ook) uit te waaieren. Maar vaker komen ze in tackles en grondgevechten terecht. Dat betekent niet alleen stuiterende (klutsende) ballen, maar vooral ook een vertrouwen op medespelers. Zíj zijn het die de ondersteuning, de support, de veiligheid moeten leveren.

Met die vijf ‘verdedigers’ – inderdaad nu staan er apostrofs – ligt er niet alleen een brede verdedigingslinie, maar ook een ondersteuningsmogelijkheid in klutssituaties. Het vereist wel longinhoud en uithoudingsvermogen. Maar, zoals de rugby’ers weten: die linie doorbreken, is levensgevaarlijk. En dan staan die al buitenspel als ze voor de bál staan, veel eerder dus.

Mij zou het veel deugd doen als een (groot) aantal rugbymores en -regels worden overgenomen:
– de video-scheidsrechter (ref in jargon). Kost tijd, maar levert zekerheid;
– de scheidsrechter is onbetwiste baas en daarmee wordt níet gecorrespondeerd. Grandioos, zeker als zij op een beslissing terug komen;
– hard mag. Jammeren en simuleren niet. Geváárlijk hard wordt onverbiddelijk direct en hárd gestraft.

Maar goed, dit is internationaal voetbal. Een bedrijfstak waarin veel geld om gaat. Waar heel andere belangen dan alleen sportieve een rol meespelen.

Toch zou ik heel graag willen weten of er niet een heeeeel klein beetje waar is van die indruk die ik vrijdagavond opdeed: dat de bondscoach serieus invloeden van andere sporten, met name rugby, heeft ingepast.

Dat zou pas vernieuwing zijn: niet een nieuw spelsysteem, maar een nieuw voetbalconcept zoals ‘voetbal is oorlog’ of ‘totaalvoetbal’.

Advertenties

One thought on “1-5

  1. Pingback: Wat is dat met dat voetbal? | "Me dunkt…"

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s