Waarin ‘delen is goed’ niet werkt

Verandering en vernieuwing zijn fascinerend. En vaak ook bijzonder complex. Zeker in deze tijden waarin allerlei types de kans krijgen, en nemen, prachtige theorieën en waarheden te debiteren.

Neem de gedachte dat ‘delen (van kennis)’ goed is.

Da’s een aansprekende gedachte. Als niet iedereen bovenop zijn eigen gedachtespinsel blijft zitten, maar ze openbaar maakt, zal er méér met die gedachte worden gedaan. De mooiste beeldspraak over delen, is: als twee mensen een idee delen, hebben ze daarna allebei dat idee. Delen ze een product, dan heeft daarna nog steeds één van beide niets.

Wat mij betreft, is het een pracht idee. Bijna socialistisch.

Je kunt je voorstellen dat er dan een vrije stroom aan informatie, aan ideeën ontstaat (ook dat is een oud ideaal, van sommigen). Om zoiets tot stand te brengen heb je een netwerk nodig als drager. In principe is dat een netwerk van mensen verbonden door een netwerk van technologieën. Informatie die over zoiets als het internet zwerft zonder dat er ergens iets mee wordt gedaan, is zinloos… tenzij er een andere entiteit gebruik van maakt. Dat kan dat infame Internet of Things zijn. Of een singulariteit.

In dat concept van delen – en van netwerk-economie – zit een vreemde draai.

Delen, in welke vorm dan ook, is gebaseerd op onderling vertrouwen. Geven is prima; incidenteel. Permanent geven is dat niet. Dat staat bekend als parasiteren – free riders. Die situatie is eenzijdig in tegenstelling tot symbiose waarin inderdaad wederzijds winst wordt behaald uit de samenwerking, het netwerk.

De vreemde draai is dat die symbiotische toestand tot uitgangspunt lijkt te zijn gemaakt. Alsof delen in beginsel altijd positieve gevolgen heeft. Ik denk waar te nemen dat de parasiterende houding meer voorkomend is en de symbiotische is voorbehouden aan een select gezelschap.

In de afgelopen jaren heb ik vele malen zien gebeuren dat ideeën heel idealistisch werden besproken en gedeeld. En vaak, denk ik, in de periode daarna te hebben gezien hoe bepaalde partijen daaruit in hun ogen groeibriljantjes pikten. Zoals de wederkerigheid uit het Internet verdween, zo verdwijnt het vertrouwen in de effecten van delen ook.

De ellende is dat dat parasitaire gedrag is gekoppeld aan karakter (vandaar dat selecte gezelschap; van mensen die werkelijk altruïstisch zijn en niet wanna be‘s).

Het zijn deels de karakters die het prima vinden anderen de kooltjes uit het vuur te laten slepen om daarna zélf de verdere ontwikkeling ter hand te nemen als zijnde hún idee. Dat zijn dus niet uitsluitend de spreekwoordelijke sluwe ondernemers. Het zijn minstens net zo hard mensen die rondbazuinen hoe de nieuwe werkelijkheid er uit zal gaan zien en dat ‘delen’ en ‘netwerken’ daarin een grote rol spelen.

Persoonlijk ben ik er al een paar keer ideeën aan kwijtgeraakt. Werkgevers die netwerkcontacten verruïneerden, die délen van concepten dachten te kunnen gebruiken. Maar ook mensen die ík vertrouwde en die nu aan de slag zijn – in hun eigen netwerken – met plannen die erg lijken op eerder besproken. Of mensen die in hun oude gedrag vervallen en centrale posities claimen.

Hoe ik het wend of keer: blijkbaar is dat zichzelf bewijzen-gedrag veel sterker dan gehoopt (ook door mij) en is ‘delen’ synoniem geworden voor makkelijke grondstofwinning.

Wat dat betreft; dat heeft de weg geopend voor een digitale vorm van hyperkapitalisme waarin dat delen leidt tot profijt voor enkelen. Da’s wel een cynische conclusie.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s